Bouw van bindweefsel
Fibroblast cel die bindweefsel maakt, algemene bindweefselcel.
Fibroblast kan procollagene moleculen maken daarmee kan die buiten de
cel collageen vezels maken (sterke trek vezels die stevigheid geven aan de
cel), kan ook elastine vezels maken (ligt aan informatie vanuit omgeving,
proteoglycanen en glycoptrotycanen grote eiwitmoleculen (is een soort
suiker stof wat water aantrekt, soort hyaluronzuur, geleiding, verdeling
krachten).
Fibroblast verantwoordelijk voor producent intracellulaire structuren in het
bindweefsel.
Collagene vezels in rust soort golvend patroon, zodra het op rek komt
wordt er spanning opgezet, zijn opgebouwd uit aminozuren die draaien in
elkaar, steeds meer vezels bij elkaar wordt uiteindelijk het bindweefsel.
Afhankelijk van de functie is er een hoeveelheid collagene vezels
aanwezig.
Kraakbeen
Vezelig kraakbeen: menisci, tussenwervelschijven (veel vezels en zeer
sterk)
Elastisch kraakbeen: oorschelp (veel elastische cellen)
Hyalien kraakbeen: gewrichtskraakbeen
-kraakbeenmatrix veel fijne fibrillen
-bij hof weinig fibrillen (rondom chondrocyt, kraakbeen maker cel)
proteoglycanen (veel water rondom structuren)
Door het vasthouden van al dat water en stevigheid van het kraakbeen is
het hoog belastbaar, stevig.
Chondrocyten zijn de fibroblasten van het kraakbeen makers, anearoob
stofwisseling, weinig voeding nodig om te functioneren
Arcadenmodel
Hyalien kraakbeen opgebouwd in verschillende zones (van diep naar
oppervlakkig)
-zona calcificata (subchondrale bot)
-zona radiata (chondrocyten loodrecht op bot gericht)
-zona intermedia (vezels buigen langzaam af)
-zona superficialis (recht aan oppervlak liggen)
Tussen de bogen veel water dus veel demping aanwezig voor bijvoorbeeld
compressiekracht.
, Collagene vezels, proteoglycanen
Collagene vezels liggen op allemaal manieren door het kraakbeen heen,
voor de stevigheid.
Tussen de vezels liggen de grote eiwitcomplexen, zorgt voor structuur van
het kraakbeen.
Kraakbeenoppervlak
Gegolfd oppervlak bedekt met lubricine, SAPL-molecule, veel druk en
trek kracht andere gewrichten
Synovia hyaluronzuur, viskeus/waterig, smeering
-waterige synovia is wel glad
Dwarsgestreepte spier
Spiervezels/cellen omgeven met bindweefsel pees bot
Bindweefsel in een dwarsgestreepte spier zit vooral in aanhechting aan
bot, alle spierfascikels worden ook omgeven door bindweefsel (pezige
structuur)
Van buiten naar binnen:
-epimysium (spierfacie)
-perimysium (spierbundels)
-endomysium (om elke myofibril, soort honingraad loopt door hele
spiervezel heen en zorgt voor versteviging spierweefsel, veel bloedvaten
zodat de myofibrillen voldoende zuurstof krijgen en hun werk goed kunnen
uitvoeren)
-basale lamina (om nog minder myofibrillen)
Door de verschillende lagen kunnen de verschillende spierbundels in een
spier afzonderlijk van elkaar bewegen.
Bouw van sacromeer
Nog dieper met actine en myosine
Binnen de z-lijnen zitten eiwithoudende structuren tussen (doormiddel van
titine, hierdoor blijven actine en myosine verbonden, bepaalde trekkracht
toegelaten).
Spier zou je kunnen zien als een combinatie van spierfibrillen en
bindweefsel die liggen parallel aan elkaar, vervolgens voordat je aan het
bot kunt verbinden gaat het via een pees deze pees ligt in serie met
spierfibrillen en bindweefsel.
Bij trek aan spier wordt de pees op rek gebracht, de spierfibrillen
contraheert om contractie op te bouwen.