Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting probleem 4 Pedagogische Wetenschappen blok 3.4 Opvoedingsproblemen in de complexe werkelijkheid

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
31
Geüpload op
24-02-2020
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting Pedagogische Wetenschappen EUR blok 3.4 Opvoedingsproblemen in de complexe werkelijkheid. Probleem 4 over gemaskeerde depressie.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Probleem 4

Leerdoel: Met welke psychopathologie hebben we te maken? 
gemaskeerde depressie

Prins h14 en Verhulst h18
Stemmingsstoornissen: stoornissen in de dimensie somber-euforisch
 Depressieve stemming: abnormale somberheid en/of anhedonie, d.w.z abnormale
lusteloosheid, ongeïnteresseerdheid en een onvermogen om ergens van te kunnen
genieten.
 Manische stemming: hierbij kan er sprake zijn van abnormale vrolijkheid, maar ook
van overdreven zelfvertrouwen en overmoed of sterke geprikkeldheid en
ontvlambaarheid.
Er bestaan diverse varianten van negatieve gevoelens (bv neerslachtigheid, lusteloosheid,
gevoelens van waardeloosheid en prikkelbaarheid). Allen vallen onder de noemer
depressieve symptomen en deze kunnen zich bundelen tot een duidelijk syndroom. Er is
sprake van een depressieve stoornis als het depressief syndroom een langere periode
aanwezig is en als het de persoon ernstig in zijn functioneren belemmert.
Tripartite model (Watson en Clark):
- Negatief affect (NA): de mate waarin iemand een aversief gevoel ervaart (bv
zenuwen, schuld, verdriet).
- Positief affect (PA): de mate waarin iemand een positieve stemming ervaart (bv
vreugde, enthousiasme, alertheid).
- Fysiologissche hyperousal (FH): signalen van somatische spanning (bv
kortademigheid, duizeligheid, droge mond).
 Hoge NA is niet alleen typerend voor depressie maar ook voor angsten.
 Een lage PA is specifiek voor depressie.
 Een hoge FH is specifiek voor angst.
 Dimensionele benadering.
DSM-5:
Depressies worden beschreven onder de hoofdcategorie ‘depressieve stoornissen’ en omvat
verschillende subgroepen, o.a.:
Depressieve stoornissen:
- Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis.
Criteria:
 Ernstige recidiverende driftbuien die zich verbaal en/of in het gedrag
manifesteren.
 De driftbuiten komen niet overeen met het ontwikkelingsniveau.
 De driftbuien treden gemiddeld 3x of vaker per week op.
 De stemming tussen de driftbuien is persisterend prikkelbaar of boos.

Verdere voorwaarden:
 Het kind is ten minste 6 jaar.
 Symptomen zijn begonnen voor de leeftijd van 10 jaar.

,  Symptomen zijn minstens een half jaar aanwezig.
 Het kind heeft problemen met functioneren in meer dan één milieu.
 Bijna iedere dag een verdrietige, geïrriteerde of boze stemming.
 Reacties zijn heftiger dan verwacht.
- Dubbele depressie: combinatie van een majeure depressie en een persisterende
depressie (lange periode met afwisselende intensiteit).
- Premenstruele stemmingsstoornis.
 Tijdens de menstruatiecyclus dienen minstens 5 symptomen aanwezig te zijn
één week voor de menstruatie.
 Een of meer van de volgende symptomen dient aanwezig te zijn:
o Duidelijke affectieve labiliteit.
o Duidelijke prikkelbaarheid of boosheid of toename van
intermenselijke conflicten.
o Duidelijke sombere stemming, gevoelens van hopeloosheid of
gedachten van zelfdepreciatie.
o Duidelijke angst, spanning en/of het gevoel opvliegend te zijn.
 Een of meer van de volgende symptomen moet daarnaast aanwezig zijn om aan
een totaal van 5 symptomen te komen:
o Verminderde interesse in gebruikelijke activiteiten.
o Subjectief ervaren moeite met concentreren.
o Lethargie, snel vermoeid of een duidelijk gebrek aan energie.
o Duidelijke verandering van eetlust: overeten of hunkeren naar specifieke
voedingsmiddelen.
o Hypersomnia of insomnia.
o Het gevoel te worden overspoeld door emoties en deze zelf niet in de
hand te hebben.
o Lichamelijke klachten.


- Depressieve stemmingsstoornis door middel/medicatie.
- Depressieve stemmingsstoornis door somatische aandoening.
- Majeure depressieve stoornis: het kind moet ten minste gedurende twee weken een
pervasieve verandering in stemming vertonen, zich uitend in ofwel depressieve
gevoelens ofwel in een geïrriteerde stemming en/of verlies van interesse en plezier.
Aanvullend moet het kind ook minstens 4 van de volgende aspecten hebben:
 Significante veranderingen in eetpatroon.
 Gewichtsverlies of gewichtstoename.
 Slapeloosheid of hypersomnia.
 Nagenoeg dagelijks optredende psychomotorische agitatie of remming.
 Klachten over moeheid/verlies van energie.
 Gevoelens van waardeloosheid of excessieve, irreële schuldgevoelens.
 Verminderd denk- of concentratievermogen of besluitloosheid.
 Steeds terugkerende suïcidegedachten en/of -poging.
Verdere voorwaarden:

,  Deze kenmerken moeten een significant lijden veroorzaken of een
belemmering vormen in het functioneren op sociaal gebied, bij dagelijkse
bezigheden of op andere belangrijke levensterreinen.
 Ze mogen niet te wijten zijn aan effecten van middelgebruik (aparte
derde groep), een somatische aandoening (aparte vierde groep) of
premenstrueel syndroom (aparte vijfde groep).
 Er mogen geen manische of psychotische episodes voorkomen.
 Als een kind slechts aan enkele van de beschreven symptomen voldoet dan kan
het worden ondergebracht bij ‘depressieve stoornis-niet anderszins beschreven’
(aparte zesde groep)
 Als symptomen 2/3 x per week gepaard gaan met verbale/fysieke uitbarstingen,
dan moet men eerder denken aan een verstoorde stemmingsdisregulatiestoornis
(ook een aparte groep).
 Er kan sprake zijn van een lichte, milde ernstige vorm van een depressie.
- Persisterende depressieve stoornis (dysthyme stoornis): het kind heeft dan een
depressieve of geïrriteerde stemming op de meeste dagen gedurende het grootste
deel van de dag gedurende een periode van een jaar. Het moet ook minstens 2
andere van de eerder beschreven symptomen vertonen.
 Sombere stemming is hierbij minder intenst dan bij een depressieve stoornis,
maar veel chronischer.
Verdere voorwaarden:
 Tijdens de periode van een jaar mogen er nooit meer dan 2 maanden zijn
geweest waarin de genoemde symptomen ontbraken.
 Er kan geen sprake zijn van een depressieve episode gedurende het eerste
jaar van de stoornis. Ook mogen er geen manische periodes voorkomen.
 Het mag niet optreden tijdens het beloop van een psychotische stoornis.
 Het mag niet te wijten zijn aan directe gevolgen van inname van bepaalde
stoffen of aan de algemene medische conditie.
 Het veroorzaakt een significant lijden of een belemmering vormen in het
functioneren op sociaal gebied, bij dagelijkse bezigheden of op andere
belangrijke levensterreinen.
Bipolaire stoornissen:
Manische/hypomanische periodes worden hierbij afgewisseld door depressieve periodes.
3 soorten:
- Bipolair 1: een of meer manische episodes (deze zijn gevaarlijk en hierbij kunnen ook
psychotische kenmerken voorkomen).
- Bipolair 2: een of meer hypomanische episodes (deze zijn iets minder extreem).
- Clycothynisch: chronische milde stemmingswisseling.

 Categoriale benadering
Depressies met bijzondere kenmerken:
- Angstige onrust.
- Gemengde kenmerken.

, - Melancholische kenmerken.
- Atypische kenmerken.
 Stemmingsreactiviteit (stemming klaart op als reactie op actuele of potentiële
positieve gebeurtenissen).
 Twee of meer van de volgende kenmerken;
o Significante gewichtstoename of toegenomen eetlust.
o Hypersomnia.
o Dodelijke vermoeidheid.
o Langdurig aanwezig patroon voor overgevoeligheid voor afwijzing.
- Psychotische kenmerken.
 Stemmingscongruente psychotische kenmerken: wanen of hallucinaties
waarvan de inhoud in overeenkomst is met depressieve thema’s.
 Stemmingsincongruente psychotische kenmerken: verschijnselen als
achtervolgingswanen, de waan onder controle te staan etc.
 Kijken in hoeverre dit tijdens depressieve episodes voorkomt, dan kan het
kenmkerk van een depressie zijn en als het ook buiten depressieve episodes
voorkomt dan is er mogelijk sprake van een primair psychotisch proces.
- Katatonie.
- Postpartum begin.
- Seizoensgebonden patroon.
Kritiek op DSM-omschrijvingen:
- Vaak worden depressiekenmerken niet door anderen opgemerkt waardoor er
ondergediagnosticeerd zou worden.
- De gelijkstelling van depressie-uitingen voor alle leeftijden gaat voorbij aan de
ontwikkelingspsychologische aspecten (leeftijd heeft effect op uitingsvormen
depressie).
Ontwikkeling en prognose:
De ontwikkeling van een depressie kan zich al op jonge leeftijd manifesteren.
 Prevalentie van 0.9% bij kinderen onder de 5 jaar.
 Prevalentie van 2-5% in de kindertijd.
 Prevalentie circa 8% bij adolescenten.
Vanaf de adolescentie ontstaat er een verschil in prevalentie tussen jongens en
meisjes (bij meisjes komt het 2x zoveel voor).
 Met de leeftijd neemt de prevalentie toe.
Er zijn verschillende trajecten die tot dezelfde uitkomst ‘depressie’ kunnen leiden (vanuit
minimale, ernstige of milde symptomen).
Alhoewel men enerzijds kan stellen dat na een depressieve episode nagenoeg iedereen
herstelt, blijkt dat jongeren toch een grote kans hebben om steeds opnieuw in depressieve
periodes te vervallen. Bovendien neemt de kans op terugval verder toe bij een toenemende
ernst van de depressieve periode, de aanwezigheid van subklinische symptomen na herstel,
comorbide problemen, recente stresserende gebeurtenissen, een voorgeschiedenis van
terugval, een aversieve familieomgeving en/of een familiaire voorgeschiedenis van
depressie.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
24 februari 2020
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.19
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
irisnoelle Hogeschool Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
70
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
61
Documenten
72
Laatst verkocht
2 jaar geleden

3.7

33 beoordelingen

5
2
4
19
3
12
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen