Hoorcollege 1
Soorten benaderingen bij vragen over persoonskenmerken en over persoonlijke situaties
- Concepten: de labels die wij geven aan sociale aspecten van het normale leven
(vrouw staat rechtop → woman’s empowerment), concepten vormen samen een
theorie (empirisch)
- Theorie: groepering van ideeën om sociale fenomeen te kunnen plaatsten, mogelijke
verklaring voor een sociaal fenomeen
- Empirie: kennis over sociaal fenomeen die we opdoen door waarnemingen/
ervaringen
- Methode is nodig bij het maken van de connectie van de theorie en empirie → welke
steekproeven heb je nodig, hoe zien je vragenlijsten eruit, etc.
- Methodologie van een onderzoek: de aanpak in een onderzoek om de connectie
tussen theorie en empirie tot stand te laten komen.
- Kwantitatief: meten is weten (theorie → empirie)
- Kwalitatief: ervaringen van de mensen die ze met het sociale fenomeen hebben
(empirie → theorie)
- Kwalitatief en kwantitatief verschillen in onderzoeksdesign, onderzoeksmethode,
ontologie/epistemologie, en onderzoeksvragen.
Doel sociaalwetenschappelijk onderzoek: Bieden van voorlopige verklaringen voor de
sociale fenomenen die we observeren
- Rol onderzoeksmethoden:
1. Stappen die we nemen om voorlopige verklaringen voor sociale fenomenen
(theorieën) te toetsen aan de hand van empirie (observaties)
2. Theorieën te vormen of verfijnen op basis van empirie
- Belang van onderzoeksmethode: denk aan fake news
Ontologie:
- Wat bestaat er?
- Zijnsleer/werkelijkheidsleer
- Er bestaat een sociale werkelijkheid/waarheid, deze staat los van onze perceptie/ons
handelen
- Objectivisme/naïef realisme: ja, er is 1 waarheid (bv er zijn verschillen tussen
mannen en vrouwen) → kwantitatief
- Constructionisme: nee, betekenis verandert constant, invloed van gebeurtenissen
→ kwalitatief
- Voorbeeld: mannen en vrouwen ongelijk op de werkvloer
Objectivisme: door biologische verschillen
Constructionisme: doorlopende betekenis aan de betekenis wat een
man/vrouw in de arbeidsmarkt is
,Epistemologie
- Kennisleer, wat is (geaccepteerde) kennis; hoe verkrijgen we kennis?
- Positivisme (natuurwetenschappelijk)
● Empirisch
● Zoektocht naar feiten die basis vormen voor ‘wetten’
● Theorie → toetsbare hypothesen
● Objectief, waardevrij
● Wetenschappelijk v.s. normatief
● Kwantitatief onderzoek, alleen objectief vergaarde kennis is de ware kennis (groep A
scoort hoger dan groep B)
- Interpretivisme
● Mens ≠ studieobject van natuur- wetenschappers
● Verstehen, begrijpen van ervaringen
● Subjectieve werkelijkheid → waarheden van de mensen waar onderzoek mee
gedaan wordt
● Kwalitatief onderzoek, want je kunt mensen niet meten
Kwalitatief Kwantitatief
Constructionistische ontologie Objectivistische ontologie
Interpretivistische epistemologie Positivistische epistemologie
, Hoorcollege 2
Empirie: data, dat wat we observeren en waarnemen, een sociaal fenomeen wat we zien
Relatie tussen theorie en empirie kan twee kanten op: deductief en inductief
Deductie: (top-down)
- theorie → empirie
- algemene stelling (theorie) met veronderstellingen die een specifieke context
beschrijven (conditie) → explanans
- hiermee krijg je een specifieke voorspelling (hypothese) → is te toetsen en moet
logisch en kloppend zijn → explanandum
- Explanans = elementen op basis waarvan je voorspellingen doet
- Explanandum = dat wat je voorspelt / probeert te verklaren
- Voorbeeld:
Theorie: mensen zijn sterfelijk
Conditie: Nederlanders zijn menselijk
Hypothese: Nederlanders zijn sterfelijk
- logisch kloppende manier van redeneren (als A en B, dan C)
- hoort bij kwantitatief onderzoek → theorie toetsen in de context
- probleem deductie:
1. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat T en C (explanans) en dus H
(explanandum) kloppen?
2. Om te toetsen heb je inductie nodig → oplossing: falsificatie (Popper),
alternatieve hypothese → abductie?
Inductie: (bottom-up)
- empirie → theorie
- van observaties naar een algemene stelling, hoeft niet altijd kloppend te zijn
- brede generalisatie vanuit specifieke, verschillende observaties
Nederlander 1 is sterfelijk
Nederlander 2 is sterfelijk
Alle Nederlanders zijn sterfelijk
- grounded theory: een iteratief proces in de analyse van (kwalitatieve) data om op
basis van data/empirie een theorie te genereren
- probleem: hoe kunnen we inductie verantwoorden? ookal zijn de observaties juist, de
generalisatie hoeft niet juist te zijn
Verbinding inductie-deductie = abductie → combineren, probeert de problemen te vangen
Soorten benaderingen bij vragen over persoonskenmerken en over persoonlijke situaties
- Concepten: de labels die wij geven aan sociale aspecten van het normale leven
(vrouw staat rechtop → woman’s empowerment), concepten vormen samen een
theorie (empirisch)
- Theorie: groepering van ideeën om sociale fenomeen te kunnen plaatsten, mogelijke
verklaring voor een sociaal fenomeen
- Empirie: kennis over sociaal fenomeen die we opdoen door waarnemingen/
ervaringen
- Methode is nodig bij het maken van de connectie van de theorie en empirie → welke
steekproeven heb je nodig, hoe zien je vragenlijsten eruit, etc.
- Methodologie van een onderzoek: de aanpak in een onderzoek om de connectie
tussen theorie en empirie tot stand te laten komen.
- Kwantitatief: meten is weten (theorie → empirie)
- Kwalitatief: ervaringen van de mensen die ze met het sociale fenomeen hebben
(empirie → theorie)
- Kwalitatief en kwantitatief verschillen in onderzoeksdesign, onderzoeksmethode,
ontologie/epistemologie, en onderzoeksvragen.
Doel sociaalwetenschappelijk onderzoek: Bieden van voorlopige verklaringen voor de
sociale fenomenen die we observeren
- Rol onderzoeksmethoden:
1. Stappen die we nemen om voorlopige verklaringen voor sociale fenomenen
(theorieën) te toetsen aan de hand van empirie (observaties)
2. Theorieën te vormen of verfijnen op basis van empirie
- Belang van onderzoeksmethode: denk aan fake news
Ontologie:
- Wat bestaat er?
- Zijnsleer/werkelijkheidsleer
- Er bestaat een sociale werkelijkheid/waarheid, deze staat los van onze perceptie/ons
handelen
- Objectivisme/naïef realisme: ja, er is 1 waarheid (bv er zijn verschillen tussen
mannen en vrouwen) → kwantitatief
- Constructionisme: nee, betekenis verandert constant, invloed van gebeurtenissen
→ kwalitatief
- Voorbeeld: mannen en vrouwen ongelijk op de werkvloer
Objectivisme: door biologische verschillen
Constructionisme: doorlopende betekenis aan de betekenis wat een
man/vrouw in de arbeidsmarkt is
,Epistemologie
- Kennisleer, wat is (geaccepteerde) kennis; hoe verkrijgen we kennis?
- Positivisme (natuurwetenschappelijk)
● Empirisch
● Zoektocht naar feiten die basis vormen voor ‘wetten’
● Theorie → toetsbare hypothesen
● Objectief, waardevrij
● Wetenschappelijk v.s. normatief
● Kwantitatief onderzoek, alleen objectief vergaarde kennis is de ware kennis (groep A
scoort hoger dan groep B)
- Interpretivisme
● Mens ≠ studieobject van natuur- wetenschappers
● Verstehen, begrijpen van ervaringen
● Subjectieve werkelijkheid → waarheden van de mensen waar onderzoek mee
gedaan wordt
● Kwalitatief onderzoek, want je kunt mensen niet meten
Kwalitatief Kwantitatief
Constructionistische ontologie Objectivistische ontologie
Interpretivistische epistemologie Positivistische epistemologie
, Hoorcollege 2
Empirie: data, dat wat we observeren en waarnemen, een sociaal fenomeen wat we zien
Relatie tussen theorie en empirie kan twee kanten op: deductief en inductief
Deductie: (top-down)
- theorie → empirie
- algemene stelling (theorie) met veronderstellingen die een specifieke context
beschrijven (conditie) → explanans
- hiermee krijg je een specifieke voorspelling (hypothese) → is te toetsen en moet
logisch en kloppend zijn → explanandum
- Explanans = elementen op basis waarvan je voorspellingen doet
- Explanandum = dat wat je voorspelt / probeert te verklaren
- Voorbeeld:
Theorie: mensen zijn sterfelijk
Conditie: Nederlanders zijn menselijk
Hypothese: Nederlanders zijn sterfelijk
- logisch kloppende manier van redeneren (als A en B, dan C)
- hoort bij kwantitatief onderzoek → theorie toetsen in de context
- probleem deductie:
1. Hoe kunnen we er zeker van zijn dat T en C (explanans) en dus H
(explanandum) kloppen?
2. Om te toetsen heb je inductie nodig → oplossing: falsificatie (Popper),
alternatieve hypothese → abductie?
Inductie: (bottom-up)
- empirie → theorie
- van observaties naar een algemene stelling, hoeft niet altijd kloppend te zijn
- brede generalisatie vanuit specifieke, verschillende observaties
Nederlander 1 is sterfelijk
Nederlander 2 is sterfelijk
Alle Nederlanders zijn sterfelijk
- grounded theory: een iteratief proces in de analyse van (kwalitatieve) data om op
basis van data/empirie een theorie te genereren
- probleem: hoe kunnen we inductie verantwoorden? ookal zijn de observaties juist, de
generalisatie hoeft niet juist te zijn
Verbinding inductie-deductie = abductie → combineren, probeert de problemen te vangen