Hoorcollege 1
Contextualisme: Recht begrijpen door bestuderen concrete geval, in context
van functioneren en totstandkoming → het recht kan alleen goed begrepen als er
aandacht word besteedt aan de omstandigheden/context
Rechtsvinding in het kader van contextualisme:
- Regelgeleide rechtsvinding: de rechter hanteert de algemene
juridische regels die al bestaan → sprake van rechtszekerheid; burgers
weten voorafgaand hoe regels worden toegepast
- Casuïstische rechtsvinding (Saladin en Haviltex): rechter kijkt naar de
omstandigheden van het geval → er is geen sprake van rechtszekerheid;
elke casus is anders
Rechtseenheid: de gronden waarop geoordeeld wordt gelijk zijn
Personen in het recht:
- Rechtssubject: elke drager van rechten en plichten
- Natuurlijk personen: mensen van vlees en bloed
- Rechtspersoon: juridische constructie die rechten en plichten krijgt
toegekend (bv’s)
Rechtsfeiten: feit die relevant wordt voor het recht
- Bloot rechtsfeit: de handeling van de persoon zit er niet achter
(geboorte, doodgaan)
- Rechtshandeling: dingen die worden gedaan door personen, die
juridische gevolgen hebben (ondertekenen huurcontract)
- Feitelijke handelingen: handelingen die een rechtsgevolg hebben
(lekprikken van de autobanden van je ex) → onrechtmatig handelen
Meerzijdige rechtshandeling (2 of meer mensen betrokken) = overeenkomst
Recht & taal problemen → open texture
- Algemeenheid begrippen → “dringende reden voor ontslag op staande
voet” → wat zijn dringende reden?
- Veranderende werkelijkheid → AI
Driehoekmodel van recht
1. normatief (law in the books): geldende recht/positieve recht; beslissingen
en beginsels zoals die in de wet staan
2. ideëel: achtergrond van het recht → waarden en idealen over wat
rechtvaardig is
3. actueel (law in action): sociale context → recht gevormd door wat mensen
ermee doen (maatschappelijke gevolgen)
Requisitoir: onderbouwing van eis door een officier van justitie
, Casuïstiek: redeneren op basis van een reeks concrete gevallen
Regelend recht: recht waarvan mag worden afgeweken
Benaderingen voor het begrijpen en toepassen van het recht
- Rechtsdogmatiek (normatieve moment): tekstwetenschap
o Bestuderen geldende rechtsbronnen; analyseren van
wetgeving, jurisprudentie
o Systematisering van het recht; orde te scheppen door het te
structuren
o Beoordeling; evalueren en interpreteren van bestaande
rechtsregels → rechtszekerheid te bevorderen
- Multi – en interdisciplinaire rechtswetenschap (actuele en ideële
moment): verder dan de formele bronnen van het recht
o Multidisciplinariteit: kijkt naar rechtsvraag vanuit verschillende
vakgebieden; recht, geschiedenis, sociologie → draagt bij aan beter
begrip van de context van een juridisch probleem → onafhankelijk
o Interdisciplinariteit: de betrokken vakgebieden zijn van elkaar
afhankelijk om een probleem op te lossen → gemeenschappelijke
oplossing
Rechtsregels
- Normatieve rechtsregels: regels die zich richten op besturen van
gedrag
- Niet- normatieve rechtsregels: richten zich niet op besturen van
gedrag;
o Definitiebepaling; omschrijving omvat van begrippen →
omschrijving van voorwaarden (art. 6:162 lid 2 BW)
o Schakelbepalingen; regels in een wet die verwijzen naar andere
wetten → strafrechtelijke bepalingen ook van toepassing zijn op
andere misdrijven (art. 91 lid 2 Sr.)
o Fictie: regel die doet alsof die bestaat, om ingewikkelde
uitzonderingen te vermijden
Toepassing voorwaarde
- Alternatief: aan één voorwaarde moet worden voldaan → “of…. of…”
- Cumulatief: aan alle voorwaarde moet worden voldaan → “en… en..”
- Rechtsgevolg: gevolg als aan alle voorwaarde wordt voldaan
Contextualisme: historische context
historische benaderingen:
1. interne rechtsgeschiedenis; toepassing van het recht in het heden en hoe
dit werd toegepast in het verleden
2. ideeëngeschiedenis: welke ideeën zijn belangrijk geweest voor het recht
Contextualisme: Recht begrijpen door bestuderen concrete geval, in context
van functioneren en totstandkoming → het recht kan alleen goed begrepen als er
aandacht word besteedt aan de omstandigheden/context
Rechtsvinding in het kader van contextualisme:
- Regelgeleide rechtsvinding: de rechter hanteert de algemene
juridische regels die al bestaan → sprake van rechtszekerheid; burgers
weten voorafgaand hoe regels worden toegepast
- Casuïstische rechtsvinding (Saladin en Haviltex): rechter kijkt naar de
omstandigheden van het geval → er is geen sprake van rechtszekerheid;
elke casus is anders
Rechtseenheid: de gronden waarop geoordeeld wordt gelijk zijn
Personen in het recht:
- Rechtssubject: elke drager van rechten en plichten
- Natuurlijk personen: mensen van vlees en bloed
- Rechtspersoon: juridische constructie die rechten en plichten krijgt
toegekend (bv’s)
Rechtsfeiten: feit die relevant wordt voor het recht
- Bloot rechtsfeit: de handeling van de persoon zit er niet achter
(geboorte, doodgaan)
- Rechtshandeling: dingen die worden gedaan door personen, die
juridische gevolgen hebben (ondertekenen huurcontract)
- Feitelijke handelingen: handelingen die een rechtsgevolg hebben
(lekprikken van de autobanden van je ex) → onrechtmatig handelen
Meerzijdige rechtshandeling (2 of meer mensen betrokken) = overeenkomst
Recht & taal problemen → open texture
- Algemeenheid begrippen → “dringende reden voor ontslag op staande
voet” → wat zijn dringende reden?
- Veranderende werkelijkheid → AI
Driehoekmodel van recht
1. normatief (law in the books): geldende recht/positieve recht; beslissingen
en beginsels zoals die in de wet staan
2. ideëel: achtergrond van het recht → waarden en idealen over wat
rechtvaardig is
3. actueel (law in action): sociale context → recht gevormd door wat mensen
ermee doen (maatschappelijke gevolgen)
Requisitoir: onderbouwing van eis door een officier van justitie
, Casuïstiek: redeneren op basis van een reeks concrete gevallen
Regelend recht: recht waarvan mag worden afgeweken
Benaderingen voor het begrijpen en toepassen van het recht
- Rechtsdogmatiek (normatieve moment): tekstwetenschap
o Bestuderen geldende rechtsbronnen; analyseren van
wetgeving, jurisprudentie
o Systematisering van het recht; orde te scheppen door het te
structuren
o Beoordeling; evalueren en interpreteren van bestaande
rechtsregels → rechtszekerheid te bevorderen
- Multi – en interdisciplinaire rechtswetenschap (actuele en ideële
moment): verder dan de formele bronnen van het recht
o Multidisciplinariteit: kijkt naar rechtsvraag vanuit verschillende
vakgebieden; recht, geschiedenis, sociologie → draagt bij aan beter
begrip van de context van een juridisch probleem → onafhankelijk
o Interdisciplinariteit: de betrokken vakgebieden zijn van elkaar
afhankelijk om een probleem op te lossen → gemeenschappelijke
oplossing
Rechtsregels
- Normatieve rechtsregels: regels die zich richten op besturen van
gedrag
- Niet- normatieve rechtsregels: richten zich niet op besturen van
gedrag;
o Definitiebepaling; omschrijving omvat van begrippen →
omschrijving van voorwaarden (art. 6:162 lid 2 BW)
o Schakelbepalingen; regels in een wet die verwijzen naar andere
wetten → strafrechtelijke bepalingen ook van toepassing zijn op
andere misdrijven (art. 91 lid 2 Sr.)
o Fictie: regel die doet alsof die bestaat, om ingewikkelde
uitzonderingen te vermijden
Toepassing voorwaarde
- Alternatief: aan één voorwaarde moet worden voldaan → “of…. of…”
- Cumulatief: aan alle voorwaarde moet worden voldaan → “en… en..”
- Rechtsgevolg: gevolg als aan alle voorwaarde wordt voldaan
Contextualisme: historische context
historische benaderingen:
1. interne rechtsgeschiedenis; toepassing van het recht in het heden en hoe
dit werd toegepast in het verleden
2. ideeëngeschiedenis: welke ideeën zijn belangrijk geweest voor het recht