Verantwoording aantekeningen & literatuur
*SV&LD: Alle literatuur + aantekeningen samengevat & verwerkt in leerdoelen.
*x: niet samengevat vanwege gebrek aan relevantie / niet aanwezig tijdens bijeenkomst.
3.1 Aantekeningen college SV&LD
Lewin, S., Reeves, S. (2011). ‘Enacting ‘team’ and ‘teamwork’: Using SV&LD
Goffman’s theory of impression management to illuminate
interprofessional practice on hospital wards’. Social Science &
Medicine 72, pp. 1595–1602.
Bolman, L. G., & Deal, T. E. (2017). Reframing organizations: Artistry,
choice, and leadership. John Wiley & Sons.Bolman H12 SV&LD
symbols-2.pdf
3.2 Aantekeningen werkgroep SV&LD
3.4 Aantekeningen college SV&LD
Stoopendaal, A., Bal, R. (2013) ‘Conferences, tablecloths and SV&LD
cupboards: How to understand the situatedness of quality
improvements in long-term care’. Social Science & Medicine 78,
78-85.
Stoopendaal, A. (2011). Different kinds of gaps: Combined values
and partial connections in fall prevention in long-term health care. SV&LD
Medische Antropologie 23(1), 63-80
3.6 Aantekeningen werkgroep SV&LD
→ de literatuur van 3.4 is samengevat in de vragen van 3.6
3.1 Het interpretatieve perspectief: een inleiding
de organisatie van zorg beschrijven vanuit een interpretatief perspectief
Het interpretatieve perspectief gaat uit van sociale interacties in een bepaalde setting:
➔ Focus op betekenisgeving van mensen: hoe interpreteren mensen een situatie of
elkaars gedrag?
➔ Rituelen (gewoontes), ceremonies (bijzondere gebeurtenissen met een vaste
structuur) en symbolen als manieren van betekenisgeving.
, ➔ Focus op presentatie van mensen: welke impressie creëren zij van zichzelf naar
anderen toe? = impressiemanagement.
Om dit te bestuderen worden etnografische onderzoeksmethoden toegepast.
Bolman & Deal over symbolische werking van vergaderingen: vergaderingen zijn een soort
symbolische arenas om individuele en organisatorische desintegratie tegen te houden. Het
is meer een ritueel dan een rationele activiteit. Het is in die zin ook een manier van
zingeving voor werknemers, om betekenis te geven aan hun werk.
Bijvoorbeeld het schrijven van een rapport of het doen van een evaluatie, kan ook een
ritueel zijn binnen een organisatie. Hoewel rapporten en evaluaties vrij snel na het opstellen
ervan verdwijnt, heeft het alsnog betekenis voor de organisatie zelf en de buitenwereld: het
kan als symbool werken om te laten zien dat er nagedacht wordt over het probleem.
Bolman & Deal over impressiemanagement: jouw eigen overkomen, in tegenstelling tot de
daadwerkelijke productie, is de maat waarmee effectiviteit gemeten wordt. De wereld is een
soort ‘theater’, waarin mensen allemaal een eigen rol hebben en een eigen indruk. Deze
indruk hangt ook af van de context. Dit is ook een maat voor legitimiteit. Ook de
‘audience’ is belangrijk, de mensen die de indruk moeten interpreteren en analyseren. Dit
gaat ook om betekenisgeving van het leven, en de organisatie zelf.
Interpretaties worden ‘hard’ wanneer er op gehandeld wordt en daardoor consequenties
voordoen. Het wordt juist vaak gezien als ‘zacht’ en een uiterste van kwalitatief onderzoek.
Goffman’s theorie:
- Impressiemanagement: de
bewuste en onbewuste indruk
die je achterlaat bij anderen, wat
aansluit bij jouw eigen doelen of
behoeftes in sociale interactie.
Bepaalde dingen van jezelf
worden ‘over-benadrukt’ en
anderen dingen worden
onderdrukt om deze indruk
vorm te geven.
- “All the world is a stage”: de wereld is een toneelstuk.
- Frontstage: een officiële setting waar een bepaalde indruk gemaakt ‘moet’
worden. Gaat om de sociale interactie.
- Props: objecten om je indruk te ondersteunen (bijv. een scan bij
diagnose)
- Backstage: de informele setting, waar je de indruk die je wil maken aan het
voorbereiden bent. Regels, rituelen en ceremonies zijn nog niet belangrijk.
Face work: werk dat wordt verzet om een goede impressie te behouden of te herstellen. Dit
is nodig om eventuele incidenten (verkeerde indruk) te repareren. Strategieën:
- Avoidance: het negeren, ‘doen alsof het niet gebeurd is’.