Tijdvak 5, 16e eeuw (1500 – 1600)
- Het begin van de Europese overzeese expansie.
- Het veranderende mens- en wereldbeeld in de renaissance en het begin van een nieuwe
wetenschappelijke belangstelling.
- De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.
- De protestantse Reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg
had.
- Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van de Nederlandse staat.
Tijdvak 6, 17e eeuw (1600 – 1700)
- Het streven van vorsten naar absolute macht.
De- vroegmoderne
De bijzondere
tijdplaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht
van de Nederlandse Republiek.
- Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
- De wetenschappelijke revolutie.
Tijdvak 7, 18e eeuw (1700 -1800)
- Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
- Voortbestaan van het ancien regime met pogingen om het vorstelijke bestuur op eigentijdse
verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme).
- Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de
daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme.
- De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten,
grondrechten en staatsburgerschap.
Tijdvak 8, 19e eeuw (1800 – 1900)
- De industriële revolutie die in westerse landen de basis legde voor een industriële
samenleving.
- Discussies over de ‘sociale kwestie’.
Moderne
tijd- De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
- De opkomst van de emancipatiebewegingen.
- Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan
het politiek proces.
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme,
confessionalisme en feminisme.