Hoorcollege 1
Wat is sociologie:
- Socio + logie = socius + logos = studie van metgezel
- Studie van: de samenleving, sociale structuren, menselijk handelen/gedrag
- Overkoepelende thema’s: ongelijkheid, cohesie, cultuur
Wright Mills: Sociological imagination
- Personal troubles vs public/social issues
- Iets persoonlijks heeft een maatschappelijk component
- VB: overgewicht door het aanbod van ongezond eten
Sociologen proberen te begrijpen:
1. Ontstaan gedrag vanuit contextuele condities
2. Ontstaan sociale fenomenen vanuit gedrag van individuen
Sociale verschijnselen of menselijk handelen is contingent (= iets wat niet vaststaat, iets
wat afhankelijk is) en niet arbitrair (= willekeurig). Het had ook anders kunnen zijn, maar niet
willekeurig, het is sociaal bepaald.
Probleem van ‘sociale orde’:
- Menselijk handelen en sociale fenomenen zijn sociaal bepaald, maar hoe is sociale
orde mogelijk?
1. Rationaliteit (Rousseau): mensen volgen regels uit eigen belang, profijt aan
normen
2. Dwang (Hobbes): regels aangedrongen door straffen (Staat)
3. Emotie/Geloof = gods wil, moreel goed
Founding fathers: Durkheim, Marx, Weber
- Sociologie is het product van de koloniale samenlevingen → sommige stemmen
worden niet gehoord
- We kijken naar de wereld vanuit de blik van de witte, oude, westerse man
Welke vragen stellen sociologen?
- Klopt het?
- Is het een nieuw verschijnsel?
- Is het overal in dezelfde mate?
→ beschrijven/contextualiseren (wat, wanneer, waar, hoeveel)
- Waarom?
→ structurele verklaring geven
- Interventies?
- → toepassen (toekomst?)
Het stellen/beantwoorden van deze vragen passen bij de empirisch/analytische en
kritische taak van de sociologie
, Hoorcollege 2
Sociologische verklaringen:
- Micro = individuen (patronen individuen → gedrag) NIET 1 handelend individu
- Macro = sociale context, collectief (normen, waarden, wetten, regels)
- Voorbeeld: wat als het internet uitvalt?
1. Micro: klacht indienen, mensen geïrriteerd, mensen gaan meer de deur uit\
2. Macro: consequenties economie of samenhang, systemen vallen uit
- Coleman-bootje: verklaring verbinding individu en het sociale
A: invloed sociale context
C: ontstaan sociale fenomenen
Theoretische tradities:
- Theorie = beschrijft relatie tussen concepten → verklaart bestaand fenomeen /
voorspelt nieuw fenomeen
- Stroming / oriëntatie / perspectief
- Kijk op samenleving / het sociale
- Vallen meerdere theorieën onder
Wat is sociologie:
- Socio + logie = socius + logos = studie van metgezel
- Studie van: de samenleving, sociale structuren, menselijk handelen/gedrag
- Overkoepelende thema’s: ongelijkheid, cohesie, cultuur
Wright Mills: Sociological imagination
- Personal troubles vs public/social issues
- Iets persoonlijks heeft een maatschappelijk component
- VB: overgewicht door het aanbod van ongezond eten
Sociologen proberen te begrijpen:
1. Ontstaan gedrag vanuit contextuele condities
2. Ontstaan sociale fenomenen vanuit gedrag van individuen
Sociale verschijnselen of menselijk handelen is contingent (= iets wat niet vaststaat, iets
wat afhankelijk is) en niet arbitrair (= willekeurig). Het had ook anders kunnen zijn, maar niet
willekeurig, het is sociaal bepaald.
Probleem van ‘sociale orde’:
- Menselijk handelen en sociale fenomenen zijn sociaal bepaald, maar hoe is sociale
orde mogelijk?
1. Rationaliteit (Rousseau): mensen volgen regels uit eigen belang, profijt aan
normen
2. Dwang (Hobbes): regels aangedrongen door straffen (Staat)
3. Emotie/Geloof = gods wil, moreel goed
Founding fathers: Durkheim, Marx, Weber
- Sociologie is het product van de koloniale samenlevingen → sommige stemmen
worden niet gehoord
- We kijken naar de wereld vanuit de blik van de witte, oude, westerse man
Welke vragen stellen sociologen?
- Klopt het?
- Is het een nieuw verschijnsel?
- Is het overal in dezelfde mate?
→ beschrijven/contextualiseren (wat, wanneer, waar, hoeveel)
- Waarom?
→ structurele verklaring geven
- Interventies?
- → toepassen (toekomst?)
Het stellen/beantwoorden van deze vragen passen bij de empirisch/analytische en
kritische taak van de sociologie
, Hoorcollege 2
Sociologische verklaringen:
- Micro = individuen (patronen individuen → gedrag) NIET 1 handelend individu
- Macro = sociale context, collectief (normen, waarden, wetten, regels)
- Voorbeeld: wat als het internet uitvalt?
1. Micro: klacht indienen, mensen geïrriteerd, mensen gaan meer de deur uit\
2. Macro: consequenties economie of samenhang, systemen vallen uit
- Coleman-bootje: verklaring verbinding individu en het sociale
A: invloed sociale context
C: ontstaan sociale fenomenen
Theoretische tradities:
- Theorie = beschrijft relatie tussen concepten → verklaart bestaand fenomeen /
voorspelt nieuw fenomeen
- Stroming / oriëntatie / perspectief
- Kijk op samenleving / het sociale
- Vallen meerdere theorieën onder