Pathologie H4 – Afweer van het menselijk lichaam en immunopathologie
4.1 Uitwendige afweer
-Ons uitwendige afweersysteem bestaat uit mechanische en biologisch barriéres:
Mechanische:
Huid
Slijmvliezen
Biologische:
Huid: lage vochtigheid, lage ph, lage temp en natuurlijke bacteriën (commensale flora)
Luchtwegen: trilhaartjes, witte bloedcellen
Mond: antibacteriële werking van speeksel
Keel: lymfatisch weefsel (ring van Waldeyer)
Maag: lage PH (passage bij hoge hoeveelheden of verstopt in voedsel)
Darm: afweer weefsel (plaques van Peyer), weinig hechting mogelijk door peristaltiek,
commensale flora
Vagina: lage PH door aanwezige lactobacil (staafje van Döderlein)
-Wanneer bacteriën toch door deze barrières weten te dringen zal er een lokale ontstekingsreactie
worden getriggerd met als doel:
het onschadelijk maken van de beschadigende factor
het afschermen van het ziek weefsel tov het gezonde weefsel
het herstellen van het beschadigde weefsel
-Ook worden er antilichamen gevormd die de lichaamsvreemde stoffen aanvallen
In beide processen spelen witte bloedcellen een belangrijke rol
4.2 Inwendige (niet specifieke) afweer
-Vanaf de geboorte aanwezig en beschikbaar (natuurlijke afweer)
-Veroorzaakt een ontstekingsreactie waarbij leukocyten een rol spelen en uit 2 componenten bestaat:
cellulair: neutrofiele monocyten en granulocyten die vreemde cellen fagocyteren en NK-cellen
(killer cellen) die dmv cytotoxische voornamelijk tumor en virussen doden.
Humoraal: door in het bloed aanwezige eiwitten zoals:
-interferonen (a, b & y) remmen de vermenigvuldiging van virussen
-complementbindingssysteem: 20 eitwitten die het immuunsysteem stimuleren
, -tumornecrose factoren a & b: doden tumorcellen en veroorzaken ontstekingen en koorts
4.3 Ontstekingen
-Een ontsteking is een reactie op cel,- of weefsel beschadiging
-Mogelijke oorzaken zijn:
Micro-organismen (belangrijkste)
Verbrandingen
Immunologische reacties zoals bij een allergie
Chemische stoffen
Wonden
Maligniteiten
-Er zijn alleen micro-organismen in de ontsteking te vinden als deze ook de oorzaak zijn of als deze er
secundair in terecht zijn gekomen
-Ontstekingsmediatoren: stoffen die vrijkomen uit de beschadigde cellen en de ontstekingsreactie in
gang zetten + cellen van Langerhans die afreizen naar de lymfeklieren om specifieke antilichamen te
vormen en het hormoonstelsel activeren.
-Granulocyten worden uit het beenmerg geactiveerd. Deze kunnen zich vervormen en daardoor
makkelijk door een bloedvatwand passeren en de ontsteking bereiken. Daar vallen zij alle cellen aan die
niet lichaamseigen is.
-Micro organismen hebben markeermoleculen op de celwand die leukocyten aantrekt en tot fagocytose
stimuleert.
-Monocyt rijpt tot Macrofaag en reist daarna via de bloedbaan af naar de ontsteking. Is later aanwezig
dan de granulocyten.
-Virussen trekken minder granulocyten aan. Welk triggert het de aanmaak van lokale interferon wat het
celmembraan stabiliseert om het binnendringen van het virus tegen te gaan. Is specifiek en kortdurend.
-Alle bovenstaande vormen en aanleidingen resulteren in de 5 kenmerken van een onsteking:
1. Rubor (rood) - vasodilitatie
2. Calor (warmte) – vasodilitatie + verhoogde metabole activiteit
3. Tumor – vasodilatatie, uittreden vocht (exsudatief) en leukocyten (infiltratief)
4. Dolor (pijn) – druk op zenuwen door zwelling + prikkeldrempel verlagende stoffen
5. Functio laese – verhindering door zwelling en pijn
-Cattare = natte ontsteking (loopneus)
-Ontsteking ischemie (verminderde bloeddoorstroming) week weefsel in het centrum
pusvorming
-Pus is infectieus materiaal en kan levende en dode granulocyten, bacteriën en weefselmateriaal
bevatten
-Absces: niet eerder bestaande holte gevuld met pus
blijft granulocyten aantrekken zolang er bacteriën aanwezig zijn en dus groeien
zonder drain kan het pus in de bloedbaan terecht komen en ziekte veroorzaken
-Empyeem: aanwezigheid van pus in een natuurlijk bestaande holte
4.1 Uitwendige afweer
-Ons uitwendige afweersysteem bestaat uit mechanische en biologisch barriéres:
Mechanische:
Huid
Slijmvliezen
Biologische:
Huid: lage vochtigheid, lage ph, lage temp en natuurlijke bacteriën (commensale flora)
Luchtwegen: trilhaartjes, witte bloedcellen
Mond: antibacteriële werking van speeksel
Keel: lymfatisch weefsel (ring van Waldeyer)
Maag: lage PH (passage bij hoge hoeveelheden of verstopt in voedsel)
Darm: afweer weefsel (plaques van Peyer), weinig hechting mogelijk door peristaltiek,
commensale flora
Vagina: lage PH door aanwezige lactobacil (staafje van Döderlein)
-Wanneer bacteriën toch door deze barrières weten te dringen zal er een lokale ontstekingsreactie
worden getriggerd met als doel:
het onschadelijk maken van de beschadigende factor
het afschermen van het ziek weefsel tov het gezonde weefsel
het herstellen van het beschadigde weefsel
-Ook worden er antilichamen gevormd die de lichaamsvreemde stoffen aanvallen
In beide processen spelen witte bloedcellen een belangrijke rol
4.2 Inwendige (niet specifieke) afweer
-Vanaf de geboorte aanwezig en beschikbaar (natuurlijke afweer)
-Veroorzaakt een ontstekingsreactie waarbij leukocyten een rol spelen en uit 2 componenten bestaat:
cellulair: neutrofiele monocyten en granulocyten die vreemde cellen fagocyteren en NK-cellen
(killer cellen) die dmv cytotoxische voornamelijk tumor en virussen doden.
Humoraal: door in het bloed aanwezige eiwitten zoals:
-interferonen (a, b & y) remmen de vermenigvuldiging van virussen
-complementbindingssysteem: 20 eitwitten die het immuunsysteem stimuleren
, -tumornecrose factoren a & b: doden tumorcellen en veroorzaken ontstekingen en koorts
4.3 Ontstekingen
-Een ontsteking is een reactie op cel,- of weefsel beschadiging
-Mogelijke oorzaken zijn:
Micro-organismen (belangrijkste)
Verbrandingen
Immunologische reacties zoals bij een allergie
Chemische stoffen
Wonden
Maligniteiten
-Er zijn alleen micro-organismen in de ontsteking te vinden als deze ook de oorzaak zijn of als deze er
secundair in terecht zijn gekomen
-Ontstekingsmediatoren: stoffen die vrijkomen uit de beschadigde cellen en de ontstekingsreactie in
gang zetten + cellen van Langerhans die afreizen naar de lymfeklieren om specifieke antilichamen te
vormen en het hormoonstelsel activeren.
-Granulocyten worden uit het beenmerg geactiveerd. Deze kunnen zich vervormen en daardoor
makkelijk door een bloedvatwand passeren en de ontsteking bereiken. Daar vallen zij alle cellen aan die
niet lichaamseigen is.
-Micro organismen hebben markeermoleculen op de celwand die leukocyten aantrekt en tot fagocytose
stimuleert.
-Monocyt rijpt tot Macrofaag en reist daarna via de bloedbaan af naar de ontsteking. Is later aanwezig
dan de granulocyten.
-Virussen trekken minder granulocyten aan. Welk triggert het de aanmaak van lokale interferon wat het
celmembraan stabiliseert om het binnendringen van het virus tegen te gaan. Is specifiek en kortdurend.
-Alle bovenstaande vormen en aanleidingen resulteren in de 5 kenmerken van een onsteking:
1. Rubor (rood) - vasodilitatie
2. Calor (warmte) – vasodilitatie + verhoogde metabole activiteit
3. Tumor – vasodilatatie, uittreden vocht (exsudatief) en leukocyten (infiltratief)
4. Dolor (pijn) – druk op zenuwen door zwelling + prikkeldrempel verlagende stoffen
5. Functio laese – verhindering door zwelling en pijn
-Cattare = natte ontsteking (loopneus)
-Ontsteking ischemie (verminderde bloeddoorstroming) week weefsel in het centrum
pusvorming
-Pus is infectieus materiaal en kan levende en dode granulocyten, bacteriën en weefselmateriaal
bevatten
-Absces: niet eerder bestaande holte gevuld met pus
blijft granulocyten aantrekken zolang er bacteriën aanwezig zijn en dus groeien
zonder drain kan het pus in de bloedbaan terecht komen en ziekte veroorzaken
-Empyeem: aanwezigheid van pus in een natuurlijk bestaande holte