Werkgroep 1
Vraag 1:
Wat is sociale zekerheid?
Gehele levensweg kan je aanspraak maken op verschillende sociale zekerheid. Van je wieg tot je graf
ben je verzekerd van bepaalde zekerheden. AOW, kinderbijslag, uitkering bij ziekte.
Vraag 2:
Noem een aantal sociale risico’s
- Medische zorg
- Ouderenzorg en overlijden
- Werkloosheid
- Kinderzorg
- Behoeftigheid
Vraag 3:
Leg uit of het recht op sociale zekerheid een klassiek grondrecht of een sociaal grondrecht is.
Het recht op sociale zekerheid is een sociaal grondrecht. Dit komt doordat inspanning van de
overheid wordt verwacht.
Vraag 4:
Privatisering, activering en lokalisering zijn sleutelbegrippen in het sociaalzekerheidsstelsel. Leg deze
begrippen uit.
Privatisering: Bedrijven nemen steeds meer de taak van de overheid over
Activering: Mensen worden in de maatschappij gemotiveerd om hun steentje bij te dragen
Lokalisering: Op gemeentelijk niveau wordt veel qua sociale zekerheid geregeld
Vraag 5:
Wat houdt de Wet beperking export uitkeringen in?
In dit voorstel gaat voor veel uitkeringen het territorialiteitsbeginsel gelden. Doel van het voorstel is
het recht op uitkeringen van buiten Nederland wonende personen afhankelijk te maken van
afspraken in verdragen met andere landen. Daardoor verbetert de controle op uitkeringen naar het
buitenland.
,Opdracht 1
Werknemersverzekeringen
Wetten: WW, WIA en Ziektewet
Personele werkingssfeer: je moet werknemer zijn
Wijze van financiering: De premies van de verzekerden
Uitkeringssystematiek: loondervingsuitkering
Uitvoerder: UWV
Volksverzekeringen
Wetten: AOW, Algemene nabestaandewet, Algemene kinderbijslagwet, Wet langdurige zorg en de
Zorgverzekeringswet
Wijze van financiering: Premies van de verzekerde
Personele werkingssfeer: ingezetene van Nederland en je moet verzekerd zijn
Uitkeringssysteem: gekoppeld aan het minimumloon. Dit noemen we de minimumbehoefte-
uitkering.
Uitvoerder: sociale verzekeringsbank
Sociale voorzieningen
Wetten: Participatiewet, Wmo, Jeugdwet
Wijze van financiering: belasting
Personele werkingssfeer: rechthebbende
Uitkeringssysteem: gekoppeld aan het minimumloon en vermogen
Uitvoerder: gemeente
, Opdracht 2
Definitie:
Ondersteuning en zorg voor mensen die kwetsbaar zijn en het niet zelf redden in de samenleving,
ook niet met hulp van naasten
Doel:
WMO: om mensen zo lang mogelijk zelfredzaam te laten zijn. Mensen verbonden met elkaar laten
zijn en zorgen dat mensen elkaar helpen.
Jeugdwet: geldt voor jongeren tot 18 jaar. Het is van belang dat jongeren gezond en goed kunnen
opgroeien tot volwassenen.
Participatiewet: dat iedereen kan voorzien in voldoende inkomsten. Teven is het bewegen van
mensen naar een baan, arbeidsintegratie, ook voor mensen met een beperking.
Doelgroep
WMO: mensen die niet veilig thuis kunnen wonen, dakloze mensen, ouderen en mensen zonder
sociaal netwerk.
Jeugdwet: jonger tot achttien en hen ouders.
Participatiewet: mensen die geen werk hebben, geen inkomsten hebben of moeilijk aan werk
kunnen komen.
Wettelijk kader:
Hierboven genoemd.
Verantwoordelijk:
De Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het sociaalzekerheidsstelsel en het
sociaal domein.
Opdracht 3
Doel:
- Participatiewet: Mensen te bewegen richting een baan en het feit dat iedereen kan voorzien
in voldoende inkomen. Het bieden van bestaanszekerheid. Artikel 7 Participatiewet
- WMO: Mensen zo lang mogelijk zelfredzaam te laten zijn en mensen verbonden met elkaar
te laten zijn en elkaar te helpen. Artikel 1.1.1 WMO
- Jeugdwet: Jongeren moeten veilig, gezond en goed kunnen opgroeien en zich zo goed
mogelijk kunnen ontwikkelen. Mogelijkheid voor ouders om ondersteuning te krijgen bij
problemen. Artikel 1.1 Jeugdwet
Vraag 1:
Wat is sociale zekerheid?
Gehele levensweg kan je aanspraak maken op verschillende sociale zekerheid. Van je wieg tot je graf
ben je verzekerd van bepaalde zekerheden. AOW, kinderbijslag, uitkering bij ziekte.
Vraag 2:
Noem een aantal sociale risico’s
- Medische zorg
- Ouderenzorg en overlijden
- Werkloosheid
- Kinderzorg
- Behoeftigheid
Vraag 3:
Leg uit of het recht op sociale zekerheid een klassiek grondrecht of een sociaal grondrecht is.
Het recht op sociale zekerheid is een sociaal grondrecht. Dit komt doordat inspanning van de
overheid wordt verwacht.
Vraag 4:
Privatisering, activering en lokalisering zijn sleutelbegrippen in het sociaalzekerheidsstelsel. Leg deze
begrippen uit.
Privatisering: Bedrijven nemen steeds meer de taak van de overheid over
Activering: Mensen worden in de maatschappij gemotiveerd om hun steentje bij te dragen
Lokalisering: Op gemeentelijk niveau wordt veel qua sociale zekerheid geregeld
Vraag 5:
Wat houdt de Wet beperking export uitkeringen in?
In dit voorstel gaat voor veel uitkeringen het territorialiteitsbeginsel gelden. Doel van het voorstel is
het recht op uitkeringen van buiten Nederland wonende personen afhankelijk te maken van
afspraken in verdragen met andere landen. Daardoor verbetert de controle op uitkeringen naar het
buitenland.
,Opdracht 1
Werknemersverzekeringen
Wetten: WW, WIA en Ziektewet
Personele werkingssfeer: je moet werknemer zijn
Wijze van financiering: De premies van de verzekerden
Uitkeringssystematiek: loondervingsuitkering
Uitvoerder: UWV
Volksverzekeringen
Wetten: AOW, Algemene nabestaandewet, Algemene kinderbijslagwet, Wet langdurige zorg en de
Zorgverzekeringswet
Wijze van financiering: Premies van de verzekerde
Personele werkingssfeer: ingezetene van Nederland en je moet verzekerd zijn
Uitkeringssysteem: gekoppeld aan het minimumloon. Dit noemen we de minimumbehoefte-
uitkering.
Uitvoerder: sociale verzekeringsbank
Sociale voorzieningen
Wetten: Participatiewet, Wmo, Jeugdwet
Wijze van financiering: belasting
Personele werkingssfeer: rechthebbende
Uitkeringssysteem: gekoppeld aan het minimumloon en vermogen
Uitvoerder: gemeente
, Opdracht 2
Definitie:
Ondersteuning en zorg voor mensen die kwetsbaar zijn en het niet zelf redden in de samenleving,
ook niet met hulp van naasten
Doel:
WMO: om mensen zo lang mogelijk zelfredzaam te laten zijn. Mensen verbonden met elkaar laten
zijn en zorgen dat mensen elkaar helpen.
Jeugdwet: geldt voor jongeren tot 18 jaar. Het is van belang dat jongeren gezond en goed kunnen
opgroeien tot volwassenen.
Participatiewet: dat iedereen kan voorzien in voldoende inkomsten. Teven is het bewegen van
mensen naar een baan, arbeidsintegratie, ook voor mensen met een beperking.
Doelgroep
WMO: mensen die niet veilig thuis kunnen wonen, dakloze mensen, ouderen en mensen zonder
sociaal netwerk.
Jeugdwet: jonger tot achttien en hen ouders.
Participatiewet: mensen die geen werk hebben, geen inkomsten hebben of moeilijk aan werk
kunnen komen.
Wettelijk kader:
Hierboven genoemd.
Verantwoordelijk:
De Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het sociaalzekerheidsstelsel en het
sociaal domein.
Opdracht 3
Doel:
- Participatiewet: Mensen te bewegen richting een baan en het feit dat iedereen kan voorzien
in voldoende inkomen. Het bieden van bestaanszekerheid. Artikel 7 Participatiewet
- WMO: Mensen zo lang mogelijk zelfredzaam te laten zijn en mensen verbonden met elkaar
te laten zijn en elkaar te helpen. Artikel 1.1.1 WMO
- Jeugdwet: Jongeren moeten veilig, gezond en goed kunnen opgroeien en zich zo goed
mogelijk kunnen ontwikkelen. Mogelijkheid voor ouders om ondersteuning te krijgen bij
problemen. Artikel 1.1 Jeugdwet