Dementie
• ‘Spectrum klinische syndromen. Veroorzaakt door verschillende hersenziekten met meervoudige stoornissen
in cognitie, stemming of gedrag’. Combinatie van ziekteverschijnselen met geheugenverlies maar dit is niet
altijd zo. Het is geen ziekte op zich maar het beeld wat je ziet als gevolg van een ziekte.
• Combinatie van ziekteverschijnselen!
• Meest kenmerkend: geheugen
– Maar, niet altijd!
Diagnose
Twee cognitieve stoornissen. Vaak geheugenstoornis met één andere cognitieve stoornis:
– Taal
– Praxis: stoornis in het handelen.
– Plannen/organiseren
– Aandacht
Onomkeerbaar: bijvoorbeeld iemand die depressief is of een delier heeft (weten niet meer waar ze zijn, wie ze
zijn) kunnen ook kenmerken van dementie vertonen maar dit kan weer overgaan.
– Dus: geen delier/depressie waardoor bovenstaande problemen
Actualiteit
• 2016: 270.000 mensen met dementie
• 2040: 550.000 (verdubbeld)
• Incidentie wereldwijd: 4,6 miljoen
• De kans is 1 op 5 dat iemand in zijn leven dementie krijgt.
• Bij vrouwen is dit 1 op 3, doordat de levensverwachting van vrouwen hoger is.
Risicofactoren
• Géén factoren die alleen verantwoordelijk zijn voor ontstaan. Dus een combinatie van factoren.
– Uitzondering: enkele monogenetische factoren*
• Meestal combinatie genetische en niet-genetische factoren.
• Demografische risicofactoren:
– Leeftijd
– Geslacht
• Complicerende factor: langere overleving vrouwen
– Opleidingsniveau/ intelligentie:
• Niet consistent genoemd door onderzoekers
• Belangrijkste hypothese: hoger opgeleiden hebben meer cognitieve reserves
• Daardoor: later manifesteren symptomen, maar ogend sneller beloop
– Ras: vertekenend: afro-Amerikanen scoren lager op cognitieve tests waardoor vaker foutpositieve
diagnose. Het lijkt op dementie maar eigenlijk scoren ze gewoon lager op cognitie.
Genetisch
Monogenetisch*: er is een gen die specifiek de dementie veroorzaakt.
• Bij start dementie vóór 65 jaar: 60% familiair bepaald
• Drie genen autosomaal dominant: samen verantwoordelijk voor 8% vroege
alzheimerdementie (AD)
Susceptibiliteitgenen (‘vatbaarheidsgenen’): als je dat gen hebt ben je vatbaarder voor dementie.
• APOE-gen: beïnvloedt risico op vroege en late vorm AD
• Door dragen gen/gendelen mogelijk eerder optreden dementie
1
, Andere risicofactoren
Hart- en vaatziekten:
– Hypertensie: hoge bloeddruk.
– Cerebrale vaatschade: slechte vaten (hersenen)
– Diabetes mellitus (suikerziekte), maar is controversieel: onderzoeken zijn hier niet eenduidig over.
– Cholesterolproblemen
Leefstijl:
– Roken
– Alcohol
• Beschermt bij 1 tot 3 glazen per dag
• Grote hoeveelheden alcohol: cognitieve achteruitgang en ontstaan dementie
– Sociaal, mentaal en fysiek actief
• Betere cognitie en lagere kans op dementie. Belangrijk om actief te blijven, zowel fysiek als
je brein.
Impact dementie
• 71% van patiënten ervaart ‘sterk verlies van kwaliteit van leven’.
• Verminderd/verlies:
– Zelfstandigheid
– Vermogen om dingen, situaties en mensen te herkennen
• Verdriet en angst
Vervolg impact dementie
• Omgeving patiënt: groot risico op overbelasting en depressie
• 2005: 3,2 miljard euro, derde plaats in NL w.b. zorgkosten per diagnosegroep
• 2015:
– 4,8 miljard euro, volksziekte met de hoogste zorgkosten
– 5% van totale kosten gezondheidszorg besteed aan dementie
• De zorgkosten stijgen met 2,9 % per jaar
Normale veroudering
Bij veroudering nemen bepaalde functies af:
– Werkgeheugen: wat ging ik doen, wat ging ik zeggen?
– Episodisch geheugen: het herinneren van namen, gezichten en gebeurtenissen.
– Tempo van handelen en denken.
– Gerichte aandacht: gesprek vasthouden.
– Spierkracht
– Visus en gehoor
Oorzaak normale veroudering: verandering hersenstructuren waardoor verandering functioneren structuren.
Hierbij zijn er grote individuele verschillen.
Verschil normale veroudering en dementie
• Ernstiger geheugenproblemen
– Hele gebeurtenis vs. details gebeurtenis.
Bijvoorbeeld: het vergeten welk beroep iemand uitoefent VS de inhoud van iemands beroep.
• Geen verstoring dagelijks leven
– Hoewel wel subjectief hinderlijk.
→ Vroege symptomen worden vaak via de omgeving van de patiënt gemeld, vaak ‘terloops’.
2