Hoorcollege 6, 19 september 2019 (correlationeel onderzoek 1)
Onderzoeksvragen:
- Over ervaring van de persoon
- Over samenhang of relatie tussen eigenschappen
In correlationeel onderzoek kijken we naar relaties tussen eigenschappen. We beginnen met een
onderzoeksvraag en deze vloeit voort uit de theorie (=deductie).
Onderzoeksvraag correlationeel onderzoek: PAC
- Population (populatie)
- Association (verband/relatie): de onderzoeker geeft aan wat voor soort relatie er verwacht
wordt. Je hebt positieve/stijgende relatie (hoe positiever de ene wordt, hoe positiever de
andere) of een negatieve/dalende relatie.
- Constructs (theoretische begrippen): de kenmerken die de onderzoeker van de mensen wil
weten en meten en waartussen er een verband verwacht wordt
Bij vragen over of één bepaald kenmerk een verandering in een ander kenmerk veroorzaakt, spreken
we over causaliteit. Bij causaliteit spreken we over onderzoeksvragen die een oorzaak/gevolg
verband beschrijven.
Voorwaarden causaliteit:
- Covariance (covariantie). Er moet een relatie zijn tussen de oorzaak en het gevolg
- Temporal precedence (volgorde in tijd). De oorzaak moet in de tijd voorafgaan aan het
gevolg.
- Internal validity (interne validiteit). Alternatieve verklaringen voor de gevonden relatie
moeten zijn uitgesloten.
Veel onderzoekers willen onderzoeksvragen kunnen generaliseren naar een grotere groep mensen
(de populatie) (=inferentiële statistiek/inferentie).
Dataverzamelingsmethoden kwantitatieve onderzoek:
- Observatiestudies
- Bestaande gegevens/ big data
- Vragenlijsten (surveys)
, Observatiestudies
Gegevens verzamelen door feitelijk gedrag te observeren: kijken, luisteren, beoordelen.
Toepassingen:
- Antwoord geven op bijvoorbeeld een hoe- of waaromvraag
- Een onderwerp onderzoeken waar nog weinig over bekend is
- Een persoon/fenomeen in zijn of haar natuurlijke setting bestuderen
Kwalitatief woordelijke beschrijvingen
Kwantitatief cijfer
Surveys
- Vragenlijst/ enquête
- Op papier, maar ook via internet of de telefoon
- Gebruikt om gedrag of opinies te meten
Voordeel: meerdere vragen over hetzelfde onderwerp. Hierdoor worden verschillende aspecten van
hetzelfde theoretische begrip gemeten.
Meetschaal: de meest voorkomende is de Likert schaal. Veel onderzoekers geven de antwoorden een
numerieke waarde.
Wanneer de verschillende antwoorden worden samengevoegd, ontstaat een schaalscore.
Generaliseren:
In hoeverre de conclusies gegeneraliseerd kunnen worden naar een grotere populatie wordt gedaan
met de externe validiteit. In hoeverre je dit kan doen hangt af van de dataverzamelingsmethode en
de manier waarop de steekproef getrokken wordt.
Aselecte steekproef (random sample)= mensen worden op basis van toeval in de steekproef
opgenomen. Je wil dat iedereen uit de populatie een kans heeft om opgenomen te worden in de
steekproef.
Selecte steekproef:
- Bijv. gemakssteekkproef
- Geen willekeur gebruikt bias/vertekening
- Generaliseren niet/ nauwelijks mogelijk
- Externe validiteit laag