Hoofdstuk 1: Chemisch rekenen
Paragraaf 1:
Atoommodel:
- Kern van een atoom is opgebouwd uit protonen en neutronen. In de elektronenwolk om de
kern bewegen de elektronen in vaste banen; elektronenschillen. De opbouw van deze
schillen luidt als volgt: K=2, L=8 en M=18. De manier waarop elektronen over de schillen zijn
verdeeld heet elektronenconfiguratie (Binas tabel 99).
- Doordat een atoom neutraal is, is het aantal elektronen gelijk aan het aantal protonen.
De elektronen in de buitenste schil; valentie-elektronen, zijn de meeste betrokken bij reacties Je
kunt het aantal valentie-elektronen in de laatste schil zien hoeveel bindingen een atoom aan kan
gaan.
Atomaire massa-eenheid u: eenheid om atoommassa’s in uit te drukken (Binas tabel7).
Atoomnummer= protonen = elektronen
Massagetal= protonen + neutronen
Isotopen: atomen van hetzelfde element die een verschillend aantal neutronen in de kern hebben.
Isotopen hebben wel hetzelfde aantal protonen, omdat ze dezelfde atoomnummer hebben (Binas
tabel 25A).
Relatieve atoommassa = gewogen gemiddelde van de atoommassa’s die in de natuur voorkomen
(Binas Tabel 99).
Relatieve molecuulmassa = atoommassa’s bij elkaar opgeteld.
Indeling periodiek systeem:
Alkalimetalen: Zeer reactieve metalen, vooral met water. Hebben één valentie-elektron.
Aardalkalimetalen: Reactieve metalen, maar minder reactief dan de alkalimetalen. Hebben
twee valentie-elektronen.
Halogenen: Zeer reactieve niet-metalen. Hebben zeven valentie-elektronen en vormen
gemakkelijk verbindingen, vooral met metalen (zoals zouten).
Edelgassen: Zeer stabiel en niet-reactief, vanwege hun volledige buitenste elektronenschil
(acht elektronen, behalve helium met twee).
Paragraaf 2:
Paragraaf 1:
Atoommodel:
- Kern van een atoom is opgebouwd uit protonen en neutronen. In de elektronenwolk om de
kern bewegen de elektronen in vaste banen; elektronenschillen. De opbouw van deze
schillen luidt als volgt: K=2, L=8 en M=18. De manier waarop elektronen over de schillen zijn
verdeeld heet elektronenconfiguratie (Binas tabel 99).
- Doordat een atoom neutraal is, is het aantal elektronen gelijk aan het aantal protonen.
De elektronen in de buitenste schil; valentie-elektronen, zijn de meeste betrokken bij reacties Je
kunt het aantal valentie-elektronen in de laatste schil zien hoeveel bindingen een atoom aan kan
gaan.
Atomaire massa-eenheid u: eenheid om atoommassa’s in uit te drukken (Binas tabel7).
Atoomnummer= protonen = elektronen
Massagetal= protonen + neutronen
Isotopen: atomen van hetzelfde element die een verschillend aantal neutronen in de kern hebben.
Isotopen hebben wel hetzelfde aantal protonen, omdat ze dezelfde atoomnummer hebben (Binas
tabel 25A).
Relatieve atoommassa = gewogen gemiddelde van de atoommassa’s die in de natuur voorkomen
(Binas Tabel 99).
Relatieve molecuulmassa = atoommassa’s bij elkaar opgeteld.
Indeling periodiek systeem:
Alkalimetalen: Zeer reactieve metalen, vooral met water. Hebben één valentie-elektron.
Aardalkalimetalen: Reactieve metalen, maar minder reactief dan de alkalimetalen. Hebben
twee valentie-elektronen.
Halogenen: Zeer reactieve niet-metalen. Hebben zeven valentie-elektronen en vormen
gemakkelijk verbindingen, vooral met metalen (zoals zouten).
Edelgassen: Zeer stabiel en niet-reactief, vanwege hun volledige buitenste elektronenschil
(acht elektronen, behalve helium met twee).
Paragraaf 2: