Veiligheidskunde
_________________________________
Samenvatting Hoofdstuk 6:
‘Samenwerken in de veiligheidsketen’
Introductie IVK
, Hoofdstuk 6 – Samenwerken in de veiligheidsketen
6.2 De veiligheidsketen
De veiligheidsketen is een model dat maakt dat je verder kijkt dan de situatie zoals die
op dat moment is.
6.2.1 De schakels in de veiligheidsketen
De veiligheidsketen bestaat uit vijf fases of schakels.
1. Proactie: Proactie is het wegnemen van structurele oorzaken van onveiligheid.
Door het wegnemen van mogelijke oorzaken van onveiligheid wordt voorkomen
dat een incident ontstaat. We proberen met andere woorden risico’s bij voorbaat
al uit te sluiten. Proactie lijkt eenvoudig en voor de hand liggend, maar in de
praktijk blijkt het vaak een moeilijk proces te zijn. Proactieve
veiligheidsmaatregelen kosten veel geld en ze bewijzen pas hun nut wanneer zich
incidenten of noodgevallen voordoen, terwijl maatregelen deze juist proberen te
voorkomen.
2. Preventie: Preventie kent twee nauw aansluitende betekenissen. Enerzijds
betekent preventie het nemen van maatregelen om onveiligheid te voorkomen.
Het verschil met proactie zit in de factor tijd. Bij proactie is er nog geen sprake
van een risicovolle situatie en trachten we risico’s uit te sluiten. Bij preventie is er
al wel zicht op (mogelijke) risicovolle situaties en proberen we deze te
voorkomen. Anderzijds betekent preventie ook het vroegtijdig stoppen met
onveilige situaties als deze zich toch voordoen. Op deze manier probeert men de
ongewenste gevolgen van de onveiligheid te beperken.
3. Preparatie: Preparatie wil zeggen dat men zich voorbereidt om effectief op te
treden wanneer er ondanks de proactie en preventie toch iets misgaat. Hier
komen de hulpdiensten in beeld. Preparatie betekent dat deze de juiste spullen
hebben, dat hun materieel goed onderhouden is en zij zelf goed opgeleid en
geoefend zijn. Ook burgers en organisaties kunnen zich preparen.
4. Repressie: Repressie is de fase waarin het bestrijden van een incident
plaatsvindt. Repressieve maatregelen hebben tot doel de ontstane, onveilige
situatie zo spoedig mogelijk te beëindigen en de schade zo veel mogelijk te
beperken.
5. Nazorg: Nazorg omvat activiteiten die dienen om terug te keren naar een
normale situatie. Dit betekent niet automatisch dat de oude situatie volledig moet
worden hersteld. Van de ramp of het incident kan men immers hebben geleerd
dat sommige zaken juist anders georganiseerd moeten worden. Nazorg houdt in
dat men aandacht besteedt aan het leed en de schade die is ontstaan, dat men
de gang van zaken evalueert, dat de verantwoordelijken voor het incident
verantwoording afleggen en dat er herstelmaatregelen worden getroffen. Als de
nazorg niet goed is en er daardoor nieuwe dingen (ernstig) fout gaan, spreken we
van een ramp na een ramp of secundaire victimisatie.
Nazorg omvat vier elementen:
1. Het menselijk element bestaat uit de opvang van slachtoffers en
hulpverleners.
2. Het economisch element omvat de schadereductie of afhandeling.
3. Het juridische element verijst naar het verantwoordingstraject dat vaak al
begint nog voordat de ramp volledig is bestreden of de crisis als is afgelopen.
4. Het leerelement verwijst naar het evalueren van de gebeurtenissen.