HR Nijmeegse scooterzaak II
Rechtsregel →Door met een ander een overval voor te breiden, kan de verdachte zich
ook verbinden aan hetgeen dat in die voorbereiding besloten ligt (r.o. 2.3)
Opdracht 3A
De rechtsvraag is of Mike vervolgd kan worden voor medeplegen van het verstoren van een
godsdienstige samenkomst in de zin van artikel 47 lid 1 sub 1 jo. 146 Sr.
Om te kunnen spreken van medeplegen, in de zin van artikel 47 lid 1 onder 1 Sr, moet er
een nauwe en bewuste samenwerking zijn. Dit betekent een voldoende nauwe en bewuste
samenwerking met een ander of anderen op basis van de omstandigheden van het geval. Er
moet sprake zijn van een samenwerking met een bepaalde intensiteit (nauw). Ook moet er
sprake zijn van een bewuste samenwerking en daarbij hoort dubbel opzet: opzet op het
medeplegen zelf en opzet op het delict zelf. Tot slot is er de accessoriteitseis: medeplegen
is pas strafbaar als het feit waaraan men wil deelnemen ook daadwerkelijk is gepleegd en
strafbaar is. Het HR overzichtsarrest Medeplegen r.o. 3.2.1 en 3.2.2 is bij deze rechtsvraag
van belang. Daaruit volgen gezichtspunten om te kunnen bepalen of er sprake is van een
gezamenlijke uitvoering:
I. De intensiteit van de samenwerking;
II. De onderlinge taakverdeling;
III. De rol van de verdachte in de voorbereiding;
IV. De uitvoering of de afhandeling van het delict;
V. Het belang van de rol van de verdachte;
VI. Diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het niet distantiëren.
Allereerst de accessoriteitseis. Is er sprake van een strafbaar feit? Het verstoren van een
godsdienstige samenkomst is strafbaar gesteld in artikel 146 Sr. Er is dus voldaan aan de
accessoriteitseis.
Dan moet er sprake zijn van een nauwe samenwerking. De verdachte moet een substantiële
bijdrage hebben geleverd aan het delict. Als het onduidelijk is wat de verdachte heeft
gedaan, terwijl hij wel aanwezig was bij het strafbare feit, zijn de gezichtspunten uit de
Nijmeegse scooterzaak II van toepassing. Echter kan je uit de casus wel opmaken wat Mike
zijn bijdrage was tijdens het strafbare feit, waardoor de gezichtspunten van het
overzichtsarrest Medeplegen r.o. 3.2.1 en 3.2.2 van belang zijn. Aangezien alleen Wesley
het vuurwerk heeft afgestoken en de kerk is binnen gerend, is er geen sprake van een
gezamenlijke uitvoering. Hierdoor zijn de gezichtspunten van het overzichtsarrest van
belang:
● Intensiteit van de samenwerking →Mike vond het een grappig idee, ze zijn
samen naar de kerk gegaan, waarna Wesley het vuurwerk afstak en Mike
behulpzaam was door Wesley zijn instructies uit te voeren.
● Rol in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict →Mike
heeft een rol tijdens de uitvoering van het delict door de duur voor Wesley open te
houden, zodat hij kan vluchten en Mike moet het filmen voor Wesley. Mike stemt met
beide gedragingen in.
● Belang van de rol van de verdachte →Als Mike de deur niet open houdt, is het
voor Wesley lastiger om te vluchten.
Rechtsregel →Door met een ander een overval voor te breiden, kan de verdachte zich
ook verbinden aan hetgeen dat in die voorbereiding besloten ligt (r.o. 2.3)
Opdracht 3A
De rechtsvraag is of Mike vervolgd kan worden voor medeplegen van het verstoren van een
godsdienstige samenkomst in de zin van artikel 47 lid 1 sub 1 jo. 146 Sr.
Om te kunnen spreken van medeplegen, in de zin van artikel 47 lid 1 onder 1 Sr, moet er
een nauwe en bewuste samenwerking zijn. Dit betekent een voldoende nauwe en bewuste
samenwerking met een ander of anderen op basis van de omstandigheden van het geval. Er
moet sprake zijn van een samenwerking met een bepaalde intensiteit (nauw). Ook moet er
sprake zijn van een bewuste samenwerking en daarbij hoort dubbel opzet: opzet op het
medeplegen zelf en opzet op het delict zelf. Tot slot is er de accessoriteitseis: medeplegen
is pas strafbaar als het feit waaraan men wil deelnemen ook daadwerkelijk is gepleegd en
strafbaar is. Het HR overzichtsarrest Medeplegen r.o. 3.2.1 en 3.2.2 is bij deze rechtsvraag
van belang. Daaruit volgen gezichtspunten om te kunnen bepalen of er sprake is van een
gezamenlijke uitvoering:
I. De intensiteit van de samenwerking;
II. De onderlinge taakverdeling;
III. De rol van de verdachte in de voorbereiding;
IV. De uitvoering of de afhandeling van het delict;
V. Het belang van de rol van de verdachte;
VI. Diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het niet distantiëren.
Allereerst de accessoriteitseis. Is er sprake van een strafbaar feit? Het verstoren van een
godsdienstige samenkomst is strafbaar gesteld in artikel 146 Sr. Er is dus voldaan aan de
accessoriteitseis.
Dan moet er sprake zijn van een nauwe samenwerking. De verdachte moet een substantiële
bijdrage hebben geleverd aan het delict. Als het onduidelijk is wat de verdachte heeft
gedaan, terwijl hij wel aanwezig was bij het strafbare feit, zijn de gezichtspunten uit de
Nijmeegse scooterzaak II van toepassing. Echter kan je uit de casus wel opmaken wat Mike
zijn bijdrage was tijdens het strafbare feit, waardoor de gezichtspunten van het
overzichtsarrest Medeplegen r.o. 3.2.1 en 3.2.2 van belang zijn. Aangezien alleen Wesley
het vuurwerk heeft afgestoken en de kerk is binnen gerend, is er geen sprake van een
gezamenlijke uitvoering. Hierdoor zijn de gezichtspunten van het overzichtsarrest van
belang:
● Intensiteit van de samenwerking →Mike vond het een grappig idee, ze zijn
samen naar de kerk gegaan, waarna Wesley het vuurwerk afstak en Mike
behulpzaam was door Wesley zijn instructies uit te voeren.
● Rol in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict →Mike
heeft een rol tijdens de uitvoering van het delict door de duur voor Wesley open te
houden, zodat hij kan vluchten en Mike moet het filmen voor Wesley. Mike stemt met
beide gedragingen in.
● Belang van de rol van de verdachte →Als Mike de deur niet open houdt, is het
voor Wesley lastiger om te vluchten.