6.2 – Praten met kinderen
Leren spreken is een zeer fundamenteel element in de ontwikkeling. Wanneer een kind kan spreken,
kan het zich een beeld verwerven van zichzelf en de wereld. Ook merkt het gedachten en gevoelens
op en neemt waar wat dit oproept. Spreken brengt naast communicatie, structuur in de omgeving.
Spreken en cognitieve ontwikkeling hangen samen met elkaar (sociaal-emotioneel & spreken ook). De
wijze waarop een gesprek met een kind verloopt hangt af van de houding van de leraar. Carl Rogers,
psycholoog, geeft voorwaarden voor een goed gesprek, waarbij de gesprekpartners beiden tot hun
recht komen:
- Congruentie: geen dingen die niet gemeend worden, worden gezegd. Wie hij is en wat hij zegt
zijn gelijk.
- Empathie: leraar leeft zich in de belevingswereld van een kind in.
- Positieve blik: de leraar aanvaart het kind zoals het is, openstaan voor gedachten en
gevoelens van het kind.
Delfos stelt dat er ten minste drie dingen nodig zijn om goed met kinderen te communiceren:
1. Inzicht hebben in de ontwikkeling die kinderen doormaken
2. Weten hoe kinderen communiceren
3. Passende gesprekstechnieken kunnen toepassen
Effectieve communicatie houdt in dat je aansluit bij degene met wie je spreekt (belangstelling,
gedachtewereld, gevoelenswereld, wijze van communicatie). De mentale leeftijd van een kind is van
groot belang als het om de belevingswereld en de wijze waarop ze (kunnen) communiceren gaat.
In navolging van Gordon hecht Delfos groot belang aan luisteren naar kinderen in een open gesprek.
Zij geeft praktische richtlijnen en stelt dat je communicatie als een observatiemiddel moet zien. Door
te kijken en te luisteren krijg je vanzelf aanwijzingen, omdat het kind zelf wel aangeeft hoe je verder
moet gaan.
4-6 jaar 6-8 jaar 8-10 jaar 10-12 jaar
1. Metacom- - Uitleg gesprekskader - Uitleg gesprekskader - Benoemen - Benoemen
municatie - Belang mening - Belang mening gesprekskader gesprekskader
benadrukken benadrukken - Veel metacom- - Matige metacom-
- Veel metocom- - veel metacom- municatie municatie
municatie municatie
2. Vorm - Spelen + praten - Praten + spelen - Praten, soms spelen - Praten
- 10 a 15 minuten verbaal - 15 a 20 minuten - 30 a 45 minuten - 60 min verbaal
- Non-verbale verbaal verbaal - Eventueel met een
spelvormen - Verbale spelvormen - Vrienden gebruiken vriend(in)
- Familie-voorbeelden - Vrienden als in navragen
gebruiken voorbeelden gebruiken
- Spel aanhouden bij - Niet te lang stilzitten
vermoeidheid
- niet te lang stilzitten
3. Verbale - Kort en concreet, - Kort en concreet, - Concreet en abstract, - Concreet en abstract,
aspect moeilijke woorden moeilijke woorden moeilijke woorden moeilijke woorden
vermijden vermijden uitleggen uitleggen