Geneeskunde kwartiel 3
Les 3.1: psychische functies
Na deze les kun je:
- benoemen welke psychische functies er zijn;
- benoemen welke psychische functiestoornissen er zijn;
- de verschillende groepen stoornissen binnen de psychiatrie indelen volgens de DSM
5
- Veel mythes en misverstanden over psychiatrie
DSM 5: alleen symptomen van syndroom, geen oorzaken en behandeling. Gebaseerd op
consensus van psychiaters wereldwijd. Dankzij DSM is ontwikkeling tot een wetenschappelijk
vak mogelijk. Geen leerboek. Zijn ontwikkelingstijdstip beschreven. Indelen in 20 groepen.
Psychopathologie: ziektekunde van de geest
Er was duidelijk behoefte aan een diagnostisch systeem dat moest beantwoorden aan twee
basisprincipes:
a. De ordening van psychische stoornissen moet losstaan van de mogelijke verklaringen.
b. De indeling moet steunen op heldere en ondubbelzinnige criteria, die bruikbaar zijn in de
diagnostische praktijk en het wetenschappelijk onderzoek.
Diagnostic and Statistical Manual: DSM 5
Naarmate een stoornis vroeger in de levensloop kan optreden, staat deze meer vooraan, zowel bij de
indeling van de hoofdgroepen als bij de ordening binnen elke hoofdgroep Vandaar dat in de DSM-
5 de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen op de eerste plaats staan; deze stoornissen worden
vaak vastgesteld in de kindertijd. DSM-5 is een classificatiesysteem bedoeld om wetenschappelijk
onderzoek en communicatie te vergemakkelijken.
Vooral met het oog op de betaalbaarheid wil de overheid meer marktwerking in de zorg. Om die
reden heeft men in de GGZ de DBC 's ingevoerd: de Diagnose Behandeling Combinaties. Een DBC
beschrijft iedere stap in de behandeling van een bepaalde stoornis: vanaf het eerste contact tot en
met de laatste sessie. Dit vormt de basis voor de declaratie bij de zorgverzekeraar. De
(maximum)prijs van een DBC is afhankelijk van de aandoening en de duur van de zorg en daarmee is
de link tussen diagnose en bekostiging heel direct geworden.
Het opstellen van zo’n DBC is voorbehouden aan ‘specialisten’: psychiaters, psychotherapeuten en
klinisch (neuro)psychologen. Zij moeten ‘voor de typering van de zorgvraag van de cliënt’ strikt
gebruikmaken van de systematiek van de DSM. De DBC van een cliënt wordt ter registratie digitaal
verzonden naar het DIS: het DBC-Informatiesysteem. ‘
Hoofdstuk 2:
Van belang bij het beoordelen van mogelijke psychopathologie is weet te hebben van zowel de
gezonde als de ongezonde of gestoorde werking van de psychische functies. Om tevens goed zicht te
krijgen op (de kwaliteit van) het psychisch functioneren, dient hierover de nodige informatie
verzameld te worden. Een van de manieren hiervoor is observatie.
,Een systematische indeling is echter een hulpmiddel om de enorme variatie van stoornissen in het
gedrag van mensen begrijpelijker te maken.
In de Nederlandse traditie worden de psychische functies meestal in drie hoofdgroepen van het
psychisch functioneren geordend:
het denken (cognitieve functies);
het voelen (affectieve functies);
het willen en doen (conatieve functies).
Het begrip cognitieve functies omvat zowel de globale hersenfuncties van het bewustzijn, de
aandacht en de oriëntatie, als ook de meer specifieke cognitieve functies van het intellect, het
geheugen, de waarneming en het denken
Aandacht omvat twee aspecten:
waakzaamheid, vigilantie of alertheid;
vasthoudendheid, tenaciteit, concentratie ofwel het vermogen tot aanhoudende aandacht.
Oriëntatie wordt ook wel ingedeeld in respectievelijk chronologische oriëntatie (welk moment van de
dag/het jaar is het?), topografische oriëntatie (waar bevind ik me?) en interpersoonlijke oriëntatie
(wie ben ik en wie zijn de anderen?).
Bij somnolentie is de persoon slaperig en moet hij moeite doen om wakker te blijven
Een persoon in een sopor is enkel met sterke prikkels te wekken (bv. door middel van schudden of
het toedienen van pijnprikkels). Hij reageert niet of minimaal, maar is niet geheel wakker te krijgen.
Subcoma of precoma is een bewustzijnsverlies waarbij iemand niet meer wakker gemaakt kan
worden en geen peesreflexen meer vertoont. Hij reageert nog wel met afweerreacties op licht en
krachtige pijnprikkels. In een coma ten slotte reageert iemand niet meer op (pijn)prikkels. Veelal zijn
de peesreflexen en de wimperreflex afwezig.
Het delier zien we bij o.a. hoge koorts door infectie (koortsdelier), alcoholonthouding
(ontwenningsdelier) en vergiftigingen.
Aan het geheugen kunnen dus drie vermogens toegeschreven worden: het inprentingsvermogen, het
retentievermogen en het reproductievermogen (of herinneringsvermogen).
Daarnaast kan het geheugen verdeeld worden in drie soorten geheugen: het episodisch geheugen
(gebeurtenissen uit de eigen biografie), het semantische geheugen (feiten) en het procedureel
geheugen (impliciet geleerde activiteiten zoals aan- en uitkleden, fietsen of een instrument
bespelen).
Het amnestisch syndroom betreft een stoornis van het gehele geheugen
Amnesie in eenvoudige vorm houdt in dat iemand een geheugendefect heeft voor een bepaalde
gebeurtenis of een bepaalde periode. Amnesie kan veroorzaakt worden door organische factoren,
door vermoeidheid of concentratiestoornissen. Ook kan amnesie optreden bij hersentrauma (bv. een
hersenschudding), waarbij men zich (delen van) het trauma niet meer kan herinneren. Men spreekt
van retrograde amnesie als er sprake is van een geheugenstoornis vóór een trauma en
van anterograde amnesie als het geheugen van een periode ná het trauma verstoord is.
, De psychogene amnesie is een geheugenstoornis voor een bepaalde gebeurtenis of periode, die is
veroorzaakt door een psychische factor. We spreken ook wel van dissociatieve amnesie . Dit wordt
met name gezien bij psychotrauma
Dementie begint met inprentingsstoornissen en retentiestoornissen.
Onder de intellectuele functies worden het oordeelsvermogen, het ziekte-inzicht, het
abstractievermogen, de executieve functies, de intelligentie, de taal en het rekenen verstaan.
Het oordeelsvermogen valt uiteen in vier overlappende begrippen: realiteitsbesef , zelfinschatting ,
normbesef en decorumbesef . Decorumbesef ten slotte kan vertaald worden als het vermogen om
een sociale situatie correct in te schatten en zich passend naar de situatie te gedragen.
Witzelsucht is een vorm van decorumverlies waarbij er een voortdurende neiging bestaat tot het
maken van ongepaste, vaak seksuele, grappen.
Het abstractievermogen kan worden gedefinieerd als het vermogen om te generaliseren en te
classificeren. Ook maakt het abstractievermogen het voor mensen mogelijk om bij het oplossen van
problemen boven een concrete, feitelijke en egocentrische manier van denken uit te stijgen.
onder de executieve functies vallen het plannen van en de aanzet maken tot handelingen, het in
samenhang en in een logische volgorde uitvoeren van die handelingen en het controleren en
eventueel stoppen ervan.
Afasie is een taalstoornis, een verzamelnaam voor alle stoornissen die een vermindering of verlies
van het vermogen zich uit te drukken door middel van spraak, schrift of tekens tot gevolg hebben.
Expressieve of motorische afasie is het onvermogen tot het vinden en vormen van de juiste woorden
en zinnen terwijl de persoon weet wat hij wil zeggen
Receptieve of sensorische afasie is het onvermogen om gesproken of geschreven woorden of tekens
te begrijpen.
Tactiele afasie is het onvermogen om voorwerpen te benoemen bij betasting. Wanneer overigens
het begrip van de geschreven taal verstoord is, spreekt men van alexie
Aprosodie is het onvermogen van een persoon om niet-inhoudelijke aspecten van de taal (dat wil
zeggen stemvolume, toonhoogte, intonatie, interpunctie, snelheid, ritme en melodie van spreken en
gebruik van klemtonen) te herkennen of tot uitdrukking te brengen, respectievelijk receptieve
aprosodie en expressieve aprosodie . Dit doet zich met name voor ten gevolge van organische
stoornissen, bijvoorbeeld bij hersenlaesies.
Dyscalculie is een verminderde vaardigheid in het rekenen en acalculie is het (totale) verlies van het
vermogen om getallen te onthouden of te rekenen.
Wanneer voorstellingen zich tegen de wil van de betrokkene opdringen, spreekt men van intrusies .
Intrusies kunnen moeilijk gestopt of veranderd worden. Het realiteitsbesef is, in tegenstelling tot bij
hallucinaties, nog intact, maar er is een hoge zintuiglijke levendigheid. Betrokkenen ervaren de
intrusies als zeer echt. Intrusies doen zich voor als herbelevingen van psychotraumata (het weer voor
zich zien van de gebeurtenissen rond het trauma) of als dwangvoorstellingen die meestal seksueel,
pervers of agressief gekleurd zijn.
Bij agnosieën wordt de omgeving op zich correct waargenomen, maar is de herkenning daarvan
verstoord.
Les 3.1: psychische functies
Na deze les kun je:
- benoemen welke psychische functies er zijn;
- benoemen welke psychische functiestoornissen er zijn;
- de verschillende groepen stoornissen binnen de psychiatrie indelen volgens de DSM
5
- Veel mythes en misverstanden over psychiatrie
DSM 5: alleen symptomen van syndroom, geen oorzaken en behandeling. Gebaseerd op
consensus van psychiaters wereldwijd. Dankzij DSM is ontwikkeling tot een wetenschappelijk
vak mogelijk. Geen leerboek. Zijn ontwikkelingstijdstip beschreven. Indelen in 20 groepen.
Psychopathologie: ziektekunde van de geest
Er was duidelijk behoefte aan een diagnostisch systeem dat moest beantwoorden aan twee
basisprincipes:
a. De ordening van psychische stoornissen moet losstaan van de mogelijke verklaringen.
b. De indeling moet steunen op heldere en ondubbelzinnige criteria, die bruikbaar zijn in de
diagnostische praktijk en het wetenschappelijk onderzoek.
Diagnostic and Statistical Manual: DSM 5
Naarmate een stoornis vroeger in de levensloop kan optreden, staat deze meer vooraan, zowel bij de
indeling van de hoofdgroepen als bij de ordening binnen elke hoofdgroep Vandaar dat in de DSM-
5 de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen op de eerste plaats staan; deze stoornissen worden
vaak vastgesteld in de kindertijd. DSM-5 is een classificatiesysteem bedoeld om wetenschappelijk
onderzoek en communicatie te vergemakkelijken.
Vooral met het oog op de betaalbaarheid wil de overheid meer marktwerking in de zorg. Om die
reden heeft men in de GGZ de DBC 's ingevoerd: de Diagnose Behandeling Combinaties. Een DBC
beschrijft iedere stap in de behandeling van een bepaalde stoornis: vanaf het eerste contact tot en
met de laatste sessie. Dit vormt de basis voor de declaratie bij de zorgverzekeraar. De
(maximum)prijs van een DBC is afhankelijk van de aandoening en de duur van de zorg en daarmee is
de link tussen diagnose en bekostiging heel direct geworden.
Het opstellen van zo’n DBC is voorbehouden aan ‘specialisten’: psychiaters, psychotherapeuten en
klinisch (neuro)psychologen. Zij moeten ‘voor de typering van de zorgvraag van de cliënt’ strikt
gebruikmaken van de systematiek van de DSM. De DBC van een cliënt wordt ter registratie digitaal
verzonden naar het DIS: het DBC-Informatiesysteem. ‘
Hoofdstuk 2:
Van belang bij het beoordelen van mogelijke psychopathologie is weet te hebben van zowel de
gezonde als de ongezonde of gestoorde werking van de psychische functies. Om tevens goed zicht te
krijgen op (de kwaliteit van) het psychisch functioneren, dient hierover de nodige informatie
verzameld te worden. Een van de manieren hiervoor is observatie.
,Een systematische indeling is echter een hulpmiddel om de enorme variatie van stoornissen in het
gedrag van mensen begrijpelijker te maken.
In de Nederlandse traditie worden de psychische functies meestal in drie hoofdgroepen van het
psychisch functioneren geordend:
het denken (cognitieve functies);
het voelen (affectieve functies);
het willen en doen (conatieve functies).
Het begrip cognitieve functies omvat zowel de globale hersenfuncties van het bewustzijn, de
aandacht en de oriëntatie, als ook de meer specifieke cognitieve functies van het intellect, het
geheugen, de waarneming en het denken
Aandacht omvat twee aspecten:
waakzaamheid, vigilantie of alertheid;
vasthoudendheid, tenaciteit, concentratie ofwel het vermogen tot aanhoudende aandacht.
Oriëntatie wordt ook wel ingedeeld in respectievelijk chronologische oriëntatie (welk moment van de
dag/het jaar is het?), topografische oriëntatie (waar bevind ik me?) en interpersoonlijke oriëntatie
(wie ben ik en wie zijn de anderen?).
Bij somnolentie is de persoon slaperig en moet hij moeite doen om wakker te blijven
Een persoon in een sopor is enkel met sterke prikkels te wekken (bv. door middel van schudden of
het toedienen van pijnprikkels). Hij reageert niet of minimaal, maar is niet geheel wakker te krijgen.
Subcoma of precoma is een bewustzijnsverlies waarbij iemand niet meer wakker gemaakt kan
worden en geen peesreflexen meer vertoont. Hij reageert nog wel met afweerreacties op licht en
krachtige pijnprikkels. In een coma ten slotte reageert iemand niet meer op (pijn)prikkels. Veelal zijn
de peesreflexen en de wimperreflex afwezig.
Het delier zien we bij o.a. hoge koorts door infectie (koortsdelier), alcoholonthouding
(ontwenningsdelier) en vergiftigingen.
Aan het geheugen kunnen dus drie vermogens toegeschreven worden: het inprentingsvermogen, het
retentievermogen en het reproductievermogen (of herinneringsvermogen).
Daarnaast kan het geheugen verdeeld worden in drie soorten geheugen: het episodisch geheugen
(gebeurtenissen uit de eigen biografie), het semantische geheugen (feiten) en het procedureel
geheugen (impliciet geleerde activiteiten zoals aan- en uitkleden, fietsen of een instrument
bespelen).
Het amnestisch syndroom betreft een stoornis van het gehele geheugen
Amnesie in eenvoudige vorm houdt in dat iemand een geheugendefect heeft voor een bepaalde
gebeurtenis of een bepaalde periode. Amnesie kan veroorzaakt worden door organische factoren,
door vermoeidheid of concentratiestoornissen. Ook kan amnesie optreden bij hersentrauma (bv. een
hersenschudding), waarbij men zich (delen van) het trauma niet meer kan herinneren. Men spreekt
van retrograde amnesie als er sprake is van een geheugenstoornis vóór een trauma en
van anterograde amnesie als het geheugen van een periode ná het trauma verstoord is.
, De psychogene amnesie is een geheugenstoornis voor een bepaalde gebeurtenis of periode, die is
veroorzaakt door een psychische factor. We spreken ook wel van dissociatieve amnesie . Dit wordt
met name gezien bij psychotrauma
Dementie begint met inprentingsstoornissen en retentiestoornissen.
Onder de intellectuele functies worden het oordeelsvermogen, het ziekte-inzicht, het
abstractievermogen, de executieve functies, de intelligentie, de taal en het rekenen verstaan.
Het oordeelsvermogen valt uiteen in vier overlappende begrippen: realiteitsbesef , zelfinschatting ,
normbesef en decorumbesef . Decorumbesef ten slotte kan vertaald worden als het vermogen om
een sociale situatie correct in te schatten en zich passend naar de situatie te gedragen.
Witzelsucht is een vorm van decorumverlies waarbij er een voortdurende neiging bestaat tot het
maken van ongepaste, vaak seksuele, grappen.
Het abstractievermogen kan worden gedefinieerd als het vermogen om te generaliseren en te
classificeren. Ook maakt het abstractievermogen het voor mensen mogelijk om bij het oplossen van
problemen boven een concrete, feitelijke en egocentrische manier van denken uit te stijgen.
onder de executieve functies vallen het plannen van en de aanzet maken tot handelingen, het in
samenhang en in een logische volgorde uitvoeren van die handelingen en het controleren en
eventueel stoppen ervan.
Afasie is een taalstoornis, een verzamelnaam voor alle stoornissen die een vermindering of verlies
van het vermogen zich uit te drukken door middel van spraak, schrift of tekens tot gevolg hebben.
Expressieve of motorische afasie is het onvermogen tot het vinden en vormen van de juiste woorden
en zinnen terwijl de persoon weet wat hij wil zeggen
Receptieve of sensorische afasie is het onvermogen om gesproken of geschreven woorden of tekens
te begrijpen.
Tactiele afasie is het onvermogen om voorwerpen te benoemen bij betasting. Wanneer overigens
het begrip van de geschreven taal verstoord is, spreekt men van alexie
Aprosodie is het onvermogen van een persoon om niet-inhoudelijke aspecten van de taal (dat wil
zeggen stemvolume, toonhoogte, intonatie, interpunctie, snelheid, ritme en melodie van spreken en
gebruik van klemtonen) te herkennen of tot uitdrukking te brengen, respectievelijk receptieve
aprosodie en expressieve aprosodie . Dit doet zich met name voor ten gevolge van organische
stoornissen, bijvoorbeeld bij hersenlaesies.
Dyscalculie is een verminderde vaardigheid in het rekenen en acalculie is het (totale) verlies van het
vermogen om getallen te onthouden of te rekenen.
Wanneer voorstellingen zich tegen de wil van de betrokkene opdringen, spreekt men van intrusies .
Intrusies kunnen moeilijk gestopt of veranderd worden. Het realiteitsbesef is, in tegenstelling tot bij
hallucinaties, nog intact, maar er is een hoge zintuiglijke levendigheid. Betrokkenen ervaren de
intrusies als zeer echt. Intrusies doen zich voor als herbelevingen van psychotraumata (het weer voor
zich zien van de gebeurtenissen rond het trauma) of als dwangvoorstellingen die meestal seksueel,
pervers of agressief gekleurd zijn.
Bij agnosieën wordt de omgeving op zich correct waargenomen, maar is de herkenning daarvan
verstoord.