Geschiedenis is het denken en doen van de mensen uit het verleden
Hoofdstuk 1
De jager-verzamelaars leefde in kampen. Ze sloegen geen voedsel op, dus als ze
dat nodig hadden gingen ze gewoon jagen op dieren in de buurt, of verzamelde ze
wat bessen of planten. De groepen leefde in kleine gebieden, zodat ze het gebied
heel goed kende. Ze wisten bijvoorbeeld in welke tijd van het jaar welke dieren waar
zouden verschijnen. Veel kinderen werden er niet geboren, omdat er anders niet
genoeg voedsel zou zijn. Het draagvermogen van een gebied is hoeveel voedsel er
in een gebied is om een bepaald aantal mensen te kunnen onderhouden.
De landbouw is waarschijnlijk als eerste ontstaan in de vruchtbare halve maan
(een gebied in het Midden-Oosten), Oost-Azië en in Midden-Amerika. Er zijn twee
bekende theorieën over hoe de landbouw is ontstaan.
Oasetheorie:
Door de ijstijd werd het klimaat droger. Vanwege de behoefte aan water gingen de
jager-verzamelaars in de buurt van een oase leven. Omdat dit een beperkt gebied
was, moesten ze het draagvermogen vergroten. Dit deden ze met behulp van
landbouw.
Theorie van Hillman:
Jager-verzamelaars moeten hebben opgemerkt dat er wild graan groeide in de buurt
van hun kampen. Dit begonnen ze toen te verbouwen. Na een koude periode
kwamen ze erachter dat het wilde graan gestorven was, maar hun tamme graan wel
nog gewoon leefde.
De kleine dorpjes van de boeren groeide uit tot stadstaten. Vermoedelijk gebeurde
dit als eerste in Mesopotamië, een gebied in het Midden-Oosten. Door het vele
landbouw aan de rivieren ontstond er een overproductie. Er waren minder boeren
nodig, dus sommigen begonnen zich te specialiseren in andere dingen, zoals
ambachten en handel. Hierdoor ontstond hiërarchie. Dit betekent dat je machtiger
bent als je veel bezit hebt, of een speciaal beroep had. In het centrum van de
stadstaat stond meestal een tempel. Dit was niet alleen om de goden te eren, maar
ook om voorraden in op te slaan. Deze voorraden werden dan uitbetaalt aan de
mensen die voor de stad werkte, zoals priesters, ambtenaren of soldaten. Dit soort
economie werd het redistributiesysteem of tempeleconomie genoemd. Om bij te
houden hoeveel voorraden er nog waren, werd het schrift ontwikkeld.
De stadstaat heeft vier kenmerken:
1. Hiërarchie
2. Godsdienstig centrum
3. Specialisatie
4. Schrift