Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Answers

Werkgroepen week 1-7 ()

Rating
-
Sold
1
Pages
54
Uploaded on
10-02-2020
Written in
2018/2019

Nauwkeurige en volledige antwoorden van de werkgroepopdrachten, inclusief uitwerking van de arresten, verbeteringen en aantekeningen.

Institution
Course

Content preview

Werkgroepen Strafrecht 3 (2018-2019)

Werkgroep 1 – Vooronderzoek, verdenking, verdachte, verhoor en vrijheidsbeneming

Algemene vragen
1. a. Het materiele begrip verdachte houdt in degene tegen wie (op grond van feiten en
omstandigheden) een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaat. Zie art.
27 lid 1 Sv.
b. Het formele begrip verdachte houdt in degene die wordt vervolgd. Dit is dus slechts een
technische en kleurloze omschrijving. Zie art. 27 lid 2 Sv.
c. Als iemand door een opsporingsambtenaar als verdachte wordt aangemerkt voordat hij
wordt vervolgd, terwijl niet is voldaan aan de eisen van art. 27 lid 1, dan kan de verdachte
toch een beroep doen op de rechten die toekomen aan verdachten. Het artikel stelt dus
grenzen aan de bevoegdheden van opsporingsambtenaren en niet aan de rechten van de
verdachte.

2. a. Het pressieverbod is geregeld in art. 29 lid 1. Dit houdt in dat de verhorende rechter of
ambtenaar zich moet onthouden van alles wat de strekking heeft een verklaring te
verkrijgen, waarvan niet gezegd kan worden in vrijheid te zijn afgelegd.
b. Cautie is geregeld in art. 29 lid 2. Dit houdt in dat het verplicht is om de verdachte te
wijzen op zijn zwijgrecht, voordat hij wordt verhoord.
c. Hieraan ligt ten grondslag het nemo tenetur-beginsel (de verdachte hoeft niet aan zijn
eigen veroordeling mee te werken).

3. Verhoor in de zin van art. 29 Sv: alle vragen aan een door een opsporingsambtenaar als
verdachte aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een geconstateerd
strafbaar feit.

4. De stelling is tot op zekere hoogte juist. Het woord nimmer maakt de stelling namelijk
ongenuanceerd. Als namelijk aannemelijk is dat de verdachte door het verzuim niet in zijn
verdediging is geschaad, dan mag de verklaring wel als bewijs worden gebruikt.

5. Juist. Het vrije verkeer tussen verdachte en raadsman mag worden beperkt. Dit mag echter
niet meer als het rechtsgeding een aanvang heeft genomen door de betekening van de
dagvaarding. Zie art. 46 lid 4 Sv.

6. a. in art. 141 en 142 Sv.
b. Ja, deze opsomming is limitatief.
c. Buitengewone opsporingsambtenaren hebben een beperkte opsporingstaak.

7. Verbaliseringsplicht: het opmaken van een proces-verbaal. Art. 152 Sv.

8. Bijzondere positie van de OvJ bij de opsporing: art. 132a Sv (hij heeft het gezag over het
opsporingsonderzoek) en art. 148 Sv (hij geeft bevelen).

9. In geval van heterdaad is inderdaad een ieder bevoegd tot aanhouding (art 53 Sv).
Heterdaad is gedefinieerd in art 128 Sv. Als hiervan geen sprake is, dus gevallen buiten
heterdaad, zijn alleen opsporingsambtenaren bevoegd tot aanhouding over te gaan (art 54
Sv).

,10. Typen opsporingsonderzoek:
- Klassieke opsporing
- Repressieve controle
- Proactieve opsporing
- Inlichtingenwerk
- Verkennend onderzoek

11. Kenmerkend voor het toepassen van dwangmiddelen is dat zij een inbreuk maken op de
(grond)rechten van burgers.

12. Steunbevoegdheden: ter ondersteuning van een bevoegdheid of dwangmiddel.
Bijvoorbeeld het betreden van plaatsen ter aanhouding (art. 55 Sv).

Connexe bevoegdheden: bevoegdheden die gekoppeld zijn aan de uitoefening van een
andere bevoegdheid. Bijvoorbeeld fouilleren (art. 56 Sv).

13. Onjuist. Het staande houden valt onder vrijheidsbeperking. Er is een verschil tussen
beneming en beperking.

14. a. nee. De opsporingsambtenaar mag slechts vragen naar personalia, hij mag deze niet
vorderen. Art. 184 Sr is dus niet van toepassing. (Maar let op: tegenwoordig geldt wel de
wet identificatieplicht op grond waarvan een ieder is verplicht zijn ID te laten zien. Als je
dat niet doet, pleeg je alsnog een strafbaar feit. Er moeten echter wel speciale redenen zijn
om iemand hiernaar te vragen, het is namelijk onrechtmatig om hier zonder reden of
aanleiding naar te vragen.)
b. als je wordt staande gehouden en je loopt weg, dan loop je geen risico (dat mag dus
gewoon). Wat niet mag is je met geweld losrukken. Dit valt namelijk onder
wederspannigheid (art. 180 Sr).

15. Tot aanhouding conform art. 54 Sv is bevoegd de OvJ. Op deze bevoegdheid geldt een
aanvulling: hij kan de aanhouding bevelen, waardoor in de praktijk aanhoudingen vaker
plaatsvinden door lagere opsporingsambtenaren. Daarnaast zijn lagere
opsporingsambtenaren bevoegd om tot aanhouding over te gaan indien het optreden van
de (hulp)OvJ niet kan worden afgewacht.

Arresten
Hollende kleurling (geen redelijk vermoeden van schuld)
1. Verdachte werd vervolgd voor primair het opzettelijk in bezit, althans aanwezig
hebben van drugs als bedoeld in art. 1 lid 1 onder h Opiumwet (heroïne) en zout van
heroïne als bedoeld in art. 2 lid 1 onder d Opiumwet.
Subsidiair werd hij vervolgd voor het zich opzettelijk met geweld verzetten tegen een
ambtenaar werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
(wederspannigheid, art. 180 Sr)
2. Ze zagen dat een kleurling hard lopend uit het café Caribian Nights kwam. Dit café
staat bekend als een verzamelplaats van handelaren en gebruikers van verdovende
middelen. Wat opviel was dat de verdachte zijn linkerhand voortdurend in zijn jaszak
bleef houden.
3. Nee, dit was niet voldoende grond voor een redelijk vermoeden van schuld. Niet is
gebleken dat de opsporingsambtenaren op heterdaad hadden ontdekt dat de verdachte
heroïne in bezit had. Ook is niet gebleken dat hun vermoeden gegrond was. Al deze

, aanwijzingen leveren geen redelijk vermoeden van schuld op aan enig strafbaar feit als
bedoeld in art. 27 Sv.
4. Einduitspraak hof: vrijspraak. Het achtte de rechtmatige uitoefening door de
opsporingsambtenaren namelijk niet bewezen en kunnen de bewijsmiddelen niet
rechtmatig zijn aangezien de wettelijke voorschriften niet met voldoende
zorgvuldigheid in acht zijn genomen.

Rennende reputatie (wel redelijk vermoeden van schuld)
1. Verdachte werd vervolgd ter zake wederspannigheid (art. 180 Sr).
2. Einduitspraak hof Den Bosch: veroordeling ter zake van wederspannigheid tot 2
weken gevangenisstraf. (punt 1 HR)
3. De verdachte vond dat er geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld,
omdat volgens hem beide verbalisanten niet in de rechtmatige uitoefening van hun
bediening waren nu er op het moment van het staande houden geen sprake was van
een redelijk vermoeden van schuld: de verdachte zou zich namelijk volstrekt normaal
hebben gedragen, in ieder geval geen enkele verdachte handelingen hebben verricht.
(punt 1.2-1.4)
4. Volgens de verdachte had het hof dus de volgende einduitspraak moeten doen:
vrijspraak. Volgens verdachte had het hof nader moeten motiveren waarom er een
redelijk vermoeden van schuld was. Hij is dus van mening dat het bestanddeel ‘in de
rechtmatige uitoefening van zijn bediening’ niet bewezen kan worden aangezien er
geen redelijk vermoeden van schuld aanwezig was. (punt 1.4)
5. De HR oordeelt dat het oordeel van het hof niet berust op een onjuiste opvatting
omtrent het bepaalde in art. 27 lid 1 Sv. Ook vindt de HR het oordeel niet
onbegrijpelijk. Het oordeel steunt op omstandigheden van feitelijke aard, zodat het in
cassatie niet op zijn juistheid kan worden onderzocht. (r.o. 5.3)
6. Onjuist. De HR oordeelt dat in cassatie de juistheid van de feiten niet onderzocht kan
worden. Dit is namelijk aan de feitenrechter (aangezien de HR geen feitenrechter is).
Het waren al bekenden van de politie. Dit mag niet als redelijk vermoeden van schuld
worden aangenomen. Dat eentje wegrende wel. Arrest van HR is bedoeld om
algemene regel te geven, maar altijd kijken naar omstandigheden van het geval.

Weigerachtige zwartrijder (was de bevoegdheid al voorbij?)
1. Het hof heeft de verdachte veroordeeld voor wederspannigheid (art. 180 Sr).
2. Verdachte voert het verweer aan dat er geen sprake meer was van een situatie waarin
de agenten gebruik maakten van hun bevoegdheid om de verdachte staande te houden
en hem naar zijn persoonsgegevens te vragen. Op de vraag naar zijn adres heeft
verdachte geantwoord dat hij geen adres heeft en is daarna zonder toepassing van
geweld doorgelopen. Hierop hebben de agenten hem vastgepakt. Volgens hem was de
staandehouding al voorbij.
3. De HR oordeelt dat het hof is uitgegaan van een juiste rechtsopvatting dat het staande
houden nog voortduurde op het moment waarop de verdachte opnieuw werd
vastgepakt. Deze opvatting is ook niet onbegrijpelijk. Naar redelijke uitleg van art 52
Sv eindigt de bevoegdheid tot staande houden niet door de enkele omstandigheid dat
de verdachte een door de agent gestelde vraag naar zijn personalia niet of ontwijkend
heeft beantwoord. (ro. 3.6)

Oefenvragen
Casus 1

, 1. In onderhavig geval is geen sprake van ontdekking op heterdaad, aangezien het feit
niet wordt ontdekt terwijl het wordt begaan of terstond nadat het is begaan (zie
definitie art. 128 Sv). Als je de dader al niet meer ziet is het al heel snel buiten
heterdaad. Het is niet zo dat ze de man de diefstal zien plegen. Ze kregen namelijk
alleen de melding dat er een dronken man op straat lag en horen pas op de plek zelf
dat er een diefstal is gepleegd. (De vrouw herkent de man weliswaar, maar er zit enige
tijd tussen de diefstal en het moment dat zij hem weer ziet. In de tussentijd hebben de
agenten geen opsporingshandelingen verricht met betrekking tot die diefstal.)

Daarom is art. 54 Sv hier van toepassing.

2. De aanhouding is rechtmatig als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Allereerst
moet de man als verdachte in de zin van art. 27 lid 1 Sv kunnen worden aangemerkt.
Er moet dus sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld. Dit vermoeden moet
voortvloeien uit feiten of omstandigheden. Het feit dat de man dronken is, wil nog niet
zeggen dat hij de diefstal ook heeft gepleegd. Hieruit kan dus nog geen redelijk
vermoeden van schuld worden aangenomen. Er is echter nog een getuigenverklaring,
namelijk die van mevrouw Brouwensteijn. Zij zegt de man te herkennen als de
overvaller, wat wel een redelijk vermoeden van schuld kan opleveren.

Ten tweede moet er gekeken worden naar de aanhouding zelf. De man is aangehouden
ter zake van diefstal met geweld (art. 312 lid 1 Sr). Dit is een misdrijf waarop een
gevangenisstraf van maximaal 9 jaar staat. Ogv art. 67 lid 1 sub a Sv is voorlopige
hechtenis dus toegestaan. (want meer dan 4 jaar)

Is er sprake van spoedige voorgeleiding? Ja. Meteen naar het bureau gebracht.

Ten derde moet er sprake zijn van een spoedige voorgeleiding (spoedige
voorgeleiding, moet achteraf gecheckt worden). In onderhavige situatie hebben de
agenten de man meteen in de boeien geslagen.

Ook moet er sprake zijn van een spoedige situatie. Normaal gesproken dient
aanhouding plaats te vinden op bevel van de OvJ, tenzij er sprake is van een
spoedeisende situatie (kon bevel worden afgewacht? Zie lid 3). Dat is in deze situatie
echter niet gebeurd. Indien het bevel niet kan worden afgewacht, bepaalt art. 54 lid 4
Sv dat de verdachte ten spoedigste moet worden voorgeleid aan de hulp-OvJ of de
OvJ. Hiervoor moet sprake zijn van een spoedeisend belang. Dit is echter in
onderhavige situatie niet het geval: de man ligt dronken op de grond. Een bevel kon
dus makkelijk even worden afgewacht. (Het beval kan namelijk zelfs telefonisch
worden gegeven.) Altijd afwegen of er sprake is van proportionaliteit en subsidiariteit.

Dus: de aanhouding was onrechtmatig.

3. Bijstand door raadsman is geregeld in art. 28 Sv. Het recht om voorafgaand aan het
eerste verhoor met de raadsman te overleggen is geregeld in art. 28c Sv. Op grond van
het eerste lid moet de verdachte hiertoe de gelegenheid worden verschaft. Het moet
dan wel gaan om een situatie uit art. 28b Sv en de verdachte moet om rechtsbijstand
hebben gevraagd.
In onderhavige situatie is sprake van een geval zoals omschreven in lid 2, het gaat
namelijk om een misdrijf waarop voorlopige hechtenis is toegestaan. Uit de casus

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 10, 2020
Number of pages
54
Written in
2018/2019
Type
Answers
Person
Unknown

Subjects

$8.99
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
annikaniklasch

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
annikaniklasch Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
6
Member since
7 year
Number of followers
5
Documents
6
Last sold
4 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions