Hoofdstuk 9: Paradigma’s
Met een paradigma wordt in de wetenschapsfilosofie een geheel van
veronderstellingen aangeduid. Hoofdconcepten en kernconcepten kunnen
in verschillende paradigma’s een andere betekenis hebben. Een
paradigma is een wetenschappelijke bril om op een bepaalde manier
beschrijvingen en verklaringen te kunnen geven van maatschappelijke
verschijnselen.
De verschillende opvattingen die voortvloeien uit de paradigma’s zijn
terug te voeren op het antwoord op twee vragen:
1. Is de samenleving beter te begrijpen vanuit het gedrag van de
actoren (microniveau) of vanuit bredere structuren (macroniveau)
2. Is menselijk gedrag binnen de samenleving beter te verklaren door
conflict of juist door consensus?
Rationele actor-paradigma
Het rationele actor-paradigma gaat uit van rationeel handelen. Dit houdt in
dit geval in dat handelen van zowel een individu als van het collectief
gezien wordt als gevolg van logische afwegingen. In deze afweging draait
het volgens dit paradigma om zogenaamde nutsmaximalisatie: het streven
naar zoveel mogelijk baten en zo min mogelijk kosten.
Bij dit paradigma wordt er vooral op microniveau gekeken naar
verklaringen voor maatschappelijke verschijnselen. Het handelen op
microniveau leidt tot maatschappelijke verschijnselen op macroniveau.
Belangrijke aannames en redeneringen binnen dit paradigma:
Actoren gaan uit van een rationele afweging
Rationeel handelen van actoren zorgt voor ordening van de
samenleving
De keuze die voor een individu rationeel zijn om te maken, kan voor
het collectief negatieve gevolgen hebben.
De grondlegger van het rationele actor-paradigma is Adam Smith
- Wealth of nations: welvaart van een land wordt voor een belangrijk
deel bepaald door arbeidsproductiviteit
- Verschillen in de welvaart worden verklaard met de mate waarin
individuen in een samenleving erin slagen rationele keuzes te maken
(meritocratisch ideaal)
De criminologische theorie die bij dit paradigma past is de rationele keuze
theorie.
- Wanneer de verwachten opbrengsten (baten) hoger zijn dan het
verwachte risico (kosten), dan neemt de kans dat iemand crimineel
gedrag vertoont toe.
- Aanname: crimineel gedrag kan worden bestreden door de baten te
verkleinen en de kosten te verhogen.
Met een paradigma wordt in de wetenschapsfilosofie een geheel van
veronderstellingen aangeduid. Hoofdconcepten en kernconcepten kunnen
in verschillende paradigma’s een andere betekenis hebben. Een
paradigma is een wetenschappelijke bril om op een bepaalde manier
beschrijvingen en verklaringen te kunnen geven van maatschappelijke
verschijnselen.
De verschillende opvattingen die voortvloeien uit de paradigma’s zijn
terug te voeren op het antwoord op twee vragen:
1. Is de samenleving beter te begrijpen vanuit het gedrag van de
actoren (microniveau) of vanuit bredere structuren (macroniveau)
2. Is menselijk gedrag binnen de samenleving beter te verklaren door
conflict of juist door consensus?
Rationele actor-paradigma
Het rationele actor-paradigma gaat uit van rationeel handelen. Dit houdt in
dit geval in dat handelen van zowel een individu als van het collectief
gezien wordt als gevolg van logische afwegingen. In deze afweging draait
het volgens dit paradigma om zogenaamde nutsmaximalisatie: het streven
naar zoveel mogelijk baten en zo min mogelijk kosten.
Bij dit paradigma wordt er vooral op microniveau gekeken naar
verklaringen voor maatschappelijke verschijnselen. Het handelen op
microniveau leidt tot maatschappelijke verschijnselen op macroniveau.
Belangrijke aannames en redeneringen binnen dit paradigma:
Actoren gaan uit van een rationele afweging
Rationeel handelen van actoren zorgt voor ordening van de
samenleving
De keuze die voor een individu rationeel zijn om te maken, kan voor
het collectief negatieve gevolgen hebben.
De grondlegger van het rationele actor-paradigma is Adam Smith
- Wealth of nations: welvaart van een land wordt voor een belangrijk
deel bepaald door arbeidsproductiviteit
- Verschillen in de welvaart worden verklaard met de mate waarin
individuen in een samenleving erin slagen rationele keuzes te maken
(meritocratisch ideaal)
De criminologische theorie die bij dit paradigma past is de rationele keuze
theorie.
- Wanneer de verwachten opbrengsten (baten) hoger zijn dan het
verwachte risico (kosten), dan neemt de kans dat iemand crimineel
gedrag vertoont toe.
- Aanname: crimineel gedrag kan worden bestreden door de baten te
verkleinen en de kosten te verhogen.