Robin Roozendaal 3a
Biologie samenvatting
Paragraaf 1 | genotype en fenotype
Erfelijke informatie
Lichaamscellen: De cellen waaruit je lichaam is opgebouwd.
Elk lichaamscel bestaat uit 46 chromosomen: 23 van je vader en 23 van je moeder,
die liggen als dunne draden in de celkern. Ze bestaan voor een groot deel uit DNA: in
deze stof word informatie voor je erfelijke eigenschappen opgeslagen.
Bij een celdeling worden eerst de chromosomen gekopieerd
en daar word de cel gedeeld. Als een cel zich deelt worden
beide cellen een dochtercel genoemd. Elke celkern van elke
lichaamscel is hetzelfde.
Genotype
Het DNA bevat informatie over duizenden eigenschappen. Stukjes DNA die samen de
informatie bevatten voor een eigenschap, vormen een gen. Alle genen samen
bevatten alle informatie voor je erfelijke informatie dit noem je: genotype.
Een cel gebruikt alleen de genen die hij nodig heeft de rest is niet actief. De genen die
niet actief zijn hangen af waar in het lichaam de cel zich bevind. Als een gen actief is
kan het een klein beetje tot erg actief zijn.
Fenotype
fenotype: alle eigenschappen van een organisme samen. Als je je haar van nature
bruin is en je het paars verft verandert je fenotype wel maar je fenotype niet.
Fenotype gaat vooral over de eigenschappen die veranderen tijdens je leven
bijvoorbeeld door je levensstijl.
, Robin Roozendaal 3a
Paragraaf 2 | chromosomen
Paren
chromosomen bestaan uit paren. Je hebt dus 23 paren chromosomen in een celkern.
Beide chromosomen van een paar hebben informatie voor dezelfde erfelijke
eigenschappen. Bijvoorbeeld: op beide chromosomen van paar 15 liggen genen met
informatie voor oogkleur.
Geslacht
Het 32 paar chromosomen is of XX of XY. In de
afbeelding staan er 2 voor het voorbeeld maar
er kan er maar 1 zijn. het 32 paar word ook wel
de geslachtschromosomen genoemd.
Soms word er ook wel is een jongen met XX
geboren of een meisje met XY.
Verschillende informatie
de meeste bandjes hebben de zelfde kleur dit
betekend bijvoorbeeld dat beide chromosomen informatie bevatten voor
bijvoorbeeld blond haar. Als de ene chromosoom bijvoorbeeld informatie geeft voor
blauwe ogen en de andere voor groene ogen dan bevatten de chromosomen
verschillende varianten van een gen. Van elk chromosoom paar is 1 van de vader en
1 van de moeder.
Geslachtscellen
Bij geslachtelijke voortplanting versmelten twee geslachtscellen (eicel en zaadcel).
Een geslachtscel bevat 23 chromosomen. Meiose:
deling waardoor geslachtscellen ontstaan, hierbij
krijgt elke geslachtscel 1 chromosoom van elk paar.
Bij het vormen van geslachtscellen is veel variatie
mogelijk.
Biologie samenvatting
Paragraaf 1 | genotype en fenotype
Erfelijke informatie
Lichaamscellen: De cellen waaruit je lichaam is opgebouwd.
Elk lichaamscel bestaat uit 46 chromosomen: 23 van je vader en 23 van je moeder,
die liggen als dunne draden in de celkern. Ze bestaan voor een groot deel uit DNA: in
deze stof word informatie voor je erfelijke eigenschappen opgeslagen.
Bij een celdeling worden eerst de chromosomen gekopieerd
en daar word de cel gedeeld. Als een cel zich deelt worden
beide cellen een dochtercel genoemd. Elke celkern van elke
lichaamscel is hetzelfde.
Genotype
Het DNA bevat informatie over duizenden eigenschappen. Stukjes DNA die samen de
informatie bevatten voor een eigenschap, vormen een gen. Alle genen samen
bevatten alle informatie voor je erfelijke informatie dit noem je: genotype.
Een cel gebruikt alleen de genen die hij nodig heeft de rest is niet actief. De genen die
niet actief zijn hangen af waar in het lichaam de cel zich bevind. Als een gen actief is
kan het een klein beetje tot erg actief zijn.
Fenotype
fenotype: alle eigenschappen van een organisme samen. Als je je haar van nature
bruin is en je het paars verft verandert je fenotype wel maar je fenotype niet.
Fenotype gaat vooral over de eigenschappen die veranderen tijdens je leven
bijvoorbeeld door je levensstijl.
, Robin Roozendaal 3a
Paragraaf 2 | chromosomen
Paren
chromosomen bestaan uit paren. Je hebt dus 23 paren chromosomen in een celkern.
Beide chromosomen van een paar hebben informatie voor dezelfde erfelijke
eigenschappen. Bijvoorbeeld: op beide chromosomen van paar 15 liggen genen met
informatie voor oogkleur.
Geslacht
Het 32 paar chromosomen is of XX of XY. In de
afbeelding staan er 2 voor het voorbeeld maar
er kan er maar 1 zijn. het 32 paar word ook wel
de geslachtschromosomen genoemd.
Soms word er ook wel is een jongen met XX
geboren of een meisje met XY.
Verschillende informatie
de meeste bandjes hebben de zelfde kleur dit
betekend bijvoorbeeld dat beide chromosomen informatie bevatten voor
bijvoorbeeld blond haar. Als de ene chromosoom bijvoorbeeld informatie geeft voor
blauwe ogen en de andere voor groene ogen dan bevatten de chromosomen
verschillende varianten van een gen. Van elk chromosoom paar is 1 van de vader en
1 van de moeder.
Geslachtscellen
Bij geslachtelijke voortplanting versmelten twee geslachtscellen (eicel en zaadcel).
Een geslachtscel bevat 23 chromosomen. Meiose:
deling waardoor geslachtscellen ontstaan, hierbij
krijgt elke geslachtscel 1 chromosoom van elk paar.
Bij het vormen van geslachtscellen is veel variatie
mogelijk.