Paragraaf 1: In de loopgraven
Frankrijk en Duitsland, aartsvijanden 1871-1919
Voor en na 1900 stonden Frankrijk en Duitsland in twee oorlogen tegenover elkaar. In 1871 riep
Duitsland in het paleis te Versailles het Duitse keizerrijk uit. En in 1919 lieten de Fransen in
diezelfde Spiegelzaal de Duitsers een vredesverdrag ondertekenen om hun overwinning in de
Eerste Wereldoorlog kracht bij te zetten. Over de oorzaken, de aanleiding, het verloop en de
gevolgen van die 'grote' oorlog gaat dit hoofdstuk.
Paragraaf 2: Een kruidvat wordt gevuld
Vijf oorzaken en één aanleiding waren in 1914 de basis voor de Eerste Wereldoorlog. De vijf
oorzaken zijn:
• Nationalisme (in West-Europa en op de Balkan)
• Militarisme en wapenwedloop
• Economische concurrentie
• Modern-imperialisme
• Bondgenootschappen
Kaiser, revanche, colonial empire
De overwinning op Frankrijk en de vorming van één keizerrijk na de oorlog van 1870-1871 was
een geweldige stimulans voor het nationalisme in Duitsland. De rijkskanselier Bismarck was
samen met ‘der kaiser’ Wilhelm I vastbesloten om Duitsland te versterken. In 1871 moest
Frankrijk Elzas-Lotharingen aan de Duitsers afstaan. De ‘revanchegedachte’ werd belangrijk in
het Franse nationalisme. Groot-Brittannië was trots op haar vloot en haar koloniën.
Nationalisme op de Balkan
In Zuidoost-Europa kon het Ottomaanse Rijk de zelfstandigheid van verschillende volkeren niet
meer tegenhouden. Het Ottomaanse Rijk werd spottend ‘de zieke man van Europa’ genoemd.
Oostenrijk-Hongarije grensde aan het Turkse rijk en wist in 1908 Bosnië in te lijven. Oostenrijk-
Hongarije groeide uit tot een veelvolkerenstaat met volken die hun eigen taal, cultuur en
geschiedenis hadden. Rusland vertrouwde de macht van Oostenrijk-Hongarije niet. De botsing
van nationalistische gevoelens leidde tot een aantal Balkanoorlogen.