H2: De verdeling van inkomen
H2.1: Hoe kom je aan geld?
● Er zijn 2 soorten inkomen:
1. Primaire inkomen: ontvang je door met je arbeidskracht of je bezit een bijdrage
te leveren aan het productieproces.
2. Overdrachtsinkomen: Een inkomen dat je krijgt zonder een tegenprestatie te
hoeven leveren.
● 40% v/d primair inkomen gaan naar sociale premies en belastingen, waarmee ze
uitkeringen versterken aan mensen die niet meer zelf voor een inkomen kunnen
zorgen.
● Nationaal inkomen / Bruto binnenlandse product (bbp): Het totale primaire
inkomen (of de waarde v/d totale productie) v/e land in een jaar.
● Productiefactoren (productiemiddelen): Factoren of middelen die productie
mogelijk maken.
● Economen onderscheiden 4 soorten productiefactoren:
1. Arbeid: Het werk dat mensen verrichten.
- Inkomensvorm: Loon/salaris
2. Kapitaal(goederen): Machines, gebouwen, materialen. Alle goederen die gebruikt
worden om andere goederen te produceren.
- Inkomensvorm: Rente/huur
3. Natuur: Omvat alles wat niet door mensen is geproduceerd.
- Inkomensvorm: Pacht
4. Ondernemerschap: Het combineren (coördineren) v/d productiefactoren arbeid,
kapitaal en natuur in het productieproces.
- Inkomensvorm: Winst
● Elke productiefactor ontvangt een specifieke vorm van beloning, oftewel primair
inkomen. Het ter beschikking stellen van arbeid levert als primair inkomen loon
of salaris op.