Hoofdstuk 4 (C) Circulation.....................................................................................................................2
De cardiologie vereenvoudigd................................................................................................................6
Hoofdstuk 9.1 Het ECG...........................................................................................................................6
Hoofdstuk 1 Anatomie van het hart.......................................................................................................9
Hoofdstuk 8 Hartritme..........................................................................................................................10
1
, Week 3
Hoofdstuk 4 (C) Circulation
ABCDE voor verpleegkundigen
De hemodynamische toestand van de patiënt.
Hierbij wordt gekeken naar:
- Gekeken naar tekenen van shock
- In of uitwendige bloeding na trauma
Belangrijk is dat er intraveneuze toegang verkregen wordt, zodat indien nodig snel bloed afgenomen
kan worden en vocht toegediend kan worden.
4.1 Basale concepten van de circulatie
Microcirculatie van de weefsels en organen registreren continue de behoefte. Gebaseerd op:
- De beschikbaarheid van zuurstof en voedingsstoffen
- De ophoping van kooldioxide
- Andere afvalproducten
Wat er dan gebeurd is:
- Bloedvaten kunnen vernauwen = vasoconstrictie = weerstand verhogend
- Bloedvaten kunnen vergroten = vasodilatatie = weerstand verlagend
4.1.1 Hartcyclus
Een hartcyclus is een reeks van opeenvolgende gebeurtenissen die optreden in de tijd tussen de ene
hartslag en de volgende.
1. Vorming van actiepotentiaal in de sinusknoop.
2. Cellen in de sinusknoop generen autonoom actiepotentialen. Deze zal nabijgelegen
spiercellen van het rechteratrium prikkelen.
3. Deze cellen prikkelen weer aangrenzende cellen.
4. Cellen van het rechteratrium stimuleren vervolgens cellen van het linker atrium.
= Beide atria zijn gedepolariseerd
5. Vanuit de atria worden signalen via gespecialiseerde vezels 1) de AV knoop. 2) bundel van
His. 3) bundeltakken. Voorgeleid naar de spiermassa van de ventrikels.
= Contractie vindt plaats van de ventrikels
4.1.2 Bloedvolumes in de verschillende onderdelen van de circulatie
Het bloedvolume = de totale hoeveelheid bloed die zich in de grote
en kleine circulatie bevindt.
- 85% in de systemische circulatie
- 15% in het hart en de longen
*bloedvolume in capillairen is laag = terwijl deze vaatjes juist de
belangrijkste zijn voor de functie van de circulatie: diffusie van stoffen
van het bloed naar de weefsels en omgekeerd.
4.1.3 Standaardeenheden voor de bloeddruk
Wordt weergegeven in millimeter kwik (mmHg)
4.1.4 Druk in de verschillende onderdelen van de circulatie
2
, Omdat het hart pulsatiel pomp, wisselt de druk in de aorta en de grote arteriën tussen systolische
druk van 120 mmHg en een diastolische druk van 80 mmHg.
Ondanks de drukverschillen is de totale bloedstroom door de longen elke minuut gelijk aan die door
de systemische circulatie.
4.1.5 MAP (Mean Arterial Pressure)
De gemiddelde bloeddruk in het arteriële systeem = tussen de 70-100 mmHg
MAP = (CO X SVR) + CVP
CO = Cardiac output = hartminuutvolume
SVR = Systemische vaatweerstand
CVP = Centraal veneuze druk
4.1.6 Druk in de aorta en in de longvaten
- Wanneer het linkerventrikel samentrekt, neemt de druk in het ventrikel toe. Deze is hoger
dan de druk in de aorta.
- Hierdoor opent de aortaklep zich en pompt de linkerventrikel zijn inhoud in de aorta.
- De druk in de aorta stijgt hierdoor tot een maximum (gezond 120 mmHg).
- De klep tussen de aorta en de ventrikel sluit door het druk verschil, dit voorkomt dat het
bloed terug de ventrikel instroomt.
- Het bloed stroomt van de aorta naar de perifere arteriën. De aorta druk neemt weer af tot
de diastolische druk (gezond 80 mmHg)
4.1.7 Cardiale reserve
Het maximum percentage van mogelijke toename in hartminuutvolume vergeleken met het
hartminuutvolume in rust
Jonge gezonde mensen kunnen hun hartminuutvolume tijdens uiterste inspanning vervijfvoudigen,
wat gelijk kan worden gesteld aan een cardiale reserve van 400% .
4.1.8 Hartfrequentie
Dit verschilt per persoon en is afhankelijk van leeftijd en geslacht.
4.1.9 Slagvolume
Slagvolume is het volume aan bloed dat per hartslag in de circulatie wordt gepompt.
Is afhankelijk van:
- De preload: laag = slagvolume ook laag.
- De contractiliteit van het myocard: Bij verminderde contractiliteit = geen hoog slagvolume.
- De afterload: Het hart moet harder pompen. Hoog = slagvolume neemt af.
3