Hoorcollege 10, 3 oktober 2019 (experimenteel onderzoek 1)
Voorwaarden causaliteit:
1. Covariance: is er samenhang tussen twee variabelen?
- Onafhankelijke variabele gemanipuleerde variabele (wat de onderzoeker varieert
tussen de twee groepen)
- Afhankelijke variabele gemeten variabele (uitkomst variabele)
Er is sprake van samenhang tussen de twee variabelen, als er verschil te zien is tussen deze twee
variabelen. Het enige wat er verschilt tussen de twee groepen is de gemanipuleerde variabele.
2. Temporal presedence
- Wordt gewaarborgd door de manipulatie uit te voeren voor de meting van de
afhankelijke variabele.
3. Internal validity: Is er een alternatieve verklaring?
Bedreigingen van interne validiteit (confounding variables= variabelen die de interne
validiteit vertroebelen):
- Design confounds: Was de gemanipuleerde variabele wel het enige verschil in de
behandeling van de twee groepen?
- Selectie effect: Waren de twee groepen wel vergelijkbaar bij aanvang van het
experiment? (met betrekking tot de afhankelijke variabele/ met betrekking tot andere
onafhankelijke variabelen)
De beste manier om te kunnen voldoen aan deze drie voorwaarden is middels een gerandomiseerd
experiment:
- Onderzoeksopzet waarbij:
Door randomisatie de groepen hetzelfde worden verondersteld
De onderzoeker één variabele manipuleert (varieert)
De onderzoeker het effect daarvan op een andere variabele meet
Hoe werden de groepen ingedeeld?
- Natuurlijke indeling/ eigen keuze deelnemers?
- Op grond van bepaalde persoonskenmerken?
- Op basis van willekeur toegewezen?
Willekeurige (random) toewijzing
Soorten groepen:
- Experimentele groep
- Vergelijkingsgroep (geen behandeling, wel behandeling en placebo)
Doel: ervoor zorgen dat:
- De gemiddelde scores en spreiding van scores op alle variabelen, zowel gemeten als
ongemeten bij aanvang vergelijkbaar zijn tussen de groepen.
, Problemen willekeurige toewijzing:
- Bij kleine groepen:
- Groepen zijn niet altijd even groot
- Relevante kenmerken van deelnemers niet gelijkmatige verdeeld over condities
(kenmerken zijn veel belangrijker)
- Oplossing: complexere randomisatie methoden
Uitvoeren van willekeurige toewijzing:
- Soms niet mogelijk:
* Niet ethisch
* Praktisch onhaalbaar
- Soms wel mogelijk, maar gaat het mis:
* Contaminatie: Deelnemers in experimentele groep vertellen deelnemers in controle
groep over deelname
* Deelnemers houden zich niet aan behandeling
* Beïnvloeding door de onderzoeker
Onderzoeksvraag
Een onderzoeksvraag van een experimenteel onderzoek kun je herkennen aan de volgende
elementen:
PICO:
- Population
- Intervention (gemanipuleerde groep, niveaus van de gemanipuleerde variabele)
- Comparison ( vergelijkingsgroep)
- Outcome (gemeten/ afhankelijke variabele)
Data-analyse
Data visualisatie: Boxplot
Een uitschieter zorgt voor een kleiner verschil tussen twee gemiddelde scores.
Inferentiële statistiek: stappen NHST
1. Formuleren hypothesen
- Opstellen van onderzoeks- en nulhypothese (geen effect, geen verschil, geen relatie). De
hypotheses gaan over de populatie, niet over de steekproef.
- In de statistiek worden hypothesen vaak in symbolen opgeschreven
- Voor populaties en steekproeven gebruiken onderzoekers verschillende symbolen.
- Voor het gemiddelde: populatiegemiddelde= Griekse letter mu = µ
- M.b.v. symbolen worden de hypothesen omgezet in statistische hypothesen:
H(0): µrevisie = µgeen revisie
H(A)(= alternatieve hypothese): µ revisie≠µgeen revisie