Aantekeningen hoorcolleges
Hoorcollege 1 20/9/24
Waarom kwam er kwalitatief onderzoek?
1. Pluralisatie van levenswerelden (steeds meer verschillende
levensstijlen)
2. Weinig bekend over sommige doelgroepen, sommige doelgroepen
kan je wel met kwalitatief onderzoek bereiken.
3. Beperkingen kwantitatieve methoden (niet alles wat je kan vinden
kan je generaliseren naar de praktijk, voorbeeld -> onderzoek naar
effect van therapieën)
Circulair = terug naar de onderzoeksvraag en bijstellen
Triangulatie -> en en
- Verschillende kwalitatieve methoden in combinatie gebruiken
- Kwalitatieve en kwantitatieve methoden in combinatie gebruiken
Garfunkel is gronlegger van etnomethodologie
Mixed methods: kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Mag je alleen
gebruiken als je vanaf het begin van je onderzoek ze combineerde.
Kwantitatief -> positivisme (er is 1 werkelijkheid), we ontdekken de
realiteit. Realisme/essentialisme
Kwalitatief -> constructivisme, we maken de realiteit. Functionaliteit
belangrijker dan waarheid. Nominalisme/pragmatisme
Theoretische kaders; kwalitatief onderzoek
1) Symbolisch interactionisme; betekenis die mensen geven aan
dingen
2) Etnomethodelogie; interactie creëert sociale werkelijkheid
3) Structuralisme; onbewuste structuren die ten grondslag liggen aan
sociale verschijnselen. Regels die we niet uitspreken maar die
iedereen kent
, Van theorie naar praktijk; methoden en data (research programmes)
1. Grounded theory; je doel is om ergens een theorie over te maken.
2. Etnomethodologie; welke taal we gebruiken om over bepaalde
dingen te spreken. Conversatieanalyse kijkt naar het hoe.
3. Narratieve studies; je geeft alle ruimte aan je participant
4. Etnografisch onderzoek; je dompelt jezelf onder in wat je wil
onderzoeken
5. Hermeneutische benaderingen; interpretatief onderzoek, inleven in
alle mogelijke contexten.
Presentisme -> we moeten kennis interpreteren met de kennis van dat
moment. Je kunt het dus niet zomaar op het verleden toepassen
(voorbeeld 80 jarige oorlog, ADHD).
Drie soorten data:
1. Talk
- Interviews
- Narratieven
- Focus groepen
2. Data beyond talk
- Observaties
- Etnografie
- Technologie
3. Gebruik bestaande data
- Documenten
- Bestaand visueel materiaal
- Internet, social medi
Text als data
Hoorcollege 1 20/9/24
Waarom kwam er kwalitatief onderzoek?
1. Pluralisatie van levenswerelden (steeds meer verschillende
levensstijlen)
2. Weinig bekend over sommige doelgroepen, sommige doelgroepen
kan je wel met kwalitatief onderzoek bereiken.
3. Beperkingen kwantitatieve methoden (niet alles wat je kan vinden
kan je generaliseren naar de praktijk, voorbeeld -> onderzoek naar
effect van therapieën)
Circulair = terug naar de onderzoeksvraag en bijstellen
Triangulatie -> en en
- Verschillende kwalitatieve methoden in combinatie gebruiken
- Kwalitatieve en kwantitatieve methoden in combinatie gebruiken
Garfunkel is gronlegger van etnomethodologie
Mixed methods: kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Mag je alleen
gebruiken als je vanaf het begin van je onderzoek ze combineerde.
Kwantitatief -> positivisme (er is 1 werkelijkheid), we ontdekken de
realiteit. Realisme/essentialisme
Kwalitatief -> constructivisme, we maken de realiteit. Functionaliteit
belangrijker dan waarheid. Nominalisme/pragmatisme
Theoretische kaders; kwalitatief onderzoek
1) Symbolisch interactionisme; betekenis die mensen geven aan
dingen
2) Etnomethodelogie; interactie creëert sociale werkelijkheid
3) Structuralisme; onbewuste structuren die ten grondslag liggen aan
sociale verschijnselen. Regels die we niet uitspreken maar die
iedereen kent
, Van theorie naar praktijk; methoden en data (research programmes)
1. Grounded theory; je doel is om ergens een theorie over te maken.
2. Etnomethodologie; welke taal we gebruiken om over bepaalde
dingen te spreken. Conversatieanalyse kijkt naar het hoe.
3. Narratieve studies; je geeft alle ruimte aan je participant
4. Etnografisch onderzoek; je dompelt jezelf onder in wat je wil
onderzoeken
5. Hermeneutische benaderingen; interpretatief onderzoek, inleven in
alle mogelijke contexten.
Presentisme -> we moeten kennis interpreteren met de kennis van dat
moment. Je kunt het dus niet zomaar op het verleden toepassen
(voorbeeld 80 jarige oorlog, ADHD).
Drie soorten data:
1. Talk
- Interviews
- Narratieven
- Focus groepen
2. Data beyond talk
- Observaties
- Etnografie
- Technologie
3. Gebruik bestaande data
- Documenten
- Bestaand visueel materiaal
- Internet, social medi
Text als data