Pathologie – H12 Temperatuurregulatie
12.1 Normale situatie en werking
-Kern temperatuur = 37 graden
-Hoe dichter bij de epidermis hoe kouder (ledenmaten tussen 31 en 28)
-Verplaatsing van warmte in het lichaam verloopt via geleiding (conductie)
-Niet alle weefsels zijn even geleidend
- Arterioveneuze anastomosen: verbinding tussen arteriolen en venulen die opengaan met als doel extra
warmte toe te voeren
-Diurnaal ritme: biologische schommeling vd lichaamstemperatuur tussen de 36,5 en 37,5
-chemische temperatuurregulatie: warmte verkregen uit de chemische reacties vd stofwisseling
-Afgifte van warmte vind voornamelijk plaats via de huid dmv straling (convectie), geleiding (conductie)
en verdamping van zweet = fysische temperatuurregulatie
-Straling en geleiding werken beide op basis van hoog-naar-laag-verschillen, het proces is niet regelbaar
-Meest effectieve vorm van warmteafgifte is de verdamping van zweet
-Huiddoorbloeding en zweetsecretie worden gecoördineerd door het temperatuurregulatiecentrum in
de hypothalamus
-De temperatuur van het doorstromende bloed wordt voortdurend door de hypothalamus gemeten en
sensoren in de huid houden de temperatuur vh epidermis in de gaten
12.2 Stoornissen in de temperatuurregulatie
-Koorts: temp boven de 38 graden
-Hyperpyrexie: temp boven de 41 graden
-Hyperthermie: wordt meer warmte gecreëerd dan afgegeven
-Temperaturen boven de 42 zorgen voor celdood en is niet meer levensvatbaar
-subfebriele temperatuur: verhoging
-ondertemperatuur: minder dan 36 graden
-temperatuur onder de 28 graden geeft blijven de schade en dodelijke gevolgen
12.2.1 Verhoging
Oorzaken
Hyperthermie: wordt meer warmte gecreëerd dan afgegeven
Temperatuurregulatiecentrum staat ingesteld op een hogere set-point (bv bij koorts en
verhoging), bv door inwerking van pyrogene (koortsverwekkende) stoffen of ziekte van de
hersenen
Dehydratie: te weinig vocht beschikbaar voor afkoeling
Symptomen
Kou ervaren/bleek zien (verminderde huiddoorbloeding)/huid voelt koud en droog aan door
gebrek aan excretie
Warmte ervaren/rode en warme huid/zweten
Algehele mailaise
Spierpijn
Hoofdpijn
Verhoogde pols en ademhaling (compensatie)
Geconcentreerde urine
12.1 Normale situatie en werking
-Kern temperatuur = 37 graden
-Hoe dichter bij de epidermis hoe kouder (ledenmaten tussen 31 en 28)
-Verplaatsing van warmte in het lichaam verloopt via geleiding (conductie)
-Niet alle weefsels zijn even geleidend
- Arterioveneuze anastomosen: verbinding tussen arteriolen en venulen die opengaan met als doel extra
warmte toe te voeren
-Diurnaal ritme: biologische schommeling vd lichaamstemperatuur tussen de 36,5 en 37,5
-chemische temperatuurregulatie: warmte verkregen uit de chemische reacties vd stofwisseling
-Afgifte van warmte vind voornamelijk plaats via de huid dmv straling (convectie), geleiding (conductie)
en verdamping van zweet = fysische temperatuurregulatie
-Straling en geleiding werken beide op basis van hoog-naar-laag-verschillen, het proces is niet regelbaar
-Meest effectieve vorm van warmteafgifte is de verdamping van zweet
-Huiddoorbloeding en zweetsecretie worden gecoördineerd door het temperatuurregulatiecentrum in
de hypothalamus
-De temperatuur van het doorstromende bloed wordt voortdurend door de hypothalamus gemeten en
sensoren in de huid houden de temperatuur vh epidermis in de gaten
12.2 Stoornissen in de temperatuurregulatie
-Koorts: temp boven de 38 graden
-Hyperpyrexie: temp boven de 41 graden
-Hyperthermie: wordt meer warmte gecreëerd dan afgegeven
-Temperaturen boven de 42 zorgen voor celdood en is niet meer levensvatbaar
-subfebriele temperatuur: verhoging
-ondertemperatuur: minder dan 36 graden
-temperatuur onder de 28 graden geeft blijven de schade en dodelijke gevolgen
12.2.1 Verhoging
Oorzaken
Hyperthermie: wordt meer warmte gecreëerd dan afgegeven
Temperatuurregulatiecentrum staat ingesteld op een hogere set-point (bv bij koorts en
verhoging), bv door inwerking van pyrogene (koortsverwekkende) stoffen of ziekte van de
hersenen
Dehydratie: te weinig vocht beschikbaar voor afkoeling
Symptomen
Kou ervaren/bleek zien (verminderde huiddoorbloeding)/huid voelt koud en droog aan door
gebrek aan excretie
Warmte ervaren/rode en warme huid/zweten
Algehele mailaise
Spierpijn
Hoofdpijn
Verhoogde pols en ademhaling (compensatie)
Geconcentreerde urine