Zoeken in statistiek
Cijfers waarop kaarten zijn gebaseerd zijn achterin de atlas te vinden in het onderdeel
de Statistiek.
Absolute en relatieve afstand
Absolute afstand: hemelsbrede afstand tussen 2 punten in een rechte lijn.
Relatieve afstand: afstand in tijd, geld en moeite
Grote verschillen in welvaart; noorden is rijk, zuiden arm
Armoedegrens: geeft aan hoeveel geld je elke dag ten minste nodig hebt voor eten, een
dak boven je hoofd en kleren.
Hoe hoog de armoedegrens is in een land, hangt af van de prijzen in dat land.
De koopkracht: hoeveel je kunt kopen voor 1 euro.
In een arm land als India is de koopkracht hoog, want de prijzen liggen heel laag. De
armoedegrens ligt in India daarom ook bij een veel lager bedrag dan in een rijk land als
Nederland.
Ontwikkelingslanden: landen die niet behoren tot de rijke geïndustrialiseerde landen
Scharreleconomie: het niet-officiële deel van de economie van een land. De activiteiten
van deze sector komen meestal niet in de statistieken van de overheid terecht.
In rijke landen:
• mensen hebben vaak werk, zonder werk een uitkering.
• Niemand hoeft te bedelen voor geld
• weinig mensen werkzaam in de landbouw; worden veel machines
gebruikt
In arme landen:
• meer dan de helft van de mensen heeft geen betaalde baan.
• om iets te verdienen, gaan mensen werken als: straathandelaar, gids,
poetsen bij rijke mensen, bedelen
• veel mensen werkzaam in landbouw. Geen geld voor machines, oogst met
de hand. Lage lonen
Onderwijs in rijk land anders dan in arm land:
• kwaliteit van spullen (bijv. nieuwe boeken/oude boeken die je moet delen
met 3 kinderen)
, • (on)opgeleide leerkrachten
• Internet
• Geen zin om naar school te gaan tegenover onderwijs als kans op betere
toekomst
4.2 Meten van welvaart en welzijn
Hoe meet je welvaart:
1. Bruto binnenlands product per hoofd (bbp/hoofd) van de bevolking: alles wat
in 1 jaar wordt verdiend over de hele wereld door de inwoners, gedeeld door
het aantal inwoners.
2. Welzijn: levensomstandigheden van de mensen, daarbij kijk je naar:
a. Levensverwachting: hoe oud mensen die nu worden geboren, worden.
Beinvloed door:
i. Hygiëne
ii. Gezondheidszorg
iii. Voedselsituatie in een land
b. Koopkracht: hoeveel kan men kopen voor eenheid geld
c. Alfabetiseringsgraad: hoeveel mensen boven de jaar kunnen lezen en
schrijven.
3. Verdeling van beroepsbevolking: alle mensen (plus werklozen) die werken
tegen betaling, verdeeld over 3 sectoren.
a. Tertiaire sector: verlenen van diensten
b. Primaire sector: verbouwen en produceren van eten, opgraven van
grondstoffen
c. Secundaire sector: industrie
3 groepen landen naar ontwikkelingsgraad:
1. Centrumlanden: meest ontwikkelde landen, zoals Singapore, VS, Duitsland.
De KOPLOPERS. Werken vaak in dienstensector, hebben hoge productiviteit
(waarde van productie per persoon is hoog) door gebruik van machines en
moderne apparatuur. Grote rol in wereldhandel.
2. Semiperiferie: landen die al behoorlijk zijn ontwikkeld, zoals Z-Afrika, Brazilië,
China. De VOLGERS. Welvaart neemt hier snel toe. Steeds minder mensen
werkzaam in landbouw, industrie goed ontwikkeld, diensten groeit. Rol in
wereldhandel groeit.
3. Periferie: grote groep ontwikkelingslanden, zoals Cambodja, Bolivia, Niger.
De ACHTERBLIJVERS. Laag inkomen, veel werkzaam in landbouw. Kleine rol
in wereldhandel. MOL: minst ontwikkelde landen, bestaat uit 48 landen (31 uit
Afrika (sub-Sahara).