Aantekeningen
1 Stilstaan en parkeren ....................................................................................... 2
Verkeersborden ........................................................................................................................................ 2
Stilstaan ..................................................................................................................................................... 2
Parkeren .................................................................................................................................................... 3
Soorten lichten ......................................................................................................................................... 4
2 Verkeersborden ................................................................................................. 5
Voorrangsborden [B] ............................................................................................................................... 6
Verbodsborden (geslotenverklaringen) [C] ............................................................................................. 7
Waarschuwingsborden [J] ..................................................................................................................... 10
Informatieborden ................................................................................................................................... 14
Verkeersregels [G] .................................................................................................................................. 17
Bewegwijzering [K] ................................................................................................................................. 18
Toelichtingsborden (onderborden [OB]) .............................................................................................. 20
3/4 Voorrang, Inhalen en Plaats ....................................................................... 22
Voorrangsregels ..................................................................................................................................... 22
Bijzondere voorrangsregels .................................................................................................................. 24
Inhalen ..................................................................................................................................................... 25
Plaats op de weg en Voorsorteren....................................................................................................... 27
Inzicht....................................................................................................................................................... 27
5 Snelheid............................................................................................................ 28
Snelheid ................................................................................................................................................... 28
Richting en signalen ............................................................................................................................... 28
6 In de Praktijk ................................................................................................... 29
Bijzondere manoeuvres ........................................................................................................................ 29
Milieubewust en Energiezuinig rijden ................................................................................................. 29
Verkeerstekens op het Wegdek en Verkeerslichten .......................................................................... 29
7 Algemene Basiskennis .................................................................................... 31
Techniek en Onderhoud ....................................................................................................................... 31
8 Gevaarherkenning .......................................................................................... 33
Overige aantekeningen ..................................................................................... 34
©SeO
1
, 1 Stilstaan en parkeren
Verkeersborden
E01: E02:
Parkeerverbod Verboden stil te staan
Je mag hier niet parkeren. Je mag hier niet stilstaan.
(= een gele onderbroken streep.) (= een gele doorgetrokken streep.)
Stilstaan
Stilstaan: Vrijwillig langdurig in de auto blijven zitten.
Verboden om stil te staan:
• Fietsstrook (dit is niet hetzelfde als een bruine suggestiestrook)
• Busstrook (dit is niet hetzelfde als een bushokje)
• Kruispunten
• Voor inrit & uitrit
• Trottoir (= stoep)
• Oversteekplaats
• Tunnel & Viaduct
• Verdrijvingsvlakken & Puntvlakken
• Vluchtstroken & Vluchthavens & Berm (behalve in nood)
• Invalideparkeerplaats
• Gele doorgetrokken streep (= )
o Aan de overkant mag je wel stilstaan, behalve als het een (verboden te
parkeren zone) is.
o Je mag wel parkeren in een vak (tenzij je een uitstekende aanhanger hebt)
Let op!
• Iemand afzetten is een vorm van stilstaan.
• Laden en lossen valt over het algemeen onder stilstaan.
©SeO
2
,Parkeren
Parkeren: Sleutel uit het contact halen, de deur dicht doen en de auto verlaten of
vrijwillig langdurig in de auto blijven zitten.
Verboden om te parkeren:
• Alle plekken waar je niet mag stilstaan
• Buiten de bebouwde kom op een voorrangsweg
(je mag dan sneller, dus een obstakel op de weg is gevaarlijker)
• 5 meter voor/na een kruispunt
• Naast een ander voertuig (dubbel parkeren → mag nooit)
• Langs een gele onderbroken streep of parkeerverbod-bord
• Aan de kant van de weg
• In een woonerf buiten de parkeervakken
Let op!
• Laden en lossen is niet parkeren.
©SeO
3
,Soorten lichten
• Standaard verlichting
• Mag altijd aan
Dimlicht
• Alleen 's nachts
• Zorg dat je niemand verblind (geen andere mensen)
Grootlicht
• Alleen bij zicht minder dan 50 m (nooit tijdens regen)
Mistlicht achterzijde
• Alleen bij zicht minder dan 200 m (sneeuw, mist, regen)
Mistlicht voorzijde
• Parkeren of stilstaan op een onoverzichtelijke plek.
• Stilstaan op een voorrangsweg binnen de bebouwde
kom.
Stadslicht • Staat uit tijdens het rijden.
(parkeerlichten)
• Een ander soort licht is je dagrijverlichting, deze heeft eigenlijk geen functie.
• Je kentekenverlichting is een voorwaarde om de weg op te mogen.
• Remlichten moeten rood of ambergeel zijn.
• Derde remlicht (bovenkant achterruit) moet rood zijn.
• Achteruitlicht moet wit of geel zijn.
©SeO
4
, 2 Verkeersborden
Informatieborden Verbodsborden Gebodsborden
Kijk, dit is … Je mag hier niet … Je moet hier …
Waarschuwingsbord Toelichtingsborden
Pas op … Dit bord geldt …
©SeO
5
,Voorrangsborden [B]
De volgende soorten borden hebben betrekking op voorrang:
B1: B3: B6:
Voorrangsweg Voorrangskruispunt Haaientanden
Je rijdt op een weg waarop jij Jij hebt voorrang op het Bestuurders op de kruisende
voorrang hebt. volgende kruispunt. weg hebben voorrang.
B7:
Stopbord
Je moet 2 seconden stoppen.
Verder hebben (alléén) bestuurders op de kruisende weg voorrang.
Extra toelichting:
• B1: Voorrangsweg – Zolang je rechtdoor blijft rijden heb jij voorrang.
• B6: Haaientanden – Dit is het enige driehoekige bord in het verkeer met de punt
naar beneden.
©SeO
6
,Verbodsborden (geslotenverklaringen) [C]
De volgende soorten borden hebben verboden of gesloten wegen:
C1: C2:
Gesloten in beide richtingen Eenrichtingsweg
Deze weg is in deze richting gesloten voor
Deze weg is gesloten voor voertuigen, ruiters
voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of
en geleiders van rij- of trekdieren of vee.
trekdieren of vee.
Extra toelichting:
• "Ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee" zijn paardrijders, mensen die een
paard bij de hand begeleiden, of iemand die een kudde koeien begeleid.
C6 – C22:
Gesloten voor …
Deze weg is gesloten voor het voertuig/bestuurder/persoon/aantekening
die op het bord staat.
©SeO
7
, C6:
C12:
Gesloten voor motorvoertuigen op
Gesloten voor alle motorvoertuigen
meer dan twee wielen
Deze weg is gesloten voor alle voertuigen die
Deze weg is gesloten voor alle voertuigen die
worden aangedreven door een motor,
worden aangedreven door een motor en
behalve: snorfiets, bromfiets, elektrische
meer dan 2 wielen hebben.
fiets en gehandicaptenvoertuig.
Extra toelichting:
• C6: Gesloten voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen – Als je tóch
een weg in bent gereden waar dit bord staat, mag je gewoon omkeren om je fout
te herstellen.
F5:
F1:
Verbod voor bestuurders door te gaan
Verbod voor motorvoertuigen om
bij nadering van verkeer uit
elkaar onderling in te halen
tegengestelde richting
Alle voertuigen die worden aangedreven Jij bent verboden om door te rijden als er
door een motor mogen elkaar onderling een tegenligger komt. Dit bord geeft een
niet inhalen. wegversmalling aan.
(Zie: J17 – J19)
©SeO
8
, C3: C4: C5:
Eenrichtingsweg Eenrichtingsweg Inrijden toegestaan
Je kunt hier geen Je kunt hier geen Je kunt hier wel
tegenliggers verwachten. tegenliggers verwachten. tegenliggers verwachten.
D1 – D7:
Verplichte rijrichting
Je moet deze rijrichting volgen.
Je kunt hier wel tegenliggers verwachten.
Rond (O) bord → Overal kan verkeer vandaan komen.
[Dit geldt ook voor verkeerslichten]
F9:
F8:
Einde van alle op een elektronisch
Einde van alle door verkeersborden
signaleringsbord aangegeven
aangegeven verboden
verboden.
Met uitzondering van snelheid.
©SeO
9
, Waarschuwingsborden [J]
De volgende soorten borden waarschuwen jou:
J8:
Gevaarlijk kruispunt
Verminder je snelheid.
J27: J28:
Groot wild Vee
Pas extra op in het donker.
Gebruik geen grootlicht.
J1: J38: J17 – J19:
Slecht wegdek Verkeersdrempel Rijbaanversmalling
Verminder je snelheid. Verminder je snelheid. Dit bord bestaat ook voor een
(Niet te verwarren met J38) (Niet te verwarren met J1) versmalling links of rechts.
©SeO
10