Leerdoelen:
- Hoe werken cellen samen om een beeld te vormen in de hersenen?
- In welk deel van de hersenen wordt visuele informatie omgezet en hoe?
- Welke delen van de hersenen zijn verantwoordelijk voor het zien van kleur en
beweging? Hoe wordt dit onderzocht?
Bronnen:
- Goldstein, H. 4
- Gazzaniga
Het visuele systeem, de route van het oog naar de
hersenen:
Wanneer het signaal de retina verlaat, gaat het
signaal via de oogzenuw naar de lateral geniculate
nucleus (LGN). De LGN ligt in de thalamus. Vanaf hier
gaan de signalen verder naar primary visual receiving
gebied, in occipitale kwab. De primary visual
receiving area wordt ook wel de striate cortex (V1)
genoemd, het heeft namelijk witte strepen die
gevormd worden door de zenuwvezels die hier
doorheen lopen.
Vanaf de striate cortex gaan de signalen over twee
paden. Het ene pad gaat richting de temporale kwab
en het andere pad gaat naar de pariëtale kwab.
Optic nerve -> lateral geniculate nucleus -> striate cortex -> temporal kwab
-> occipitale kwab
Op plaatje B zie je de locatie van de superior collicus, die gebied
is betrokken bij het controleren van de oogbewegingen en bij
ander visueel gedrag. Dit deel ontvangt 10% van de fibers van de
oogzenuw. Dit deel ligt in de thalamus.
De verwerking in de laterale geniculate nucleus (LGN)
90% van alle oogzenuwvezels komen uit in de LGN. Maar dit zijn
niet de enige signalen die bij de LGN binennkomen, de cortex, de
hersenstam, andere neuronen in de thalamus en andere
neuronen in de LGN sturen ook signalen naar de LGN.
De LGN ontvangt dus van veel input van verschillende bronnen,
vervolgens zendt de LGN de output richting de cortex.
In 4.2b is te zien dat de LGN meer informatie verkrijgt van de
cortex dan van de retina, de LGN stuurt ook niet alle info van de
retina door naar de cortex. Van de 10 zenuwimpulsen van de
, retina, worden er slecht 4 doorgestuurd naar de cortex. Deze afname laat zien de LGN de
neurale informatie reguleert.
De LGN reguleert niet alleen de informatie die er doorheen komt, maar het organiseert deze
informatie ook. De signalen die in de LGN aankomen worden gesorteerd en georganiseerd
op basis van waar ze in het oog vandaan komen, de receptoren die ze gevormd hebben en
het type omgevingsinformatie die ze weergeven.
Organisatie door linker- en rechteroog:
De LGN is een bilateraal structuur, er is dus een LGN in de
linkerhersenhelft en een in de rechterhersenhelft. Wanneer je de
kern van de LGN bekijkt zie je zes verschillende lagen, elke laag
ontvangt en signalen van maar 1 oog. De lagen 2,3 en 5
ontvangen signalen van het ipsilaterale oog, dit is het oog dat aan
dezelfde kant van het lichaam zit als de LGN. De Lagen 1, 4 en 6
ontvangen signalen van het contralaterale oog, dit is het oog aan
de tegenovergestelde kant van het lichaam.
Dus elk oog zendt de helft van de neuronen naar de LGN in de
linkerhersenhelft en de andere helft naar de LGN in de
rechterhersenhelft.
De eerste twee lagen bestaan uit magnocellen, deze ontvangen de m-ganglioncellen. Dit zijn
grote cellen die over de snelle reacties gaan. De overige lagen bestaan uit parvocellen, hier
worden de p-ganglioncellen naartoe gestuurd. Dit zijn kleine cellen die zich bezighouden met
details.
Tussen de verschillende lagen van de LGN, liggen nog andere cellen, dit noemt met de
kinocellen. Deze cellen exciteren en inhiberen de magno- en parvocellen.
Organisatie als een ruimtelijke kaart:
Als je kijkt naar plaatje 4.4 zie je dat de punten A, B en C worden weergeven op specifieke
plekken op de retina, deze punten corresponderen met specifieke plekken in de LGN. De
correspondentie tussen de punten in de LGN en de retina vormen een retinotopic map op de
LGN elk punt in de LGN correspondeert met een punt in de retina. Dit gebeurt in elke laag
van de LGN. Het LGN is dus eigenlijk een vergrootglas van de gele vlek (fovea).
Functional specialisation: verschillende wegen zijn er voor verschillende informatie. Vb.
Magno voor beweging.