IN EDUCATION
HOOFDSTUK 1: DE AARD VAN ONDERZOEK
Manieren van kennis opdoen
De wetenschappelijke methode is een manier van kennis opdoen. In wezen gaat het om het testen
van ideeën in de publieke arena (openbaar, zodat replicatie mogelijk is). De procedure is als volgt:
1. Er is een probleem.
2. Er worden stappen ondernomen om het probleem of de te beantwoorden vragen
nauwkeuriger te definiëren.
3. We proberen te bepalen welke soorten informatie het probleem zouden oplossen.
4. We moeten beslissen hoe we de informatie die we verkrijgen zullen organiseren.
5. Er moet worden besloten hoe de informatie moeten worden geïnterpreteerd.
Typen onderzoek
Fundamenteel onderzoek houdt zich bezig met het verhelderen van onderliggende processen,
waarbij de hypothese meestal wordt uitgedrukt als een theorie (het gaat om kennisproblemen).
Toegepast onderzoek is geïnteresseerd in het onderzoeken van de effectiviteit van bepaalde
onderwijspraktijken (het gaat om praktijkproblemen).
Kwantitatief onderzoek probeert feiten te achterhalen, waarbij de resultaten vaak worden
uitgedrukt in cijfers.
Experimenteel onderzoek is een kwantitatieve onderzoeksmethode. Bij deze vorm van
onderzoek wordt vaak een experiment opgezet om een bepaalde hypothese te testen. Je
manipuleert hierbij de onafhankelijke variabele. Een andere vorm van experimenteel
onderzoek is het single subject onderzoek. Bij deze manier van onderzoeken wordt er maar
gekeken naar één onderwerp of groep om veranderingen in gedrag te bestuderen na
behandeling of interventie.
Correlationeel onderzoek wordt gedaan om relaties tussen twee of meer variabelen te
bepalen en hun implicaties voor oorzaak en gevolg te onderzoeken. De aanpak vereist geen
manipulatie of interventie van de kant van de onderzoeker.
Causaal-vergelijkend onderzoek is bedoeld om de oorzaak of de gevolgen van verschillen
tussen groepen mensen te bepalen. De interpretaties van causaal-vergelijkend onderzoek
zijn beperkt, omdat de onderzoeker niet overtuigend kan zeggen of een bepaalde factor een
oorzaak of een gevolg is van het waargenomen gedrag.
Survey-onderzoek verkrijgt gegevens om specifieke kenmerken (bijvoorbeeld de mening) van
een groep te bepalen.
Kwalitatief onderzoek is meer beschrijvend van aard en richt zich op interpretaties, ervaringen en
betekenis. Kwalitatieve resultaten worden meestal weergegeven in woorden.
De chaos theorie is een wetenschappelijke theorie, die ervan uitgaat dat er in de natuur altijd
een zekere chaos heerst. De oorzaak van verschijnselen (zoals het weer) is te wijden aan
chaotische verbanden in plaats van duidelijke regels.
,
Bij ethnografisch onderzoek ligt de nadruk op het documenteren of portretteren van de
dagelijkse ervaringen van individuen door hen en relevante anderen te observeren en te
interviewen.
Historisch onderzoek is gericht op het verleden. In dit soort onderzoek wordt een aspect van
het verleden bestudeerd, hetzij door documenten van de periode te doornemen of door
personen te interviewen die gedurende die tijd leefden.
Bij actieonderzoek is generalisatie naar andere personen, instellingen of situaties van
minimaal belang. In plaats daarvan richten actieonderzoekers zich op het verkrijgen van
informatie die hen in staat stelt omstandigheden te veranderen in een bepaalde situatie
waarin zij persoonlijk betrokken zijn (bijvoorbeeld het verbeteren van de leesmogelijkheden
van leerlingen in een bepaald klaslokaal).
Evaluatieonderzoek wordt meestal beschreven als formatief of summatief. In summatief
evaluatieonderzoek toets je de effectiviteit van een interventie. Je evalueert dan of je met de
interventie de vooraf gestelde doelen hebt bereikt. Formatief evaluatieonderzoek gaat na
welke factoren de interventie al dan niet succesvol maken. Je evalueert of je interventie aan
de verwachtingen voldoet en of er nog verbeterpunten zijn.
Algemene onderzoekstypen
Descriptieve studies beschrijven een gegeven stand van zaken zo volledig en zorgvuldig mogelijk.
Kwalitatieve benaderingen, zoals etnografisch onderzoek en historisch onderzoek, zijn in de eerste
plaats ook beschrijvend van aard.
In associationaal onderzoek worden mogelijke relaties onderzocht zodat onderzoekers fenomenen
vollediger kunnen begrijpen. Bovendien maakt de identificatie van relaties het mogelijk om
voorspellingen te doen. Correlationeel onderzoek en causaal vergelijkend onderzoek zijn de
belangrijkste voorbeelden van associatief onderzoek.
In interventiestudies wordt verwacht dat een bepaalde methode of behandeling één of meer
resultaten beïnvloedt. Dergelijke studies stellen onderzoekers in staat om bijvoorbeeld de
effectiviteit te beoordelen. De primaire methodologie die wordt gebruikt bij interventieonderzoek is
het experiment. Historisch onderzoek, etnografisch onderzoek en andere kwalitatief onderzoek kan
soms associatief zijn als de onderzoeker relaties onderzoekt.
Een meta-analyse is een onderzoek waarbij de resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken
samen worden genomen om een preciezere uitspraak te doen over een bepaald fenomeen of
theorie.
Kritische analyse van onderzoek
Realiteitsvraag: er is geen manier om aan te tonen of iets echt bestaat. Een implicatie van deze visie
is dat elke zoektocht naar kennis over de 'echte' wereld gedoemd is te mislukken. We kunnen niet
voor eens en altijd iets 'bewijzen', en het valt niet te ontkennen dat percepties verschillen.
Communicatie kwestie: hoewel sommige dingen 'echt' zijn, beweren de critici dat het vrijwel
onmogelijk is om aan te tonen dat we dezelfde termen gebruiken om deze dingen te identificeren.
Waarden kwestie: wetenschappers hebben vaak beweerd objectief te zijn, maar critici hebben
betoogd dat wat wordt bestudeerd in de sociale wetenschappen nooit objectief is, maar eerder
sociaal geconstrueerd. Dingen bestaan niet in een vacuüm, ze worden beïnvloed door de