Samengestelde zinnen, werkwoordspelling, zinsstructuur, grammatica en spelling
algemeen.
• samengestelde zinnen
o samengestelde zin = een zin met meer dan 1 persoonsvorm
o samengestelde zin bestaat uit een hoofd zin en bijzin
o hoofdzin = onderwerp en pv naast elkaar en er kunnen geen woorden
meer tussen
o als 2 hoofdzinnen met elkaar verbonden worden is dat met
nevenschikkende voegwoorden: en of maar want.
o Bijzin: heeft altijd een hoofdzin nodig en er kan een woord tussen
onderwerp en persoonsvorm.
o hoofdzin en bijzin woorden met elkaar verbonden door onderschikkende
voegwoorden: dat of waar omdat doordat als
• zinsdelen
o persoonsvorm
o gezegde
o onderwerp: wie/wat + gez?
o lijdend voorwerp: wie/wat + pv + gezegde + onderwerp?
o meewerkend voorwerp: aan/voor wie/wat + pv + gezegde + onderwerp? is
nooit tijd of plaats.
o (bijwoordelijke bepaling)
• samenstelling
o samengesteld woord met allebei al bestaande woorden.
o boerenkaas met (en) als het eerste deel van de samenstelling een
zelfstandig naamwoord is met alleen een meervoud -en. (hondenhok)
o komijnekaas met (e) omdat het een zelfstandig naamwoord is.
- ook met een een meervoud op s
- met zowel meervoud op -s en -en
- zonder meervoud
- enig in zijn soort
geen -n als het eerste deel een werkwoord is, een bijvoeglijknaamwoord is.
het koppelteken: -
o een initiaalwoord: mbo-diploma
o cijfers: 23-jarige
o bijzondere voor of na bepalingen: ex-minister, niet-roker, proces-verbaal.
, o aardrijkskundige naam Zuid-Afrika
o klinkerbotsing: zee-egel, stage-uren.
het trema “
o klinkerbotsing: poëzie, patiënt, Smeuïg, geërfd.
o uitzonderingen: museum, elektricien, opticien.
o geen trema want geen klinkerbotsing: voltooiing, dieet, buiig.
de apostrof: ‘
o als het grondwoord een cijfer, letter, symbool of initiaalwoord is: a4’tje,
AOW’er, cd’tje.
o bij letterwoorden niet: havoër, paboër, vipje.
initiaalwoord: woord dat gevormd wordt met de beginletters van afzonderlijke woorden
en dat we uitspreken als een reeks letternamen.
letterwoord: woord dat gevormd wordt met de beginletters afzonderlijke woorden, die
we samen als woord uitspreken.
Werkwoordspelling
• persoonsvorm
hoe vind je die?
o tijdsproef
o vorm proef
o vragen maken
is het tegenwoordige tijd of verleden tijd
tegenwoordige tijd:
o stam + t
o lopen invullen
verleden tijd:
zwakke en sterke werkwoorden
o zwakke: er komt te of ten / de of den achter: ik verwacht → ik verwachtte
o sterke: ik loop → ik liep
gebiedende wijs