Pathologie H17 – Zenuwstelsel en zintuigen
17.2 Ziekteverschijnselen vanuit het zenuwstelsel (neurologische symptomen)
-Neurologische verschijnselen worden ingedeeld in uitvalsverschijnselen en prikkelingsverschijnselen.
17.2.1 Uitvalsverschijnselen
oorzaak: degeneratie van neuronen waardoor zowel prikkelvorming als prikkelgeleiding niet meer
mogelijk is, met als mogelijke gevolgen:
Paralyse/parese
-paralyse: verlamming door een niet gearriveerde of gegenereerde prikkel
-parese: gedeeltelijke verlamming oftewel krachtsvermindering vaak met een spastisch karakter
-Als er sprake is van een stoornis in de piramidecel, hetzij in de grote hersenschors, hetzij in de
neuriet die ergens in zijn verloop beschadigd is, dan volgt direct een paralyse van de betrokken
spieren. Na enige tijd ontwikkelt zich echter een parese met spastische kenmerken omdat de
motorische voorhoorncellen ook prikkels krijgt van andere piramidebanen.
-Bij een hersenbloeding zal de verlamming aan de ander kant optreden waar de bloeding in de
hersenen plaatsvind door het kruizen van de motorische zenuwbanen. Dit leid tot een halfzijdige
parese (eerst paralyse) wordt een hemiparese of hemiplegie genoemd.
-Tetraplegie: parese van beide armen en benen
-Paraplegie: parese van beide armen of benen (paraparalyse van de benen betekent een
volledige verlamming)
Ataxie
-ongecoördineerde ‘dronkenmansgang’ door aandoening van de kleine hersenen
-gepaard met dysartrie: slecht kunnen articuleren
Apraxie
-onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren
-komt voor als de linker hemisfeer (hersenhelft) is beschadigd en afasiepatiënten
Afasie
-stoornis in het produceren en begrijpen van gesproken en geschreven taal
-ontstaat als het centrum van Broca en/of de directe omgeving ervan uitvalt
-motorische afasie: taalbegrip is intact maar gedachten kunnen niet in woorden worden geuit
-sensorische afasie: taalbegrip is verstoord
oorzaak: meestal het gevolg van een cerebro vasculair accident (CVA), waarbij de verzorgende
slagader afgesloten raakt, maar kan ook door ongevallen, operaties of tumoren.
verschijnselen: komt vaak samen met stoornis in lezen (alexie) en schrijven (agrafie), een
hemiplegie rechts en hemianopsie link (aan één kant van elk oog kan men niet waarnemen),
paralyse/parese, agnosie, apraxie, gestoorde blaasfunctie voor.
Agnosie
-het niet kunnen herkennen en begrijpen van wat men waarneemt
Amnesie
-onvermogen te kunnen herinneren
-retrograde amnesie: amnesie na ongeval en bewustzijnsverlies, kan herstellen
, 17.2.2 Prikkelingsverschijnselen
-Prikkelingsverschijnselen ontstaan als neuronen te veel prikkels vormen of te sterk door andere
neuronen of prikkels van buiten af worden gestimuleerd. Mogelijke oorzaken zijn:
1. Convulsies
-Het aanvalsgewijs optreden van voornamelijk schokkende bewegingen van een lichaamsdeel of het
gehele lichaam, die worden veroorzaakt door een ziekelijke productie van zenuwprikkels door de
hersencellen. Het bewustzijn kan erbij verloren gaan
-Meest bekende vorm is epilepsie waarbij aanvalsgewijs een overmatige ontlading van hersencellen tot
stand komt, waardoor spieren worden geprikkeld tot samentrekking.
-Focale epilepsie: ontladingen beperken zich tot 1 hersendeel. Bijvoorbeeld:
Psychomotore of temporale epilepsie: geheel of gedeeltelijk bij bewust zijn, gepaard met
gebaren/routine handelingen. Kan 15 min+ duren en overgaan in een gegeneraliseerde.
Jackson-aanvallen: beginnen in 1 lichaamsdeel en breiden zich uit. Naderhand kan het
lichaamsdeel tijdelijk paretisch zijn. Er is geen bewustzijnsverlies.
-Gegeneraliseerde epilepsie: ontladingen vinden in alle hersendelen plaats
Tonisch-clonische aanvallen: bewusteloos, kramp, toenemende trekkingen. Gelaat eerst rood,
daarna blauw. Opengesperde ogen, naar boven gedraaid. Schuim op de mond. Kans op tong
bijten. Na aanval een diepe slaap.
Absences: kortdurende epilepsie-aanvallen, geen kramp/trekking, korte bewustzijnsdaling
waarbij iemand stopt met alles en wazig voor zich uit kijkt. Hersteld direct en gaat verder.
2. Paresthesieën
-Prikkelingen of tintelingen die worden ervaren in een huidgebied, bv een slapend been.
-Paresthesieën worden nogal eens gezien bij aandoeningen aan de perifere zenuwen.
3. Pijn
-Pijn is subjectief en wordt verschillend ervaren
-Pijn is een waarschuwing dat weefselbeschadiging dreigt of dat die al is opgetreden en dwingt af tot rust
voor herstel
-Pijndrempel: grenswaarde in intensiteit van de prikkel waarboven pijn optreedt (universeel)
-Pijntolerantiedrempel: grenswaarde in intensiteit van de prikkel waarboven de pijn niet meer wordt
verdragen (individueel)
-Hyperalgesie: verhoogde gevoeligheid voor pijnprikkels
Pathofysiologie
-Pijnprikkels of nocisensorische prikkels: tot pijn aanleiding gevende prikkels
-Nocisensoren van de nocisensorische zenuwvezels vangen de prikkels op.
-Voorbeelden van nocisensorische prikkels:
stoffen die vrijkomen uit de stofwisseling als er sprake is van ischemie (chemische prikkel)
stoffen die vrijkomen bij een ontsteking (chemische prikkel)
directe beschadiging door inwerking van een trauma zoals: hitte/kou (thermische prikkel),
verwondingen (mechanische prikkel), bijtende vloeistoffen (chemische prikkel), etc
17.2 Ziekteverschijnselen vanuit het zenuwstelsel (neurologische symptomen)
-Neurologische verschijnselen worden ingedeeld in uitvalsverschijnselen en prikkelingsverschijnselen.
17.2.1 Uitvalsverschijnselen
oorzaak: degeneratie van neuronen waardoor zowel prikkelvorming als prikkelgeleiding niet meer
mogelijk is, met als mogelijke gevolgen:
Paralyse/parese
-paralyse: verlamming door een niet gearriveerde of gegenereerde prikkel
-parese: gedeeltelijke verlamming oftewel krachtsvermindering vaak met een spastisch karakter
-Als er sprake is van een stoornis in de piramidecel, hetzij in de grote hersenschors, hetzij in de
neuriet die ergens in zijn verloop beschadigd is, dan volgt direct een paralyse van de betrokken
spieren. Na enige tijd ontwikkelt zich echter een parese met spastische kenmerken omdat de
motorische voorhoorncellen ook prikkels krijgt van andere piramidebanen.
-Bij een hersenbloeding zal de verlamming aan de ander kant optreden waar de bloeding in de
hersenen plaatsvind door het kruizen van de motorische zenuwbanen. Dit leid tot een halfzijdige
parese (eerst paralyse) wordt een hemiparese of hemiplegie genoemd.
-Tetraplegie: parese van beide armen en benen
-Paraplegie: parese van beide armen of benen (paraparalyse van de benen betekent een
volledige verlamming)
Ataxie
-ongecoördineerde ‘dronkenmansgang’ door aandoening van de kleine hersenen
-gepaard met dysartrie: slecht kunnen articuleren
Apraxie
-onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren
-komt voor als de linker hemisfeer (hersenhelft) is beschadigd en afasiepatiënten
Afasie
-stoornis in het produceren en begrijpen van gesproken en geschreven taal
-ontstaat als het centrum van Broca en/of de directe omgeving ervan uitvalt
-motorische afasie: taalbegrip is intact maar gedachten kunnen niet in woorden worden geuit
-sensorische afasie: taalbegrip is verstoord
oorzaak: meestal het gevolg van een cerebro vasculair accident (CVA), waarbij de verzorgende
slagader afgesloten raakt, maar kan ook door ongevallen, operaties of tumoren.
verschijnselen: komt vaak samen met stoornis in lezen (alexie) en schrijven (agrafie), een
hemiplegie rechts en hemianopsie link (aan één kant van elk oog kan men niet waarnemen),
paralyse/parese, agnosie, apraxie, gestoorde blaasfunctie voor.
Agnosie
-het niet kunnen herkennen en begrijpen van wat men waarneemt
Amnesie
-onvermogen te kunnen herinneren
-retrograde amnesie: amnesie na ongeval en bewustzijnsverlies, kan herstellen
, 17.2.2 Prikkelingsverschijnselen
-Prikkelingsverschijnselen ontstaan als neuronen te veel prikkels vormen of te sterk door andere
neuronen of prikkels van buiten af worden gestimuleerd. Mogelijke oorzaken zijn:
1. Convulsies
-Het aanvalsgewijs optreden van voornamelijk schokkende bewegingen van een lichaamsdeel of het
gehele lichaam, die worden veroorzaakt door een ziekelijke productie van zenuwprikkels door de
hersencellen. Het bewustzijn kan erbij verloren gaan
-Meest bekende vorm is epilepsie waarbij aanvalsgewijs een overmatige ontlading van hersencellen tot
stand komt, waardoor spieren worden geprikkeld tot samentrekking.
-Focale epilepsie: ontladingen beperken zich tot 1 hersendeel. Bijvoorbeeld:
Psychomotore of temporale epilepsie: geheel of gedeeltelijk bij bewust zijn, gepaard met
gebaren/routine handelingen. Kan 15 min+ duren en overgaan in een gegeneraliseerde.
Jackson-aanvallen: beginnen in 1 lichaamsdeel en breiden zich uit. Naderhand kan het
lichaamsdeel tijdelijk paretisch zijn. Er is geen bewustzijnsverlies.
-Gegeneraliseerde epilepsie: ontladingen vinden in alle hersendelen plaats
Tonisch-clonische aanvallen: bewusteloos, kramp, toenemende trekkingen. Gelaat eerst rood,
daarna blauw. Opengesperde ogen, naar boven gedraaid. Schuim op de mond. Kans op tong
bijten. Na aanval een diepe slaap.
Absences: kortdurende epilepsie-aanvallen, geen kramp/trekking, korte bewustzijnsdaling
waarbij iemand stopt met alles en wazig voor zich uit kijkt. Hersteld direct en gaat verder.
2. Paresthesieën
-Prikkelingen of tintelingen die worden ervaren in een huidgebied, bv een slapend been.
-Paresthesieën worden nogal eens gezien bij aandoeningen aan de perifere zenuwen.
3. Pijn
-Pijn is subjectief en wordt verschillend ervaren
-Pijn is een waarschuwing dat weefselbeschadiging dreigt of dat die al is opgetreden en dwingt af tot rust
voor herstel
-Pijndrempel: grenswaarde in intensiteit van de prikkel waarboven pijn optreedt (universeel)
-Pijntolerantiedrempel: grenswaarde in intensiteit van de prikkel waarboven de pijn niet meer wordt
verdragen (individueel)
-Hyperalgesie: verhoogde gevoeligheid voor pijnprikkels
Pathofysiologie
-Pijnprikkels of nocisensorische prikkels: tot pijn aanleiding gevende prikkels
-Nocisensoren van de nocisensorische zenuwvezels vangen de prikkels op.
-Voorbeelden van nocisensorische prikkels:
stoffen die vrijkomen uit de stofwisseling als er sprake is van ischemie (chemische prikkel)
stoffen die vrijkomen bij een ontsteking (chemische prikkel)
directe beschadiging door inwerking van een trauma zoals: hitte/kou (thermische prikkel),
verwondingen (mechanische prikkel), bijtende vloeistoffen (chemische prikkel), etc