,Inhoudsopgave
toetsmatrijs week 1 en 2.................................................................................................... 2
anatomie & fysiologie zenuwstelsel....................................................................................3
dwarslaesie en multiple sclerose......................................................................................16
toetsmatrijs week 3 en 4.................................................................................................. 31
anatomie & fysiologie motorisch zenuwstelsel.................................................................34
Osteoporose – artrose- sacropenie – ziekte van parkinson – kwetsbare ouderen..............41
de ziekte van parkinson.................................................................................................... 48
geriatrie............................................................................................................................ 53
toetsmatrijs week 5 en 7.................................................................................................. 61
Hersenen.......................................................................................................................... 62
ziekte van alzheimer, vasculaire dementie, lewy body dementie, fronto-temporale
dementie, delier, autismespectrumstoornis......................................................................70
Wet zorg en dwang en verplichte GGZ.............................................................................82
toetsmatrijs week 6.......................................................................................................... 88
de luchtwegen.................................................................................................................. 89
respiratie en aansturing van de ademhaling.....................................................................96
copd.................................................................................................................................. 97
longcarcinoom................................................................................................................ 100
respiratoire insufficientie acuut en chronisch.................................................................105
pneumonie...................................................................................................................... 106
,TOETSMATRIJS WEEK 1 EN 2
Week 1 en 2
Orgaansysteem:
Zenuwstelsel
Onderdeel Onderwerpen
Centraal zenuwstelsel en de bouw van de wervelkolom en de
Anatomie
vliezen rondom hersenen en het ruggenmerg.
Fysiologie (Para)sympathisch zenuwstelsel, impulsgeleiding
Epidemiologie, definitie, etiologie, symptomen, complicaties,
prognose en verloop van de volgende ziektebeelden:
Pathologie
Dwarslaesie
Multiple Sclerose (MS)
Diagnostiek en medische en verpleegkundige behandeling
van de volgende ziektebeelden:
Dwarslaesie
Zorgaspecten
Multiple Sclerose (MS)
Blaaskatheterisatie
, ANATOMIE & FYSIOLOGIE ZENUWSTELSEL
HET ZENUWSTELSEL
Het zenuwstelsel zorgt samen met het hormonale stelsel voor de integratie van de
lichaamsfuncties. Dus dat de verschillende functies in het lichaam ook samen gaan
werken.
5 algemene functies van het zenuwstelsel:
1. Regulatie van activiteiten van weefsels en organen
2. Coördinatie van activiteiten van weefsels en organen
3. Regulatie en coördinatie van vegetatieve functies
4. Coördinatie van contacten met de buitenwereld
5. Coördinatie van psychische functies
Regulatie: organen en weefsels worden afzonderlijk geremd of gestimuleerd.
Coördinatie: weefsels en organen moeten in hun werking op elkaar afgestemd zijn en
dus samenwerken.
Sensorische input
Een verandering moet door het lichaam waargenomen worden, dit gebeurd doormiddel
van sensoren.
Een sensor = een gespecialiseerde cel, vaak verwant aan een zenuwcel, die gevoelig is
voor een bepaalde verandering in zijn omgeving.
De sensor wordt door een verandering geprikkeld, hij zet de prikkels om in impulsen
(elektrische signalen) en stuurt ze via zenuwen naar het centrale zenuwstelsel. Het
opvangen van prikkels door sensoren heet sensorische input.
Verwerking
In het centrale zenuwstelsel vindt verwerking van de sensorische input plaats. Het
wordt doorgegeven naar de hersenen of het ruggenmerg. Hier wordt de informatie
beoordeeld, vooral in verband met bedreiging van de homeostase of fysieke beschadiging
van het lichaam. Het centrale zenuwstelsel bepaalt vervolgens hoe het lichaam erop gaat
reageren.
Motorische output
Wanneer het lichaam moet of wil reageren op een inwendige of uitwendige verandering
sturen de hersenen of het ruggenmerg remmende of stimulerende impulsen naar de
organen die de reactie moeten uitvoeren.