Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................................................................... 2
Opzet....................................................................................................................................................................2
Voorbedachte rade...............................................................................................................................................4
Week 2.......................................................................................................................................................... 5
Schuld (Culpa).......................................................................................................................................................5
Week 3.......................................................................................................................................................... 7
Wederrechtelijkheid.............................................................................................................................................7
Wederrechtelijkheid als bestanddeel...................................................................................................................8
Week 4........................................................................................................................................................ 10
Strafbaarstelling.................................................................................................................................................10
Poging................................................................................................................................................................11
Vrijwillige terugtred poging...............................................................................................................................12
Voorbereiding juridische kader..........................................................................................................................13
Vrijwillige terugtred voorbereiding....................................................................................................................14
Week 5........................................................................................................................................................ 15
Medeplegen juridische kader.............................................................................................................................15
Medeplichtigheid juridische kader.....................................................................................................................17
Uiteenlopend opzet............................................................................................................................................18
Medeplegen kader.............................................................................................................................................18
Week 6........................................................................................................................................................ 19
Daderschap........................................................................................................................................................19
Fysiek daderschap..............................................................................................................................................19
Functioneel daderschap juridisch kader.............................................................................................................20
Daderschap rechtspersoon juridisch kader........................................................................................................20
Feitelijk leidinggeven..........................................................................................................................................21
Week 7........................................................................................................................................................ 22
Ideaaltypisch delict en niet-ideaaltypisch delict................................................................................................22
Strafuitsluitingsgrond.........................................................................................................................................22
Ontoerekenbaarheid..........................................................................................................................................23
5 gradaties ontoerekeningsvatbaarheid............................................................................................................23
Culpa in causa....................................................................................................................................................23
,Week 1
Een verschil tussen misdrijven en overtredingen is dat er bij misdrijven opzet of schuld
bewezen moet worden. Bij overtredingen hoeft dat niet. De gedraging op zich is dan al
strafbaar gesteld.
Opzet
Opzet is het willens en wetens handelen. Opzet kan op een aantal manieren als bestanddeel
in een delictsomschrijving van een misdrijf zijn verwerkt:
Opzettelijk -> Willens en wetens handelen
Oogmerk -> Stelt de wil van dader voorop (bij oogmerk moet vol opzet bewezen
worden)
Wetende dat, wist, wetenschap -> Het weten staat hier centraal
Ingeblikt -> Dat betekent dat een woord in de delictsomschrijving is verwerkt dat
het opzet automatisch (impliciet) met zich meebrengt
Opzet moet bewezen worden op alle bestanddelen die na het
opzetvereiste in de delictsomschrijving van een artikel zijn opgenoemd,
behalve bij ‘oogmerk’, dan hoeft dit oogmerk alleen bewezen te
woorden op de een of twee bestanddelen die direct na het woord
oogmerk staan.
, Bestanddelen waar verdachte geen opzet op hoeft te hebben gehad
(staan soms ervoor maar ook erachter), worden geobjectiveerde
bestanddelen genoemd.
Je hebt 3 verschillende gradaties van opzet (voor tentamen hoef je alleen vol opzet en
voorwaardelijk opzet te kennen)
1. Vol opzet/zuiver opzet (dolus directus): de wil is primair gericht op het gevolg. Deze
zuiverste vorm van opzet volstaat voor het bewijzen van alle termen waarmee opzet
in een delictsomschrijving tot uiting is gebracht. (Zie hierboven)
2. Noodzakelijkheids- of zekerheidsbewustzijn (dolus indirectus): het gevolg is niet
primair gewild, maar hangt wel onlosmakelijk samen met het primaire doel; denk
hierbij aan de Thomas van Bremerhaven-zaak, waarin de eigenaar van een schip zijn
schip wilde opblazen om geld van de verzekering te krijgen. Door deze ontploffing
kwamen er echter ook mensen te overlijden die zich op dat schip bevonden.
3. Voorwaardelijk opzet (dolus eventualis): het bewust aanvaarden van de
aanmerkelijke kans. Volstaat als bewijs van ‘opzettelijk’, ‘wetende dat’, en ‘ingeblikt’
opzet, maar is onvoldoende voor bewijs oogmerk. Hierbij horen de volgende
vereisten:
Hierbij hoort het HIV-arrest:
1. Aanmerkelijke kans: bestaat er een aanmerkelijke kans dat het gevolg intreedt? -> r.o.
3.6 HR HIV-1:
a. Afhankelijk van omstandigheden van het geval
i. Aard van de gedraging en omstandigheden waaronder deze is verricht
b. Niet afhankelijk van aard van het gevolg
i. Kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten (er
wordt niet gekeken naar het aanvaarden van het gevolg)
ii. Het gaat om een reëel en niet onwaarschijnlijke mogelijkheid
2. Bewust: Wetenschap van de aanmerkelijke kans:
a. Vastellen: aanwezig bij verdachte (blijkt uit zijn verklaring dat hij zich ervan
bewust was)
b. Veronderstellen: Of bij hem aanwezig verondersteld (behoorde hij de
aanmerkelijke kans te weten):
Om te beoordelen of we veronderstellen of de aanmerkelijke kans bij
verdachte aanwezig behoorde te zijn, doen we dit door te objectiveren
en te normativeren.
- Objectiveren: Is het feit algemeen bekend
- Normativeren: hoe ziet een bepaalde handeling eruit in het
maatschappelijk verkeer?
3. Aanvaarden: heeft de verdachte de aanmerkelijke kans ook aanvaard r.o. 3.6
a. Enkele wetenschap is onvoldoende:
b. Vastselling aanvaarding:
i. Verklaring van verdachte ->
ii. Getuigenverklaring -> Bumperkleef arrest