GGZ2027
College 1
Neuroanatomie
6 januari
Examen
- 30 meerkeuzevragen (50%)
- 4 openvragen (50%)
- Nederlandse vragen
Centrale zenuwstelsel
Bestaat uit:
- Centrale zenuwstelsel
Hersenen
Ruggenmerg
- Perifere zenuwstelsel
Somatische - Zenuwen die de armen en benen voorzien van functie
o Cranele zenuwen en perifere zenuwen
Autonome – hebben we bijna geen enkele invloed op. Verbinding tussen centrale
zenuwstelsel en perifere zenuwstelsel
o Regulatie hartslag, ademhaling, maag-darmstelsel
Centrale zenuwstelsel
Bestaat uit 2 soorten groepen cellen:
- Neuron – primaire eenheid
- Glia – aandoeningen komen door gebreken in glia-cellen.
Neuron
Bestaat uit 3 functionele onderdelen:
- Cellichaam hierin zit de kern (met mitochondriën, DNA, cytoplasma)
- Axon (zender) meestal is het zo dat je maar 1 axon hebt, 2 axonen is een uitzondering
- Dendriet (ontvanger) de synapsen zitten op de dendrieten en het cellichaam.
Tegelijker kan 1 neuron contact hebben met 100.000 andere neuronen. Multitasken is erg
belangrijk. Hoe meer dendrieten je hebt, hoe meer verbindingen er geaccepteerd kunnen
worden.
Glia (lijkt op een ster)
Op het moment dat een neuron sterft door bv een hersenbloeding, vullen gliacellen dit op.
De plasticiteit in de gliacellen is enorm. Ze genezen. Ze zijn ook belangrijk voor voeding en
om afvalstoffen weg te krijgen.
- Supporten
- Assisteren
Astrocyten komen het vaakst voor van de gliacellen en zitten dicht op het neuron
(eigenlijk tussen neuronen).
Microglia immuuncellen. Je hersenen zijn door je schedel, hersenvocht en een
hersenbarrière beschermd. De kans dat een bacterie je brein bereikt is erg klein,
maar toch is de bescherming mbv immuuncellen nodig. Soms vallen microglia je
eigen gliacellen aan (bv bij een immuunziekte).
College 1
Neuroanatomie
6 januari
Examen
- 30 meerkeuzevragen (50%)
- 4 openvragen (50%)
- Nederlandse vragen
Centrale zenuwstelsel
Bestaat uit:
- Centrale zenuwstelsel
Hersenen
Ruggenmerg
- Perifere zenuwstelsel
Somatische - Zenuwen die de armen en benen voorzien van functie
o Cranele zenuwen en perifere zenuwen
Autonome – hebben we bijna geen enkele invloed op. Verbinding tussen centrale
zenuwstelsel en perifere zenuwstelsel
o Regulatie hartslag, ademhaling, maag-darmstelsel
Centrale zenuwstelsel
Bestaat uit 2 soorten groepen cellen:
- Neuron – primaire eenheid
- Glia – aandoeningen komen door gebreken in glia-cellen.
Neuron
Bestaat uit 3 functionele onderdelen:
- Cellichaam hierin zit de kern (met mitochondriën, DNA, cytoplasma)
- Axon (zender) meestal is het zo dat je maar 1 axon hebt, 2 axonen is een uitzondering
- Dendriet (ontvanger) de synapsen zitten op de dendrieten en het cellichaam.
Tegelijker kan 1 neuron contact hebben met 100.000 andere neuronen. Multitasken is erg
belangrijk. Hoe meer dendrieten je hebt, hoe meer verbindingen er geaccepteerd kunnen
worden.
Glia (lijkt op een ster)
Op het moment dat een neuron sterft door bv een hersenbloeding, vullen gliacellen dit op.
De plasticiteit in de gliacellen is enorm. Ze genezen. Ze zijn ook belangrijk voor voeding en
om afvalstoffen weg te krijgen.
- Supporten
- Assisteren
Astrocyten komen het vaakst voor van de gliacellen en zitten dicht op het neuron
(eigenlijk tussen neuronen).
Microglia immuuncellen. Je hersenen zijn door je schedel, hersenvocht en een
hersenbarrière beschermd. De kans dat een bacterie je brein bereikt is erg klein,
maar toch is de bescherming mbv immuuncellen nodig. Soms vallen microglia je
eigen gliacellen aan (bv bij een immuunziekte).