bedrijfseconomie
“Bedrijfsbeslissingen en
financiële verantwoording”
A. Heezen en M. Pluim
Vierde druk
Anniek Ent HBO-Rechten NHL Stenden Hogeschool te Leeuwarden januarii 2020
,Hoofdstuk 2.
Wat is een financieel plan?
Het financieel plan is een onderdeel van het ondernemingsplan, waarin de financiële gevolgen van de
(onderneming-) plannen worden uitgewerkt.
§ Op basis van het financieel plan moet de uiteindelijke beslissingen worden genomen. De Go or
No-go.
Onderdelen van het financieel plan
1. Openingsbalans
o Bestaat uit de investeringsbegroting én
o Bestaat uit de financieringsplan.
2. Begrote winst- en verliesrekening.
3. Liquiditeitsbegroting.
4. Begrote eindbalans.
Het financieel plan
Bij de start van een onderneming vraag je je af:
1. Welke productiemiddelen heb ik nodig?
o De productiemiddelen die je nodig hebt worden op een investeringsbegroting
weergeven (debetzijde van de balans).
o Voorbeeld: gebouwen, inventaris, voorraden, kasgeld, voorfinanciering btw
enzovoort.
2. Hoe kom ik aan geld voor deze middelen?
o Het geld dat je nodig hebt wordt in een Financieringsplan weergeven (creditzijde van
de balans).
o Voorbeeld: eigen vermogen, vreemd vermogen lang en vreemd vermogen kort
Investeringsbegroting
Een overzicht van de bedrijfsmiddelen (activa) die nodig zijn om een onderneming te beginnen of uit
te breiden. De bedragen waarvoor deze bedrijfsmiddelen (activa) kunnen worden aangeschaft worden
vermeldt op de debetzijde van de openingsbalans (linkerzijde)
Productiemiddelen/bedrijfsmiddelen
Middelen waarover een onderneming moet beschikken om een product of dienst te leveren.
- Voorbeeld: gebouwen, inventaris, voorraden, debiteuren en kasgeld.
Voorbeeld van de investeringsbegroting:
• Vaste activa 100 euro.
• Vlottende activa 50 euro.
• Liquide middelen 25 euro._+
Balanstotaal 175 euro.
Uit het bovenstaande kun je concluderen dat voor de aanschaf van de bedrijfsmiddelen, 175 euro
nodig is om dit te kunnen financieren. Hoe dit gefinancierd kan worden wordt weergeven in een
financieringsplan.
, Begrippen:
§ Vaste activa:
Alle productiemiddelen die langer dan een productieproces (jaar) mee gaan, bijvoorbeeld een
pand of een auto.
§ Vlottende activa:
Alle productiemiddelen die korter dan een productieproces (jaar) mee gaan, bijvoorbeeld een
voorraad of grondstoffen.
- Debiteuren vallen ook onder vlottende activa.
§ Liquide middelen:
Geld in kas en bankrekeningen.
Financieringsplan
Hoe ga ik de aanschaf van de bedrijfsmiddelen allemaal betalen? Dit is de creditzijde van de
openingsbalans (rechterzijde). Dit is de zijde van financiering van de bezittingen.
Financieringsplan
Hoe ga je het geheel financieren?
1. Eigen vermogen.
Het vermogen dat permanent ter beschikking staat van de onderneming. Dit bedrag hoeft niet
terug betaald te worden en kan niet door verschaffers worden opgeëist.
o Inbrengen van liquide middelen.
o Inbrengen van activa (taxatiewaarde beëdigd taxateur).
Informatie over het eigen vermogen
- De vergoeding die verstrekkers van eigen vermogen ontvangen, hangt af van het resultaat.
Naar mate de winst toeneemt, hoe hoger de beloning van eigen vermogen.
- Eigen vermogen kan door eigenaren zijn gestort, maar kan ook ontstaan door het inhouden
van winst.
- Winstreserve: het totaal van in het verleden ingehouden winsten.
- Verliezen worden van de winstreserves afgehaald.
2. Vreemd vermogen.
Vermogen dat niet van de onderneming zelf is maar van buitenaf wordt aangetrokken. Het
zijn alle financiële verplichtingen ten opzichte van derden. Zoals het nog te betalen
leveranciers, nog te betalen loon en de belastingdienst.
o Lang vreemd vermogen.
§ Vermogen langer dan een jaar.
o Kort vreemd vermogen.
§ Korter dan een jaar.
Voorbeelden van lang vreemd vermogen:
Bankleningen met looptijd van bijv. 10 jaar en hypothecaire leningen.
Voorbeelden van kort vreemd vermogen:
Rekeningcourantkrediet, crediteuren en nog te betalen kosten.