TAAK 5: Attention disorder and agnosie
PS: Wat zijn aandachtsproblemen en agnosie?
LD:
1. Wat is bewustzijn en wat is aandacht?
Mind-body of mind-brain problem: wat is de relatie tussen de geest/gedachtes en de hersenen?
- Meeste niet-wetenschappers: dualisme; de overtuiging dat de immateriële geest en het
lichaam afgescheiden van elkaar bestaan; de geest en de hersenen zijn verschillend
o Bijna alle huidige filosofen en neurowetenschappers verwerpen deze overtuiging
The law of the conservation of matter and energy: stof kan transformeren in
energie, en energie kan transformeren in stof, maar geen van beide
ontwikkelt zich vanuit niks, verdwijnt in niks of verandert behalve wegens de
invloed van stof of energie
- Het alternatief voor dualisme is monisme: de overtuiging dat het universum bestaat uit
slechts één soort substantie; mentale activiteit is onscheidbaar van hersenactiviteit
o Verschillende vormen van monisme zijn mogelijk in de volgende categorieën:
Materialisme: de benadering dat alles dat bestaat materiaal is, of fysiek
Mentalisme: de benadering dat alleen gedachtes/de geest écht bestaat, en
dat de fysieke wereld niet zou kunnen bestaan als de geest er niet bewust
van zou zijn
Identiteitspositie: de benadering dat gedachteprocessen en bepaalde
vormen van hersenprocessen hetzelfde zijn, alleen beschreven in
verschillende termen. De geest is een hersenactiviteit; mentale activiteit is
wat er gebeurd in de hersenen
o Onderzoekers gebruiken monisme als de meest redelijk werkende hypothese, om te
zien wat voor vordering ze kunnen maken in deze assumptie
Ervaringen en hersenactiviteit lijken onscheidbaar; stimulatie van een
hersengebied zorgt voor een ervaring, iedere ervaring zorgt voor
hersenactiviteit
David Chalmers (1995)
- Maakt onderscheid tussen makkelijke problemen en moeilijke problemen van bewustzijn
- Makkelijke problemen: wetenschappelijk lastig, maar filosofisch niet
o Vragen zoals het verschil tussen wakker zijn & slapen, welke hersenactiviteit
plaatsvindt tijdens bewustzijn
- Lastige problemen: betreft het vraagstuk waarom bewustzijn eigenlijk bestaat??!
o Een vraagstuk die nog lang niet beantwoord gaat kunnen worden
Er bestaat nog geeneens een duidelijke hypothese om het mee te testen
Bewustzijn
- We begrijpen vooralsnog niet wáárom bewustzijn bestaat
o Voornaamste moeilijkheid hierin komt omdat we bewustzijn niet kunnen observeren
o Ook het definiëren van bewustzijn is lastig
- Bewustzijn: het beseffen van prikkels; bewust worden van iets betekent dat info meer van je
hersenactiviteit overneemt
Aandacht
- Niet hetzelfde als bewustzijn, maar wel nauw aan elkaar gerelateerd
o Je bent alleen bewust van de stimuli waar je je aandacht op richt
- Alles dat anders is, trekt je aandacht => door aandacht creëer je bewustzijn
,2. Wat zijn de verschillende vormen van aandacht?
Aandachtsprocessen
- Bottom-up proces: hangt af van de stimulus; bepaalde soorten trekken sneller aandacht
o Bijv. emotioneel-geladen, eigen taal en geassocieerd met diens interesse
- Top-down proces: intentioneel
o Bijv. zoeken naar een vriendin in een groot publiek
o Overmeestert soms een bottom-up proces
Bijv. tijdens carnaval je burgerlijk geklede vriendin zoeken; actief
onderdrukken van de aandacht en -activiteit die de ongebruikelijke items
normaliter zouden aantrekken
o Hersengebieden: prefrontale- en pariëtale cortex
Bij visuele aandacht verschuiven vergroot je de activiteit in het ene- na het
andere gedeelte van de visuele cortex
Het sturen van aandacht naar een bepaald lichaamsdeel vergroot het
behorende gedeelte van de somatosensorische cortex
Test om aandacht mee te onderzoeken: Stroop test
- De moeite om woorden te negeren en de kleur van de inkt te benoemen
- Na jaren leren woorden te lezen, is het moeilijk om de gewoonte te onderdrukken en in
plaats daarvan te reageren op de kleur
o Succesvolle uitvoering:
Toename van activiteit in de kleur-visie gebieden van de cortex
Afname van activiteit in gebieden verantwoordelijk voor het identificeren
van woorden
3. Welke hersengebieden zijn betrokken bij bewustzijn en aandacht?
Onderzoek naar bewustzijn
- Onderzoek naar bewustzijn is beperkt tot samenwerkende-, gezonde mensen omdat mensen
niet kunnen spreken het besef van een prikkel niet kunnen rapporteren
o Flash suppression: een test voor het onderzoeken van hersenactiviteit tijdens
bewustzijn. Persoon ziet eerst een gele punt. Daarna, alhoewel de punt op het
scherm blijft, knipperen andere punten aan- en uit eromheen. Hierdoor ziet de
persoon de stationaire punt niet meer
Presenteren van een stimulus terwijl bewustzijn wordt vóórkomen,
gebaseerd op interferentie
De sterke reactie op de knipperende stimulus vermindert de reactie op de
stabiele stimulus => grijpen sterk je aandacht
- Experimenten waarbij stimuli onbewust worden gemaakt
o Masking: een korte visuele stimulus wordt opgevolgd door langere-, interfererende
stimuli; wat om een stimuli heen gepresenteerd wordt, beïnvloedt de waarneming
Backward masking: presenteren van een korte stimulus (= het woord) en
daarna een langere stimulus (= de interferentie)
Een woord presenteren op een scherm voor 29 ms
Bij groep 1 komt hierop volgend een blanco scherm
o Resultaat: ~90% identificeert het woord
Bij groep 2 komt hierop volgend een scherm met masking patronen
o Resultaat: bijna niemand identificeert het woord, zeggen
zelfs geeneens een woord gezien te hebben
fMRI: de stimulus activeert bij beide groepen in 1 e instantie de
primaire visuele cortex
, o Sterkere activatie bij groep 1, de bewuste groep, wegens
minder interferentie
Daarnaast verspreidt de activiteit zich over
additionele hersengebieden, waaronder de
prefrontale- en pariëtale cortex => versterken het
signaal + reflecteren het terug naar de visuele cortex
Bij mensen met schade in de prefrontale
cortex: visuele stimulus moet langer duren
voordat het bewust wordt
o Verschil in reactie of stimuli wel- of niet bewust wordt
ervaren ook afhankelijk van tijd:
200 ms na begin van stimuli begint bewustzijn
Bereikt maximum bij 500 ms
Duurt voort voor de volgende 2-3 seconde
o Het bewustzijn van de ene stimulus remt de reactie op
andere stimulus in diezelfde tijdsperiode
Huidige stimuli strijden voor aandacht
o Een bewust-ervaren stimulus synchroniseert reacties van
neuronen in verschillende hersengebieden
Gevolg: gesynchroniseerde actiepotentialen =>
simultane input bij synapsen van gedoelde cellen =>
productie van maximale opsomming
o Samengevat: bewustzijn van een stimulus is afhankelijk van
de hoeveelheid- en de verspreiding van hersenactiviteit
o Binocular rivalry: de wisselingen die gradueel van de ene- naar de andere kant
verschuiven, bijv. bij 2 afbeeldingen; beide ogen kijken naar iets verschillend
Iets zien vereist waarnemen waar het is
Omdat de hersenen niet 2 patronen kunnen waarnemen in dezelfde
locatie, alterneert perceptie tussen de 2
o Je kan vrijwillig je aandacht sturen naar de andere
afbeelding, maar slechts voor een beperkte tijd. Al snel zie je
ook weer de andere afbeelding
De 2 afbeeldingen verdelen je aandachttijd niet noodzakelijk gelijk
Sommigen zien met het ene oog langer dan met het andere oog
Een emotioneel-beladen afbeelding (bijv. een gezicht met een
emotionele uitdrukking) houdt over algemeen langer- en sneller
aandacht vast dan een neutrale afbeelding
o Een blij gezicht houdt langer de aandacht vast van iemand
met een blije stemming
o Een boos gezicht houdt langer de aandacht vast van iemand
die in een verdrietige stemming is
o Ook signalen geassocieerd met gevaar/angst
Woorden in je eigen taal trekken sneller aandacht dan woorden in
een taal die je niet begrijpt
Zaken geassocieerd met iemands interesse trekken sneller aandacht
Hersenactiviteit bij visuele perceptie
In 1e instantie vervaagt de perceptie en de stimulus die wordt gezien
door het andere oog vervangt het
o Het eerste patroon in hersenactiviteit vervaagt ook, en een
verschillend patroon vervangt het
PS: Wat zijn aandachtsproblemen en agnosie?
LD:
1. Wat is bewustzijn en wat is aandacht?
Mind-body of mind-brain problem: wat is de relatie tussen de geest/gedachtes en de hersenen?
- Meeste niet-wetenschappers: dualisme; de overtuiging dat de immateriële geest en het
lichaam afgescheiden van elkaar bestaan; de geest en de hersenen zijn verschillend
o Bijna alle huidige filosofen en neurowetenschappers verwerpen deze overtuiging
The law of the conservation of matter and energy: stof kan transformeren in
energie, en energie kan transformeren in stof, maar geen van beide
ontwikkelt zich vanuit niks, verdwijnt in niks of verandert behalve wegens de
invloed van stof of energie
- Het alternatief voor dualisme is monisme: de overtuiging dat het universum bestaat uit
slechts één soort substantie; mentale activiteit is onscheidbaar van hersenactiviteit
o Verschillende vormen van monisme zijn mogelijk in de volgende categorieën:
Materialisme: de benadering dat alles dat bestaat materiaal is, of fysiek
Mentalisme: de benadering dat alleen gedachtes/de geest écht bestaat, en
dat de fysieke wereld niet zou kunnen bestaan als de geest er niet bewust
van zou zijn
Identiteitspositie: de benadering dat gedachteprocessen en bepaalde
vormen van hersenprocessen hetzelfde zijn, alleen beschreven in
verschillende termen. De geest is een hersenactiviteit; mentale activiteit is
wat er gebeurd in de hersenen
o Onderzoekers gebruiken monisme als de meest redelijk werkende hypothese, om te
zien wat voor vordering ze kunnen maken in deze assumptie
Ervaringen en hersenactiviteit lijken onscheidbaar; stimulatie van een
hersengebied zorgt voor een ervaring, iedere ervaring zorgt voor
hersenactiviteit
David Chalmers (1995)
- Maakt onderscheid tussen makkelijke problemen en moeilijke problemen van bewustzijn
- Makkelijke problemen: wetenschappelijk lastig, maar filosofisch niet
o Vragen zoals het verschil tussen wakker zijn & slapen, welke hersenactiviteit
plaatsvindt tijdens bewustzijn
- Lastige problemen: betreft het vraagstuk waarom bewustzijn eigenlijk bestaat??!
o Een vraagstuk die nog lang niet beantwoord gaat kunnen worden
Er bestaat nog geeneens een duidelijke hypothese om het mee te testen
Bewustzijn
- We begrijpen vooralsnog niet wáárom bewustzijn bestaat
o Voornaamste moeilijkheid hierin komt omdat we bewustzijn niet kunnen observeren
o Ook het definiëren van bewustzijn is lastig
- Bewustzijn: het beseffen van prikkels; bewust worden van iets betekent dat info meer van je
hersenactiviteit overneemt
Aandacht
- Niet hetzelfde als bewustzijn, maar wel nauw aan elkaar gerelateerd
o Je bent alleen bewust van de stimuli waar je je aandacht op richt
- Alles dat anders is, trekt je aandacht => door aandacht creëer je bewustzijn
,2. Wat zijn de verschillende vormen van aandacht?
Aandachtsprocessen
- Bottom-up proces: hangt af van de stimulus; bepaalde soorten trekken sneller aandacht
o Bijv. emotioneel-geladen, eigen taal en geassocieerd met diens interesse
- Top-down proces: intentioneel
o Bijv. zoeken naar een vriendin in een groot publiek
o Overmeestert soms een bottom-up proces
Bijv. tijdens carnaval je burgerlijk geklede vriendin zoeken; actief
onderdrukken van de aandacht en -activiteit die de ongebruikelijke items
normaliter zouden aantrekken
o Hersengebieden: prefrontale- en pariëtale cortex
Bij visuele aandacht verschuiven vergroot je de activiteit in het ene- na het
andere gedeelte van de visuele cortex
Het sturen van aandacht naar een bepaald lichaamsdeel vergroot het
behorende gedeelte van de somatosensorische cortex
Test om aandacht mee te onderzoeken: Stroop test
- De moeite om woorden te negeren en de kleur van de inkt te benoemen
- Na jaren leren woorden te lezen, is het moeilijk om de gewoonte te onderdrukken en in
plaats daarvan te reageren op de kleur
o Succesvolle uitvoering:
Toename van activiteit in de kleur-visie gebieden van de cortex
Afname van activiteit in gebieden verantwoordelijk voor het identificeren
van woorden
3. Welke hersengebieden zijn betrokken bij bewustzijn en aandacht?
Onderzoek naar bewustzijn
- Onderzoek naar bewustzijn is beperkt tot samenwerkende-, gezonde mensen omdat mensen
niet kunnen spreken het besef van een prikkel niet kunnen rapporteren
o Flash suppression: een test voor het onderzoeken van hersenactiviteit tijdens
bewustzijn. Persoon ziet eerst een gele punt. Daarna, alhoewel de punt op het
scherm blijft, knipperen andere punten aan- en uit eromheen. Hierdoor ziet de
persoon de stationaire punt niet meer
Presenteren van een stimulus terwijl bewustzijn wordt vóórkomen,
gebaseerd op interferentie
De sterke reactie op de knipperende stimulus vermindert de reactie op de
stabiele stimulus => grijpen sterk je aandacht
- Experimenten waarbij stimuli onbewust worden gemaakt
o Masking: een korte visuele stimulus wordt opgevolgd door langere-, interfererende
stimuli; wat om een stimuli heen gepresenteerd wordt, beïnvloedt de waarneming
Backward masking: presenteren van een korte stimulus (= het woord) en
daarna een langere stimulus (= de interferentie)
Een woord presenteren op een scherm voor 29 ms
Bij groep 1 komt hierop volgend een blanco scherm
o Resultaat: ~90% identificeert het woord
Bij groep 2 komt hierop volgend een scherm met masking patronen
o Resultaat: bijna niemand identificeert het woord, zeggen
zelfs geeneens een woord gezien te hebben
fMRI: de stimulus activeert bij beide groepen in 1 e instantie de
primaire visuele cortex
, o Sterkere activatie bij groep 1, de bewuste groep, wegens
minder interferentie
Daarnaast verspreidt de activiteit zich over
additionele hersengebieden, waaronder de
prefrontale- en pariëtale cortex => versterken het
signaal + reflecteren het terug naar de visuele cortex
Bij mensen met schade in de prefrontale
cortex: visuele stimulus moet langer duren
voordat het bewust wordt
o Verschil in reactie of stimuli wel- of niet bewust wordt
ervaren ook afhankelijk van tijd:
200 ms na begin van stimuli begint bewustzijn
Bereikt maximum bij 500 ms
Duurt voort voor de volgende 2-3 seconde
o Het bewustzijn van de ene stimulus remt de reactie op
andere stimulus in diezelfde tijdsperiode
Huidige stimuli strijden voor aandacht
o Een bewust-ervaren stimulus synchroniseert reacties van
neuronen in verschillende hersengebieden
Gevolg: gesynchroniseerde actiepotentialen =>
simultane input bij synapsen van gedoelde cellen =>
productie van maximale opsomming
o Samengevat: bewustzijn van een stimulus is afhankelijk van
de hoeveelheid- en de verspreiding van hersenactiviteit
o Binocular rivalry: de wisselingen die gradueel van de ene- naar de andere kant
verschuiven, bijv. bij 2 afbeeldingen; beide ogen kijken naar iets verschillend
Iets zien vereist waarnemen waar het is
Omdat de hersenen niet 2 patronen kunnen waarnemen in dezelfde
locatie, alterneert perceptie tussen de 2
o Je kan vrijwillig je aandacht sturen naar de andere
afbeelding, maar slechts voor een beperkte tijd. Al snel zie je
ook weer de andere afbeelding
De 2 afbeeldingen verdelen je aandachttijd niet noodzakelijk gelijk
Sommigen zien met het ene oog langer dan met het andere oog
Een emotioneel-beladen afbeelding (bijv. een gezicht met een
emotionele uitdrukking) houdt over algemeen langer- en sneller
aandacht vast dan een neutrale afbeelding
o Een blij gezicht houdt langer de aandacht vast van iemand
met een blije stemming
o Een boos gezicht houdt langer de aandacht vast van iemand
die in een verdrietige stemming is
o Ook signalen geassocieerd met gevaar/angst
Woorden in je eigen taal trekken sneller aandacht dan woorden in
een taal die je niet begrijpt
Zaken geassocieerd met iemands interesse trekken sneller aandacht
Hersenactiviteit bij visuele perceptie
In 1e instantie vervaagt de perceptie en de stimulus die wordt gezien
door het andere oog vervangt het
o Het eerste patroon in hersenactiviteit vervaagt ook, en een
verschillend patroon vervangt het