VPK 1
Sickness= hoe de maatschappij kijkt naar ziekte
Ilness= hoe mensen het zelf ervaren
Disease= de ziekte
Gezondheid < gezondheidsgedrag < gezondheidsvaardigheden
Zelfmanagement= sturing kunnen geven aan wat er moet gebeuren
Zelfredzaamheid= praktisch zelf de dingen kunnen doen die nodig zijn
Adaptief vermogen= aanpassen aan situaties om je heen (geduld, kunnen volhouden,
loslaten)
Positieve gezondheid
Health as the ability to adapt and to self manage, in the face of social, physical and emotional
challenges (Machteld Huber)
Florence Nightingale (1820- 1910)
Beschrijft verplegen, formuleert standaarden
Stimuleert evidence based practice binnen verplegen
1843 – vereninging voor ziekenverpleging
1878 – start van de verpleegstersopleiding
Midden 20e eeuw – GRAND THEORIES
Samenhangende, sterk abstract en algemeen richtinggevende beschrijving van een
fenomeen
SELF- CARE DEFICIT THEORY – DOROTHEA OREM (1914-2007)
- Gezondheidsgedrag (zelfredzaamheid, zelfmanagement, adaptatie)
- Gezondheidsvaardigheden – cognitieve en sociale vaardigheden die men nodig
heeft coor het krijgen, begrijpen en toepassen van informatie voor het bevorderen
of behouden van een goede gezondheid
- Overvraging van gewone gezondheidsvaardigheden leidt tot behoefte aan
ondersteuning
- Ondersteuning is gericht op versterken/ uitbreiden van eigen
gezondheidsvaardigheden
Begeleiden
Samen doen
Tijdelijk overnemen
, ADAPTATION MODEL – CALLISTA ROY
- Relateert gezondheid en gezondheidsgedrag aan adaptatie en coping
- Psychologische mechanismen die van invloed zijn op gezondheidsvaardigheid
- Versterken van adaptatie en coping leidt tot beter gezondheidsgedrag en daarmee
betere gezondheid
VIRGINIA HENDERSON
- De unieke functie van de verpleegkundige is:
Het individu, ziek of gezond bij te staan bij het verrichten van die activiteiten die
bijdragen tot gezondheid of herstel (of te helpen vredig te sterven, wanneer geen herstel
mogelijk is), en die dit individu zonder hulp zou verrichten als hij de daartoe nodige
kracht, wilskracht of kennis bezat
Henderson onderscheidt 14 basisbehoeften, waarin de verpleegkundige moet kunnen
voorzien:
Zorg voor ademhalen
Zorg voor eten en drinken
Zorg voor uitscheiden
Houding, lopen, zitten
Rust, slaap
Kiezen van geschikte kleding, aan- en uitkleden
Handhaven verzorging van het eigen lichaam
Bescherming tegen gevaar
Communicatie, contacten onderhouden met anderen
Geloofsbelijdenis, levensovertuiging
Werkzaam en productief zijn
Creatief zijn
Ontdekken en bevredigen van nieuwsgierigheid
VAN GRAND THEORIES NAAR NU
Verdere ontwikkeling van een set van samenhangende termen (classificatie) over:
Verpleegkundige gegevens
- Functionele gezondheidspatronen – Marjory Gordon
- Aandachtspunten voor het bepalen van zorgbehoeften volgens ICF
- Aandachtsgebieden voor het bepalen van zorgbehoeften volgens model
Zorgleefplanwijzer met 4 domeinen
1. Het mentale welbevinden van de cliënt als persoon
2. Het lichamelijke gevoel van welbevinden en gezondheid
3. Daginvulling volgens eigen interesse en onderhouden van sociale contacten
(participatie)
4. De woon- en leefomstandigheden
Verpleegkundige diagnoses
Verpleegkundig zorgresultaten
, Verpleegkundige interventies
Gezondheidspsychologie= studie van gezondheid, ziekte en de gezondheidszorg
(professioneel en persoonlijk)
Doel: gedrag omtrent ziekte/gezondheid begrijpen
Manifesteren= duidelijk ‘zichtbaar worden’
Perceptie= waarneming
Empirisme= kennis komt voornamelijk uit de ervaring
Inferentie= het vermogen om nieuwe kennis af te leiden uit bestaande kennis
Interventie= om verandering te realiseren
Adequaat= evenwicht tussen de eigen belangen en die van de patiënt
Coping= kunnen omgaan met
Adaptatie= aanpassing om de negatieve gevolgen ervan te beperken