Logopedie jaar 1 – kwartaal 1 2019-2020
Wat is Fonetiek?
‘De taak van de fonetiek is de relatie tussen de abstracte structuur van taal en de manifestatie van
deze structuren in fysiek waarneembare vormen zoals spraakgeluid, duidelijk te maken.’
Taal =
Woorden
Morfmemen kleinste deel van het woord, met eigen betekenis. Kan niet kleiner, bijv.
‘Huisjes’ s = meervoud / –s = ‘Huisje’ / –je = ‘Huis’
Lettergrepen
Letters
Klanken
Met fonetiek breng je doormiddel van spraakgeluid communicatie naar elkaar over.
Hoe zet je ‘spraak’ op papier? Daarvoor gebruiken we schriftsoorten:
Beeldverhaal: (een tekening van wat je duidelijk wilt maken)
Beeldschrift: een plaatje, wat een weergave van een woord voorstelt (taalonafhankelijk)
het maakt niet uit wat voor taal je spreekt, je maakt zinnen met plaatjes achter elkaar. Dit
woord is letterlijk. Je gebruikt een plaatje van een woord dat je letterlijk bedoeld.
Woordschrift: een plaatje wordt gebruikt om een verzameling van klanken aan te geven
‘een fonogram.’ Het Woord = niet altijd letterlijk wat er op het plaatje staat, zoals ‘bij’. Hoeft
niet betekenis gebonden te zijn.
Syllabeschrift: (syllabe = een lettergreep) verschillende syllabes(lettergrepen) kunnen samen
een tekst vormen.
Alfabetisch schrift: wat we nu gebruiken, hiermee kun je je gedachten op papier zetten.
Letters en klanken zijn niet hetzelfde:
buigen – juichen
yoghurt – enzym
rok – roken
Fonetisch schrift: iets opschrijven zoals je het hoort. Kinderen bijvoorbeeld, schrijven de letters op
van de klanken die ze horen ‘lieve’ schrijven ze dan als lifu.
Foneem: de kleinste klankeenheid.
Tak = 3 fonemen t/a/k
Schep = 4 fonemen(klanken) s/ch/e/p maar wel 5 letters s/c/h/e/p
IPA (international phonetic association) *Oefen met dit schrift*
Ieder foneem correspondeert met één symbool
Een woord dat je in IPA opschrijft, zet je altijd tussen streepjes.
Spreken vindt plaats met behulp van de uitstromende lucht uit ons lichaam, de longen.
Subglottale systeem (onder de stemspleet)
- biologische functie
- luchtstromen
- spreken