TOE samenvatting tt1
HC1 – interviews en focusgroepen (: verzamelen van data)
Onderscheid kwalitatief onderzoek in de cyclus: GEEN hypothese, doordat het vaak inductief onderzoek is (je
wilt namelijk de data laten bepalen wat er uit je onderzoek komt).
Kwalitatief interview: ongestructureerd of semi-gestructureerd. Deze interviews worden gehouden om
perspectieven van (klein aantal) mensen over een bepaalde situ/idee te begrijpen. Kenmerken van een goed
interview: vertrouwen, wederzijdse interactie en responsiviteit. In deze cursus; vooral semi-gestructureerd
(onderwerp is duidelijk, maar vragen kunnen aanpassen/volgorde ervan: hangt af van de respondent:
natuurlijk gesprek).
Interviewer stelt vraag respondent moet het begrijpen: kan dat hij het anders interpreteert terughalen
(respondent zoekt in geheugen) beoordelen (is dit wat interviewer zou willen horen/wil ik dit delen met
interviewer) antwoord geven (verbaliseren).
: het kan bij al deze punten fout gaan!! Hier moet de interviewer dus helpen: inhoudelijk (vragen stellen:
zorgen dat respondent het begrijpt), maar ook motivationele hulp (relatie: building rapport =
vertrouwensband opbouwen: aardig vinden en kundig vinden van interviewer).
Mogelijke oplossing: een tweede interviewer, zodat ‘ramp’-situaties kunnen worden voorkomen en afnemen
druk van eerste interviewer.
Waarom een interview??
Reciprocale interactie: een proces van twee mensen, waarbij vertrouwensband nodig is en
geïntervieuwde interviewer dus nodig heeft (Je weet het antwoord écht nog niet van te
voren/antwoorden waarbij vertrouwensband nodig is).
Responsiviteit: systematische benadering weg, iedereen een ander proces.
Vertrouwensband is nodig om antwoord te krijgen.
Een goeie interviewer:
Build rapport
Luistert actief (houdt zn mond en laat stiltes vallen; door stiltes geef je aan dat antwoord nog niet
volledig is (je kaatst de bal terug) waardoor deze (als het goed is) verdere toelichting geeft))
Denkt nog NIET na over analytische constructies
Stelt relevante ‘probes’(manieren om iemand te laten praten) en ‘prombts’ (nieuw onderwerp) voor
Verschillende vormen van interviews:
Face to face (beetje schuin zitten)
Telefoon
Online
Go-along interview: een kortere tijd (max. dag) met iemand meelopen, en dus ook observeren. Drive-
along interview: wandeling/werk/wandelen (andere sfeer)
Ethnographic interview: dagen/weken meelopen en verschillende mensen spreken (soort combinatie
van data methoden, ook observeren namelijk)
STAGES:
(1) aankomst en introductie: rapport vaststellen, interactie begint
(2) onderzoek introduceren: informed consent (aangeven wat je wilt dat gebeurt met resultaten, idee van
interview geven
(3) beginnen: achtergrond info (vrij 1directioneel: interviewer geïnterviewde), laten zien dat je kundige en
te vertrouwen interviewer bent.
(4) tijdens: brede diepe vragen, en weer rustig afbouwen naar heden (deze fase duurt het langst)
, (5) einde: apparaat goeie tijd uitzetten (hier kunnen nog ineens hele interessante dingen gebeuren, waar je
dan apart toestemming voor moet vragen om het off the radar te gebruiken)
(6) na het interview: hoe info gebruikt en behandeld wordt, mode veranderen, luisteren voor data.
(Survey: gestructureerd, is nuttig voor correlationeel en experimenteel onderzoek.)
Focusgroepen:
Data door interactie (je doet focusgroep omdat je denkt dat door de interactie antwoord komt op
onderzoeksvraag!!): hoe ze interacteren (je kan individueel kijken of in groepsverband (intra-
groepslevel) of inter-groepslevel (verschillen tussen groepen)).
Participanten luisteren en vertellen
Spontane naturalistische setting.
- Geen groepsinterview: Alle antwoorden richting moderator gaan: x aantal verschillende interviews.
Je wilt dat het gesprek zich echt tussen de respondenten afspeelt en dat moderator grotendeels
buiten het gesprek staat.
Waarom focusgroepen?
Diagnose stellen over problemen
Nieuwe ideeën te stimuleren/nieuwe verbanden herkennen
Programma’s te evalueren
Kwantitatieve resultaten te interpreteren (doel is dus niet om overeenstemming te bereiken).
Hoe zorg je dat mensen willen komen? Intrinsieke motivatie (over jezelf/onderwerp waar jij graag over wilt
vertellen) en extrensieke motivatie (je moet ze een beloning gaan geven).
Hoe zorg je voor veilige sfeer? Sommige zullen niet gedeeld worden in focusgroep, te persoonlijk/gevoelig.
Dit kan beter in een interview.
STAGES
(1) Vorming: het samenkomen van een groep, moderator moet zorgen dat ze naar elkaar gaan kijken (niet
naar hem): moderator is alleen om bij te sturen.
(2) Storming: zoeken naar rollen in de groep. Vaak gepaard met conflict/discussie.
(3) Norming: de normen worden neergezet (iemand te fel aanspreken).
als de flow/het ritme erin zit
(4) Performing: als deze fase niet meteen komt, zullen eerdere fases vaak herhaald worden.
(5) Adjourning: je hebt datgene bereikt wat je wilt bereiken: goeie wijze afscheid nemen (verwachtingen
benadrukken: alles is anoniem/verrouwelijk).
Groep compositie en grootte
Heterogeen vs. homogeniteit
Wie zitten bij elkaar?: vreemden/kennissen etc.
Groepsgrootte hangt af van: onderzoeksonderwerp, gevoeligheid, diepe vragen en welke populatie
gaat het over.
Speciale vormen van focusgroepen
Dual moderator: twee moderatoren: eentje zorgt voor soepel verloopt, ander dat alle onderwerpen
worden besproken.
Two-way: twee focusgroepen tegelijk, eentje observeert en eentje praat (ene gaat verder als ander
heeft gepraat)
Dualerende moderator: twee moderatoren die in strijd zijn met elkaar (twee verschillende
standpunten). Soms alvast argumenten geven.
Respondant moderator: wij modereren niet, geven alleen topics OF laat groep een eigen moderator
kiezen.
Online focus groups: chat room focus group (tegelijk aanwezig) of bulletin board focus group (het is
voor langere tijd open, en mensen hebben tijd om te reageren).
Topiclijst alleen voor jou als onderzoeker (mag wel delen met groep): wat werkt voor de onderzoeker(s)?
Alle onderwerpen en/of vragen die je wilt/zou kunnen bespreken. Er zijn vele verschillende soorten van
topiclijsten: hoe uitgebreid. Nadeel heel uitgewerkt: je leest steeds op de lijst, minder oogcontact, afleidend.
Nadeel niet uitgewerkt: lastig om goeie vragen te formuleren.
Nadenken: hoe respons uitlokken: elicitarende vragen stellen.
Memos/field notes
Memos: gedachteproces in de gaten houden: data-collectie samenvatting. Ook doordat er vaak tijd is
verstreken, vergeet je soms de context: zo onthoud je dit. Ook: key punten, toevoegende details, issues
gerelateerd aan context, algemene observaties, evaluaties en gedachten, gedachten gerelateerd aan analyse.
HC1 – interviews en focusgroepen (: verzamelen van data)
Onderscheid kwalitatief onderzoek in de cyclus: GEEN hypothese, doordat het vaak inductief onderzoek is (je
wilt namelijk de data laten bepalen wat er uit je onderzoek komt).
Kwalitatief interview: ongestructureerd of semi-gestructureerd. Deze interviews worden gehouden om
perspectieven van (klein aantal) mensen over een bepaalde situ/idee te begrijpen. Kenmerken van een goed
interview: vertrouwen, wederzijdse interactie en responsiviteit. In deze cursus; vooral semi-gestructureerd
(onderwerp is duidelijk, maar vragen kunnen aanpassen/volgorde ervan: hangt af van de respondent:
natuurlijk gesprek).
Interviewer stelt vraag respondent moet het begrijpen: kan dat hij het anders interpreteert terughalen
(respondent zoekt in geheugen) beoordelen (is dit wat interviewer zou willen horen/wil ik dit delen met
interviewer) antwoord geven (verbaliseren).
: het kan bij al deze punten fout gaan!! Hier moet de interviewer dus helpen: inhoudelijk (vragen stellen:
zorgen dat respondent het begrijpt), maar ook motivationele hulp (relatie: building rapport =
vertrouwensband opbouwen: aardig vinden en kundig vinden van interviewer).
Mogelijke oplossing: een tweede interviewer, zodat ‘ramp’-situaties kunnen worden voorkomen en afnemen
druk van eerste interviewer.
Waarom een interview??
Reciprocale interactie: een proces van twee mensen, waarbij vertrouwensband nodig is en
geïntervieuwde interviewer dus nodig heeft (Je weet het antwoord écht nog niet van te
voren/antwoorden waarbij vertrouwensband nodig is).
Responsiviteit: systematische benadering weg, iedereen een ander proces.
Vertrouwensband is nodig om antwoord te krijgen.
Een goeie interviewer:
Build rapport
Luistert actief (houdt zn mond en laat stiltes vallen; door stiltes geef je aan dat antwoord nog niet
volledig is (je kaatst de bal terug) waardoor deze (als het goed is) verdere toelichting geeft))
Denkt nog NIET na over analytische constructies
Stelt relevante ‘probes’(manieren om iemand te laten praten) en ‘prombts’ (nieuw onderwerp) voor
Verschillende vormen van interviews:
Face to face (beetje schuin zitten)
Telefoon
Online
Go-along interview: een kortere tijd (max. dag) met iemand meelopen, en dus ook observeren. Drive-
along interview: wandeling/werk/wandelen (andere sfeer)
Ethnographic interview: dagen/weken meelopen en verschillende mensen spreken (soort combinatie
van data methoden, ook observeren namelijk)
STAGES:
(1) aankomst en introductie: rapport vaststellen, interactie begint
(2) onderzoek introduceren: informed consent (aangeven wat je wilt dat gebeurt met resultaten, idee van
interview geven
(3) beginnen: achtergrond info (vrij 1directioneel: interviewer geïnterviewde), laten zien dat je kundige en
te vertrouwen interviewer bent.
(4) tijdens: brede diepe vragen, en weer rustig afbouwen naar heden (deze fase duurt het langst)
, (5) einde: apparaat goeie tijd uitzetten (hier kunnen nog ineens hele interessante dingen gebeuren, waar je
dan apart toestemming voor moet vragen om het off the radar te gebruiken)
(6) na het interview: hoe info gebruikt en behandeld wordt, mode veranderen, luisteren voor data.
(Survey: gestructureerd, is nuttig voor correlationeel en experimenteel onderzoek.)
Focusgroepen:
Data door interactie (je doet focusgroep omdat je denkt dat door de interactie antwoord komt op
onderzoeksvraag!!): hoe ze interacteren (je kan individueel kijken of in groepsverband (intra-
groepslevel) of inter-groepslevel (verschillen tussen groepen)).
Participanten luisteren en vertellen
Spontane naturalistische setting.
- Geen groepsinterview: Alle antwoorden richting moderator gaan: x aantal verschillende interviews.
Je wilt dat het gesprek zich echt tussen de respondenten afspeelt en dat moderator grotendeels
buiten het gesprek staat.
Waarom focusgroepen?
Diagnose stellen over problemen
Nieuwe ideeën te stimuleren/nieuwe verbanden herkennen
Programma’s te evalueren
Kwantitatieve resultaten te interpreteren (doel is dus niet om overeenstemming te bereiken).
Hoe zorg je dat mensen willen komen? Intrinsieke motivatie (over jezelf/onderwerp waar jij graag over wilt
vertellen) en extrensieke motivatie (je moet ze een beloning gaan geven).
Hoe zorg je voor veilige sfeer? Sommige zullen niet gedeeld worden in focusgroep, te persoonlijk/gevoelig.
Dit kan beter in een interview.
STAGES
(1) Vorming: het samenkomen van een groep, moderator moet zorgen dat ze naar elkaar gaan kijken (niet
naar hem): moderator is alleen om bij te sturen.
(2) Storming: zoeken naar rollen in de groep. Vaak gepaard met conflict/discussie.
(3) Norming: de normen worden neergezet (iemand te fel aanspreken).
als de flow/het ritme erin zit
(4) Performing: als deze fase niet meteen komt, zullen eerdere fases vaak herhaald worden.
(5) Adjourning: je hebt datgene bereikt wat je wilt bereiken: goeie wijze afscheid nemen (verwachtingen
benadrukken: alles is anoniem/verrouwelijk).
Groep compositie en grootte
Heterogeen vs. homogeniteit
Wie zitten bij elkaar?: vreemden/kennissen etc.
Groepsgrootte hangt af van: onderzoeksonderwerp, gevoeligheid, diepe vragen en welke populatie
gaat het over.
Speciale vormen van focusgroepen
Dual moderator: twee moderatoren: eentje zorgt voor soepel verloopt, ander dat alle onderwerpen
worden besproken.
Two-way: twee focusgroepen tegelijk, eentje observeert en eentje praat (ene gaat verder als ander
heeft gepraat)
Dualerende moderator: twee moderatoren die in strijd zijn met elkaar (twee verschillende
standpunten). Soms alvast argumenten geven.
Respondant moderator: wij modereren niet, geven alleen topics OF laat groep een eigen moderator
kiezen.
Online focus groups: chat room focus group (tegelijk aanwezig) of bulletin board focus group (het is
voor langere tijd open, en mensen hebben tijd om te reageren).
Topiclijst alleen voor jou als onderzoeker (mag wel delen met groep): wat werkt voor de onderzoeker(s)?
Alle onderwerpen en/of vragen die je wilt/zou kunnen bespreken. Er zijn vele verschillende soorten van
topiclijsten: hoe uitgebreid. Nadeel heel uitgewerkt: je leest steeds op de lijst, minder oogcontact, afleidend.
Nadeel niet uitgewerkt: lastig om goeie vragen te formuleren.
Nadenken: hoe respons uitlokken: elicitarende vragen stellen.
Memos/field notes
Memos: gedachteproces in de gaten houden: data-collectie samenvatting. Ook doordat er vaak tijd is
verstreken, vergeet je soms de context: zo onthoud je dit. Ook: key punten, toevoegende details, issues
gerelateerd aan context, algemene observaties, evaluaties en gedachten, gedachten gerelateerd aan analyse.