Pathologie
Hoofdstuk 5 – Oncologie
-Normale celgroei en deling wordt beïnvloed door:
Genetische code
Groeihormoon
Productie chemische stoffen buurcellen in weefsel
-verandering van genoom = DNA mutatie
-oncogenen = celgroei regulerende genen
-tumor = gezwel = neoplasma
-metaplasie: mutatie van cellen in een ander celtype. Kan voorstadium zijn van een maligne weefsel
Kenmerken goedaardig (beninge) en kwaadaardig (maligne)
-Cellen van een benigne tumor lijken nog op die van het oorspronkelijke weefsel, hebben hun
differentiatie nog behouden, en kunnen hun functie soms ook nog behouden.
-Groeien langzamer dan maligne tumoren
-Hebben de neiging expansief uit te groeien = omliggende weefsels weg te duwen
-Zijn vaak begrensd door een bindweefselkapsel
-Cellen van een maligne tumor lijken minder of niet meer op het oorspronkelijke weefsel en kan in de
volgende stadia voorkomen:
Goed gedifferentieerd: lijkt nog op oorspronkelijke weefsel
Weinig gedifferentieerd: lijkt weinig meer
Anaplastisch of ongedifferentieerd: lijkt niet meer
-Groeien snel
-Hebben een goede vascularisatie en dus toevoer van voedingsstoffen
-De groei verloopt infiltrerend en destructief: kan dwars door bestaande structuren heen groeien
-Kan uitzaaien of metastaseren
-Namen van maligne tumoren in dekweefsels (en klierweefsels) eindigen op carcinoom
-Namen van maligne tumoren uitgaande van bind- en steunweefsel eindigen op sarcoom
-Namen van benigne tumoren eindigen vaak op -oom
Benigne tumoren
-Schade, functiestoornis of overlijden is afhankelijk van de locatie en kan ontstaan door expansie
waardoor druk op het omliggende weefsel ontstaat
-Oorzaak is meestal onbekend, kan door een virus (wrat), chronische ontsteking (neus poliep),
erfelijkheid (darmpoliep), hormonale invloed (cystes)
-Worden behandeld/verwijderd wanneer er sprake is van mechanische problemen (druk), er weinig
expansie ruimte is of de kans bestaat op maligne transformatie
Maligne tumoren
-Gewijzigde DNA code veroorzaakt grotere afwijkingen dan bij Benigne tumoren: meer celdeling, andere
eigenschappen vh celmembraan, minder samenhangend weefsel, metastasen
-Produceren cytokinen (gifstoffen) waardoor de gastheer vermagerd en ziek wordt
, -Bij beginstadium van een maligne tumoren (tumor in situ) vind nog geen invasieve groei plaats wat het
ontdekken ervan zeer moeilijk maakt (alleen bij baarmoederhalskanker)
-Bij invasieve groei hechten de cellen zich aan het basale membraan en produceren proteases wat de
cellen van het membraan dood (lysis) zodat er groei mogelijk is
-Factoren die bijdragen aan wildgroei: te veel groei stimuleren stoffen, te weinig celgroei remmende
stoffen, te veel stoffen die celdood voorkomen en verminderde activiteit van genproductie die DNA
herstellen.
-carinogenese = ontwikkelwijze van meligne tumoren
Uiterlijk
-Huid en slijmvliezen: als een ulcer of bloemkoolachtige uitstulping. Fases: In situ, pre-ulcereus,
exofytisch, necrotisch ulcus
-Intern weefsel: knobbeltje met stroma (bindweefsel) er omheen waarin zich bloedvaatjes (medullair) en
soms fibreus weefsel (skirreus) bevindt.
Metastasering
-4 soorten/routes:
via de lymfevaten (lymfogene metastasering)
via de bloedvaten (hematogene metastasering)
via afvoerwegen/anatomische structuren
via het vocht in de sereuze holten
-Tumoren in dek- en klierweefsel ((adena)carcinomen) en melanomen en lymfomen verspreiden zich
meestal via de myfogene weg
-Tumoren in steunweefsel (sarcomen) verspreiden zich meestal via de hematogene weg
-Lymfangitis carcinomatosa: verstopte of ontstoken lymfevaten door tumorcellen
-Tumorcellen worden in de eerst volgende lymfeklier uitgefilterd waar deze gaan groeien: de klier wordt
groot en hard en kan doorgroeien in het omliggende weefsel.
-3 typen hematogene metastasering:
type vena cava: vanuit het hele lichaam naar de vena cava rechter hart arteria pulmonalis
haarvaten longen uitgroeien
type vena portae: vanuit hele midden lichaam (onderste deel oesophagus t/m rectum)
poortader lever uitgroei
type vena pulmonalis: vanuit de longen vena pulmonalis linker hart aorta lichaam
(hersenen, botten, wervels, lever)
-Metastasen in de wervels kunnen zich via het vaatnet van het axiale skelet alle kanten op verspreiden:
wervels, ribben, schedel, borstbeen
-Metastasering langs afvoerwegen of anatomische structuren is relatief zeldzaam
-Kan na invasieve groei ook in de holtes: ascites in de buikholte, hydrothorax in de pleuraholte
Hoofdstuk 5 – Oncologie
-Normale celgroei en deling wordt beïnvloed door:
Genetische code
Groeihormoon
Productie chemische stoffen buurcellen in weefsel
-verandering van genoom = DNA mutatie
-oncogenen = celgroei regulerende genen
-tumor = gezwel = neoplasma
-metaplasie: mutatie van cellen in een ander celtype. Kan voorstadium zijn van een maligne weefsel
Kenmerken goedaardig (beninge) en kwaadaardig (maligne)
-Cellen van een benigne tumor lijken nog op die van het oorspronkelijke weefsel, hebben hun
differentiatie nog behouden, en kunnen hun functie soms ook nog behouden.
-Groeien langzamer dan maligne tumoren
-Hebben de neiging expansief uit te groeien = omliggende weefsels weg te duwen
-Zijn vaak begrensd door een bindweefselkapsel
-Cellen van een maligne tumor lijken minder of niet meer op het oorspronkelijke weefsel en kan in de
volgende stadia voorkomen:
Goed gedifferentieerd: lijkt nog op oorspronkelijke weefsel
Weinig gedifferentieerd: lijkt weinig meer
Anaplastisch of ongedifferentieerd: lijkt niet meer
-Groeien snel
-Hebben een goede vascularisatie en dus toevoer van voedingsstoffen
-De groei verloopt infiltrerend en destructief: kan dwars door bestaande structuren heen groeien
-Kan uitzaaien of metastaseren
-Namen van maligne tumoren in dekweefsels (en klierweefsels) eindigen op carcinoom
-Namen van maligne tumoren uitgaande van bind- en steunweefsel eindigen op sarcoom
-Namen van benigne tumoren eindigen vaak op -oom
Benigne tumoren
-Schade, functiestoornis of overlijden is afhankelijk van de locatie en kan ontstaan door expansie
waardoor druk op het omliggende weefsel ontstaat
-Oorzaak is meestal onbekend, kan door een virus (wrat), chronische ontsteking (neus poliep),
erfelijkheid (darmpoliep), hormonale invloed (cystes)
-Worden behandeld/verwijderd wanneer er sprake is van mechanische problemen (druk), er weinig
expansie ruimte is of de kans bestaat op maligne transformatie
Maligne tumoren
-Gewijzigde DNA code veroorzaakt grotere afwijkingen dan bij Benigne tumoren: meer celdeling, andere
eigenschappen vh celmembraan, minder samenhangend weefsel, metastasen
-Produceren cytokinen (gifstoffen) waardoor de gastheer vermagerd en ziek wordt
, -Bij beginstadium van een maligne tumoren (tumor in situ) vind nog geen invasieve groei plaats wat het
ontdekken ervan zeer moeilijk maakt (alleen bij baarmoederhalskanker)
-Bij invasieve groei hechten de cellen zich aan het basale membraan en produceren proteases wat de
cellen van het membraan dood (lysis) zodat er groei mogelijk is
-Factoren die bijdragen aan wildgroei: te veel groei stimuleren stoffen, te weinig celgroei remmende
stoffen, te veel stoffen die celdood voorkomen en verminderde activiteit van genproductie die DNA
herstellen.
-carinogenese = ontwikkelwijze van meligne tumoren
Uiterlijk
-Huid en slijmvliezen: als een ulcer of bloemkoolachtige uitstulping. Fases: In situ, pre-ulcereus,
exofytisch, necrotisch ulcus
-Intern weefsel: knobbeltje met stroma (bindweefsel) er omheen waarin zich bloedvaatjes (medullair) en
soms fibreus weefsel (skirreus) bevindt.
Metastasering
-4 soorten/routes:
via de lymfevaten (lymfogene metastasering)
via de bloedvaten (hematogene metastasering)
via afvoerwegen/anatomische structuren
via het vocht in de sereuze holten
-Tumoren in dek- en klierweefsel ((adena)carcinomen) en melanomen en lymfomen verspreiden zich
meestal via de myfogene weg
-Tumoren in steunweefsel (sarcomen) verspreiden zich meestal via de hematogene weg
-Lymfangitis carcinomatosa: verstopte of ontstoken lymfevaten door tumorcellen
-Tumorcellen worden in de eerst volgende lymfeklier uitgefilterd waar deze gaan groeien: de klier wordt
groot en hard en kan doorgroeien in het omliggende weefsel.
-3 typen hematogene metastasering:
type vena cava: vanuit het hele lichaam naar de vena cava rechter hart arteria pulmonalis
haarvaten longen uitgroeien
type vena portae: vanuit hele midden lichaam (onderste deel oesophagus t/m rectum)
poortader lever uitgroei
type vena pulmonalis: vanuit de longen vena pulmonalis linker hart aorta lichaam
(hersenen, botten, wervels, lever)
-Metastasen in de wervels kunnen zich via het vaatnet van het axiale skelet alle kanten op verspreiden:
wervels, ribben, schedel, borstbeen
-Metastasering langs afvoerwegen of anatomische structuren is relatief zeldzaam
-Kan na invasieve groei ook in de holtes: ascites in de buikholte, hydrothorax in de pleuraholte