Verantwoording aantekeningen & literatuur
*SV&LD: Alle literatuur + aantekeningen samengevat & verwerkt in leerdoelen.
*x: niet samengevat vanwege gebrek aan relevantie / niet aanwezig tijdens bijeenkomst.
1.1 Aantekeningen college SV&LD
Romme, S. Kennismanagement, strategie en IT. maart 2002, In; SV&LD
Organisatie en Management; pp. 113-116 (Links to an external site.)
Cantens, N, Mentor consult. Organisatiestructuren en organisatie SV&LD
ontwikkeling. Januari 2014, Hfst.1-5 (Links to an external site.)
Bolman, L. G., & Deal, T. E. (2017). Reframing organizations: SV&LD
Artistry, choice, and leadership. John Wiley & Sons. Alleen H3;
Getting Organized. (verkrijgbaar in de bibliotheek)
1.2 Aantekeningen werkgroep SV&LD
Literatuur: zie 1.1
1.3 Aantekeningen college SV&LD
Lunenburg, F.C. (2012). Organizational Structure: Mintzberg’s SV&LD
Framework. International Journal of Scholarly, Academic Diversity
14(1)
Krogt, Th.P.W.M. van der, en C.W. Vroom (1995). Hoofdstuk 6. SV&LD
Organisatie is beweging. Utrecht: Lemma BV. Lezen t/m 6.4.
1.5 Aantekeningen werkgroep SV&LD
Literatuur: zie 1.3
1.1 Het rationele perspectief: inleiding deel 1
Inleiding
Organisatiewetenschap: een verzameling van inzichten, methoden, theorieën en richtlijnen
die met betrekking tot een organisatie verschijnsel bestaat.
Organisatie: een verzameling mensen die zich verenigen in een formeel
samenwerkingsverband teneinde doelstellingen van individuen en groepen te
realiseren.
→ bestaat vooral in mensen hun ‘hoofd’
→ verschil tussen wat afgesproken is en wat daadwerkelijk nageleefd wordt
→ objectieve werkelijkheid (natuurwetenschap) / subjectieve werkelijkheid
,(eigen perspectief) / intersubjectieve werkelijkheid (realiteit die je samen
creëert).
Elementen van een organisatie:
- Structuur
- Formeel: regels, procedures, hiërarchie
- Informeel: relaties tussen mensen, interactie, samenwerking
- Mensen: attitude, ambitie, normen en waarden, leiderschap
- Doelen: doel van organisatie vs. doel van mensen
- Technologie: instrumenten, machines, apparatuur
- Omgeving: klanten, leveranciers, concurrenten partners, stakeholders.
Bij throughput gaat het zowel om primaire processen (transformatie middelen naar
producten) als secundaire processen (ondersteunende processen aan het primaire proces).
Outcome: de effecten die een organisatie nastreeft (maatschappelijk/individueel).
Efficiëntie: de relatie tussen input en output (meer output met gelijk/minder input).
Effectiviteit: mate waarmee output tot gewenste outcome leidt.
Innovatie: het loslaten van een vaste koppeling tussen output en outcome en naar andere
manieren kijken.
3 criteria voor succes:
1. Een heldere missie en visie.
2. De aanwezige interne competenties (output) komen overeen met de externe
behoeften van klanten = bestaansrecht.
3. Iedereen wil hetzelfde doel bereiken en heeft dezelfde belangen.
Een effectieve organisatie moet zowel flexibiliteit als stabiliteit vertonen om te reageren op
een dynamische omgeving. Daarnaast moet er een goede balans bestaan tussen de interne
focus (beste manier van resultaat leveren) en de externe focus (het beste resultaat).
Toolbox van een organisatieontwerper (Cantens, 2014)
➔ Taakspecialisatie: mate van opsplitsing van werkzaamheden in deeltaken
(Taylorisme).
◆ Resulteert in meer efficiënte, maar kan voor verminderde motivatie zorgen.
Hierop moet het management zich richten op arbeidsverdeling op output, ipv
input.
, ●Vervanging door techniek zorgt voor grotere efficiëntie > makkelijker
werk > niet per se minder motivatie (Adler & Borys, 1996).
➔ Departementalisatie: Het samenvoegen van deeltaken met coördinatie als doel.
◆ Naar functie of werkproces → leidt tot functionele indeling → leidt tot
centralisatie door scheiding en afhankelijkheid.
● Voordelen: Grotere efficiëntie, biedt schaalvoordelen, coördinatie
voordeel, communicatie wordt bevorderd.
● Nadelen: mogelijke coördinatieproblemen, lagere mobiliteit
(inzetbaarheid) en kans op demotivatie.
◆ Naar product of dienst = productiegerichte structuur.
● Voordelen: effectiviteit, korte communicatielijnen, grote
betrokkenheid = meer motivatie.
● Nadelen: minder efficiëntie > hogere kosten, kans op
verzelfstandiging.
◆ Naar doelgroep of markt = doelgroep-/marktgerichte structuur
● Voordelen: Sneller inspelen op eisen van de markt + hogere
betrokkenheid.
● Nadelen: minder efficiëntie > hogere kosten, kans op
verzelfstandiging.
◆ Naar geografische plaats
● Voordelen: Sneller inspelen op eisen van de markt + hogere
betrokkenheid
● Nadelen: minder efficiëntie > hogere kosten, kans op
verzelfstandiging.
◆ Conclusiepunten:
● De ondersteunende- en managementprocessen zo functioneel
mogelijk indelen, de kernprocessen zo klantgericht mogelijk.
● Tendensen:
○ Meer klant- en vraaggericht werken VS platte organisaties
(minder management, snellere communicatie).
➔ Hiërarchie
◆ De lijnorganisatie
● Leidinggevenden → ondergeschikten = piramide (verticale
opbouw)
○ Voordeel: automatische conflictreductie
○ Nadeel: langzame communicatie- en informatielijnen.
◆ De lijn-staforganisatie
● Toevoeging van staffuncties aan lijnorganisatie > verandert de
hiërarchie niet, heeft alleen een adviserende/controlerende functie.
○ Voordeel: Door specialisatie betere kennis
○ Nadeel: Kans op grote informele macht door taken over te
nemen van de lijn.
◆ De projectorganisatie