Hoofdstuk 1; Inleiding
Jimmy Goppel
Het strafrecht is sterk verbonden met zaken als moraal, veiligheid en rechtvaardigheid. He
rechtsgebied houdt zich bezig met het bestraffen van mensen die een strafbaar feit hebben gepleegd.
De staat heeft een monopolie op straffen, als een
burger een strafbaar feit pleegt moet hij
verantwoording afleggen tegen de overheid, die
hem/ haar namens de samenleving een straf op
kan leggen.
Het strafrecht is niet het enige rechtsgebied met deze verhouding, zo is binnen het bestuursrecht; zo
regelen zij beslissingen die burgers direct of indirect raken. De verhouding tussen deze gebieden kan
complex zijn, omdat soms bestuurlijke sancties worden opgelegd door bestuursorganen voor
gedragingen die vroeger strafrechtelijk werden vervolgd.
Vb; vooral verkeersdelicten tegenwoordig onder het bestuursrecht.
In het strafrecht kunnen burgers elkaar niet dagvaarden voor gepleegde strafbare feiten, de enige die
dit kan is een officier van justitie. Hij is als vertegenwoordiger van het staatsorgaan belast met de
vervolging van verdachten; vanuit het Openbaar Ministerie.
Er zijn verschillende soorten dagvaardingen;
a. Civiel; wordt verstuurd vanuit een burger naar een andere burger om een civielrechtelijk geschil uit
te vechten voor de rechter.
b. Strafrechtelijk; wordt verzonden vanuit een officier van justitie om een verdachte terecht te laten
staan voor de strafrecht.
Paul snijdt met zijn auto op een smalle gracht een fietser. De fietser, Wouter, schreeuwt: ‘Kijk uit,
klootzak!’ en steekt zijn middelvinger op. Paul ontsteekt hierdoor in woede, trapt op de rem en
springt uit zijn auto. Hij rent naar Wouter toe en slaat hem met de vuist keihard in het gezicht.
Wouter verliest daardoor een van zijn voortanden. Terwijl Wouter totaal verbluft op de grond ligt,
stapt Paul in zijn auto en scheurt weg.
Hoofdstuk 1; Inleiding 1
Jimmy Goppel
Het strafrecht is sterk verbonden met zaken als moraal, veiligheid en rechtvaardigheid. He
rechtsgebied houdt zich bezig met het bestraffen van mensen die een strafbaar feit hebben gepleegd.
De staat heeft een monopolie op straffen, als een
burger een strafbaar feit pleegt moet hij
verantwoording afleggen tegen de overheid, die
hem/ haar namens de samenleving een straf op
kan leggen.
Het strafrecht is niet het enige rechtsgebied met deze verhouding, zo is binnen het bestuursrecht; zo
regelen zij beslissingen die burgers direct of indirect raken. De verhouding tussen deze gebieden kan
complex zijn, omdat soms bestuurlijke sancties worden opgelegd door bestuursorganen voor
gedragingen die vroeger strafrechtelijk werden vervolgd.
Vb; vooral verkeersdelicten tegenwoordig onder het bestuursrecht.
In het strafrecht kunnen burgers elkaar niet dagvaarden voor gepleegde strafbare feiten, de enige die
dit kan is een officier van justitie. Hij is als vertegenwoordiger van het staatsorgaan belast met de
vervolging van verdachten; vanuit het Openbaar Ministerie.
Er zijn verschillende soorten dagvaardingen;
a. Civiel; wordt verstuurd vanuit een burger naar een andere burger om een civielrechtelijk geschil uit
te vechten voor de rechter.
b. Strafrechtelijk; wordt verzonden vanuit een officier van justitie om een verdachte terecht te laten
staan voor de strafrecht.
Paul snijdt met zijn auto op een smalle gracht een fietser. De fietser, Wouter, schreeuwt: ‘Kijk uit,
klootzak!’ en steekt zijn middelvinger op. Paul ontsteekt hierdoor in woede, trapt op de rem en
springt uit zijn auto. Hij rent naar Wouter toe en slaat hem met de vuist keihard in het gezicht.
Wouter verliest daardoor een van zijn voortanden. Terwijl Wouter totaal verbluft op de grond ligt,
stapt Paul in zijn auto en scheurt weg.
Hoofdstuk 1; Inleiding 1