De T-cel receptor (TCR) heeft een zelfde
structuur als het Fab fragment van een
antilichaam. De TCR bestaat uit een α- en een
β-keten die allebei een variabel en constant
dele hebben. De signalen gaan via een
cytoplasmatische staart.
De α-keten bestaat uit een V en J segment en de β-
keten uit een V, D en J fragment. De TCR
diversiteit wordt ook gegenereerd door gene
arrangement.
De TCR diversiteit is zelfs groter dan de
antilichaam diversiteit door de grote
junctionale diversiteit ervan. Somatische
recombinatie resulteert in combinatoriële
en junctionale diversiteit.
Je hebt bij zowel de α- als β-keten drie CDR regio’s: CDR1, CDR2
en CDR3 (in totaal dus 6 op een TCR en 12 op een antilichaam).
CDR1 en CDR2 bevinden zich in het V-segment en CDR3 deels in
het V, (D) en J-segment. De lengte van CDR3 wordt daarnaast
bepaald door random inserties en deleties. CDR3 is daarmee het
meest variabel. Verschillende CDR sequenties herkennen
verschillende epitopen. Als mensen dus geïnfecteerd zijn dan is hun
reactie met antilichamen anders. Toch kan je het zien als iemand
geïnfecteerd is door naar de T-cellen in het bloed te kijken (full T-
cell repertoir sequencing), ergens is er dus wel een overeenkomst in
de productie van CDR3 regio’s.
, De expressie van een TCR op het celoppervlak vereist associatie met
andere additionele eiwitten: T-cel receptor complex. De TCR is erg
ingewikkeld en dit is nodig omdat de T-cellen heel veel reguleren
binnen de adaptieve immuun respons, dus je wil een goede regulatie.
Daarom zijn er tijdens de signalering ook allerlei checkpoints om te
zorgen dat alles goed gaat.
T-cellen interacteren met andere cellen. Je hebt twee soorten T-cellen:
∼ CD8 T-cellen herkennen virus-geïnfecteerde cellen via MHCI complex en maken deze
dood.
∼ CD4 T-cellen herkend antigeen presenterende cellen via MHCII complex. Ze kunnen
macrofagen of B-cellen activeren. Ze heten ook wel helper T-cellen en zijn de hoofd
regulator. Ze doden zelf geen cellen.
MHC klasse I worden door alle cellen
geëxpresseert en MHC klasse II alleen door
antigeen presenterende cellen (APC). MHC klasse
I presenteren dus antigenen aan CD8 T-cellen
(CTL) en MHC klasse II moleculen presenteren
antigenen aan CD4 T-cellen. (Thelper)
MHC moleculen binden veel soorten peptides.
Deze binding pocket verschilt wel tussen de twee
klasses MHC moleculen. MHC I binding site is
meer gesloten waardoor er kortere peptides (8-11
aa, basisch (+) of hydrofoob aan C-terminus)
binden. MHC II binding site is meer open
waardoor er langere peptides kunnen binden.