De student kan:
uitleggen op welke manier veranderingen optreden tijdens lichaamsgroei en welke
rol hormonen daarbij spelen.
uitleggen welke veranderingen in het lichaam optreden bij veroudering en welke
fysiologische processen een rol spelen m.b.t. hormonen, cellen, bloedsomloop,
ademhaling, houdings- en bewegingsapparaat, zenuwstelsel en vegetatieve functies.
uitleggen welke invloed leefstijl en omgeving op verouderingsprocessen hebben.
Hormonen en lichaamsgroei
- Groeihormoon (somatroop hormoon)
Hypothalamus geeft GH-RH (releasing) af hypofyse wordt gestimuleerd en geeft GH af.
Daarnaast kan hypothalamus ook GH-IH (inhibiting) afgeven, waardoor de hypofyse juist
geremd wordt om GH af te geven.
Heeft een anabool effect (= opbouw en herstel) en wordt je hele leven afgegeven, alleen in
de puberteit veel meer.
GH heeft op weefsels invloed door cellen te laten vermeerderen waardoor de weefsels
groter worden.
Daarnaast heeft GH nog een specifieke invloed op de lever: lever geeft na GH, IGF
(somatomedine) af waardoor de skeletgroei vanuit epifysairschijven plaatsvindt.
Te weinig GH: dwerggroei
Teveel GH: reuzengroei hart moet harder werken, kan invloed hebben op levensduur.
- Schildklierhormoon (thyroxine)
Hypothalamus geeft het hormoon TRH af stimuleert hypofyse hypofyse scheidt het
hormoon TSH af stimuleert schildklier schildklier geeft thyroxine af.
Zorgt voor skeletgroei en celstofwisseling.
Thyroxine bevat vier jodiumatomen (T4), die in cellen worden omgezet tot drie
jodiumatomen (T3). Dit stimuleert stofwisseling in de organen en stimuleert de groei.
Hypothyreoïdie: tekort aan schildklierhormoon. Kan ontstaan door jodiumgebrek. Doordat
negatieve terugkoppeling dan ontbreekt, produceren hypofyse en hypothalamus grote
hoeveelheden stimulerende stoffen. Hierdoor wordt de schildklier groot. Leidt bij kinderen
tot groei- en ontwikkelingsstoornissen.
Hyperthyreoïdie: overmaat aan schildklierhormoon verhoogd basaal metabolisme (=
stofwisseling in de cellen op het moment dat je helemaal niks aan het doen bent, zorgt oa
voor warmteproductie).
- Hormonen voor calciumhomeostase: PTH, calcitonine en omzettingsproduct van
vitamine D
Vitamine D: bevordert resorptie van calcium- en fosfaationen in darm en bevordert
terugresorptie van calcium uit voorurine in de nieren.
PTH: bij daling van calciumspiegel in bloed wordt dit meer afgescheiden. Haalt
calcium uit bot om het gehalte in bloed te laten stijgen. PTH stimuleert osteoclasten
om een deel van de botkalk op te lossen, stimuleert terugresorptie van calcium in de
nier en stimuleert omzetting van vitamine D.
Calcitonine: remt botafbrekende activiteit door osteoclasten te remmen
botopbouw stijgt.