Inleiding in de pedagogiek.................................................................................................. 3
Hoofdstuk 1 - Het begrip opvoeding................................................................................3
Hoofdstuk 2 - De Ouder en het kind.................................................................................4
Hoofdstuk 3 - Het opvoedproces......................................................................................7
Hoofdstuk 4 - Problemen in de opvoeding.....................................................................11
Hoofdstuk 6 - Ontstaansgeschiedenis van de pedagogiek.............................................12
2
,Inleiding in de pedagogiek
Hoofdstuk 1 - Het begrip opvoeding
1.1 Definitie van pedagogiek:
Pedagogiek houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen/jeugdigen (0-18 jaar)
Oorspronkelijk afgeleid van het Griekse woord piadagoogia: Pais → Kind en
agogein → Leiden
Ouder biedt: Liefde, Geborgenheid, Grenzen, Instructie. Doel is zelfontplooiing en
zelfredzaamheid
1.2 4 Basisdimenties:
Ondersteuning bieden:
- De ouder dat liefde en zorg voor het kind uitdrukt.
- Richt op zijn fysieke en emotionele welzijn.
- Begrepen en geaccepteerd voelt.
Instructie geven:
- Opvoeder maakt duidelijk welk gedrag er van het kind verwacht wordt.
- Zelfstandigheid en de zelfredzaamheid.
Controle uitoefenen:
- Uitleggen van wenselijk gedrag en aanwijzingen geven.
Grenzen stellen:
- De wijze waarop de ouders het kind beloond of bestraft om gewenst gedrag
aan te leren.
- Gedragsverandering vindt plaats door middel van beïnvloeding.
- Zelfvertrouwen.
- Straffen en belonen.
1.3 Opvoedingsdoelen
Zelfstandigheid (individu):
- Zelf leren beslissingen te maken, eigen leven leert leiden.
Zelfredzaamheid (samenleving):
- In staat om keuzes te maken, deze te onderbouwen en de verantwoorden.
Zelfvertrouwen (toekomst):
- Kan een positieve bijdrage leveren aan de toekomst. Nieuwe uitdagingen
stabiel en positief aan kunnen gaan.
3
, Hoofdstuk 2 - De Ouder en het kind
2.1 Kenmerken van de opvoedrelatie
Gelijkwaardigheid
Wisselwerking (Ik reageer op jou en jij op mij)
Wederzijds respect
- Een gezonde opvoedrelatie leidt tot veilige hechting.
- De moeder is hechtingsfiguur.
- Een stabiele opvoedrelatie leidt tot de basis voor veiligheid en intimiteit.
Sensitiviteit:
- Signalen oppikken wat kind nodig heeft.
Responsief:
- Reageren op signalen (Handelen).
Continuïteit en regelmaat in het gedrag.
2.2 Ontwikkeling en opvoeding
Ontwikkelingsfasen:
- Baby/peutertijd, peuter/kleutertijd, basisschoolperiode, adolescentie.
Ontwikkelingstaken:
- De vaardigheden die het kind moet leren beheersen in de specifieke fase.
0-2 jaar: Veiligheid van een opvoeder, Autonomie en Individuatie
steeds belangrijker.
2-4 jaar: Taalontwikkeling komt opgang, duidelijke opbouw van
kennis, structuren.
4-12 jaar: Autonomie verder toe, voor zichzelf zorgen, vermogen tot
decentralisatie (andermans perspectief te zien).
12-18 jaar: Emotionele zelfstandigheid centraal, seksualiteit gaat
een groter rol spelen.
Er wordt hierbij onderscheid gemaakt in verschillende soorten ontwikkeling:
psychologisch, cognitief en sociaal-emotioneel.
Opvoedingsopgave:
- Dit is wat de ouder moet doen in de ondersteuning zodat het kind de
ontwikkelingstaak kan voltooien.
4