Organisatie
een menselijke samenwerking die doelgericht en blijvend is.
Kenmerken
Menselijke factor
Een samenwerkingsvorm
Doelgerichtheid
Continuïteit
Gemeenschappelijke kenmerken
Machtsverdeling in lagen
Geschoold personeel
Formele communicatie, regelgeving en methoden
Werkverdeling naar functie
Omschreven doelstellingen
Synergie effect
Het resultaat van het totale samenwerkingsverband is groter dan een optelling van
de resultaten van de individuele prestaties. (fusie) → 1 + 1 = 3
Going concern gedachte
men gaat bij het nemen van managementbeslissingen uit van de continuïteit van de
organisatie.
Intern hoofddoelstelling
het voortbestaan van de organisatie (continuïteit)
Extern hoofddoelstelling
het voorzien in een maatschappelijke behoefte.
Functionele organisatie
op elkaar afstemmen van activiteiten
Institutionele organisatie
,men duidt op een organisatie als object met een naam en een vestiging
Instrumentele organisatie
organisatie wordt gerefereerd als een middel waarmee we bepaalde doelstellingen van de
organisatie kunnen verwezenlijken.
3 soorten niveaus van organisatie
1. Bedrijf
een organisatie die goederen en / of diensten voortbrengt met het doel deze op
een afzetmarkt te verkopen
2. Bedrijven zonder winstoogmerk
non-profitinstellingen. Zij streven naar levering van goederen en / of diensten voor
algemeen nut tegen de laagst mogelijke offers
3. Bedrijven met winstoogmerk
streven naar winst = onderneming
Rechtsvormen
Ondernemingsvormen
verschillende manieren voor een juridische structuur ook wel rechtsvorm
Natuurlijk persoon
mens en vlees en bloed, rechtssubject, drager van rechten en plichten zoals
verwoord in de wet
Rechtspersoon
groepen of organisaties als rechtssubject
wie is er verantwoordelijk?
Soorten rechtsvormen van natuurlijke personen
1. Eenmanszaak (hoofdelijk aansprakelijk)
2. Maatschap
3. Vennootschap onder firma (NOF) (aantal vennoten die aansprakelijk zijn)
4. Commanditaire vennootschap (cv)
Soorten rechtsvormen bij ondernemingen met rechtspersoonlijkheid
1. Naamloze vennootschap (nv) (aandelen zijn verhandelbaar)
2. Besloten vennootschap (bv) (registratie van aandeelhouders, dus zijn niet
verhandelbaar)
3. Coöperatieve vereniging (behartigen van de wensen van de leden, wettelijke
publicatieplicht. Boerenbond, rabobank)
,Drie belangrijke criteria bij de beoordeling van organisaties
Productiviteit
Effectiviteit
Efficiëntie
Productiviteit
de verhouding tussen het bereikte resultaat en de daarvoor gebrachte offers. Geeft aan
wat een organisatie moet kunnen presenteren
Productiviteit = resultaat / offers (hoger dan 1 verdien je iets!)
Effectiviteit
de verhouding tussen het werkelijk bereikte resultaat en het normresultaat. Het geeft aan in
welke mate een organisatie erin slaag de gestelde doelen te bereiken
Effectiviteit = Werkelijk resultaat / norm resultaat (behaald)
Efficiëntie
de verhouding tussen de normoffers en de werkelijk gebrachte offers.
Efficiëntie = normoffers / Werkelijke offers
Organisatie en managementtheorieën (Stoner en Freeman)
1. Theorieën zijn een leidraad bij beslissingen in de managementpraktijd
2. Theorieën vormen onze visies op organisaties
3. Theorieën maken on s bewust van de omgeving van het bedrijf
4. Theorieën zijn een bron van nieuwe ideeën
, Hoofdstuk 2: Stromingen
4 krachten die leiden tot stimulans voor de ontwikkeling van
organisatietheorieën aan het begin van de 20e eeuw
De protestants-christelijke ethiek ten aanzien van arbeid
mensen moesten juis hun roeiping op aarde waar maken door arbeid
en onzelfzuchtige inzet.
→ tijdperk van zelfcontrole, verantwoordelijkheid en individualisme
Het kapitalisme en de opdeling van
arbeid 18e eeuw = opkomst kapitalisme (adam
smith) basiselementen van het kapitalisme
1. De meest efficiënte regulering van de stroom van middelen door de
maatschappij wordt bepaald door de natuurlijke wetten van vraag en aanbod en
vrije concurrentie
2. Ieder individu zou vrij moeten zijn in het vergaren van rijkdom
3. Ieder individu zou vrij moeten zijn in het hebben van eigendomsrechten
4. De opdeling van arbeid leidt door specialisatie tot vergroting van de
productiviteit (= de opdeling van arbeid in kleinere onderdelen)
De industriële revolutie
door de stoommachine door James watt in 1765 werden de productie m.b.v
stoomenergie mogelijk.
Het productiviteitsprobleem
aan het begin van de 20e eeuw ontstonden er veel gedachten over technologie,
ondernemingsgrootte en werkmethoden, waardoor de productiviteit achterbleef bij
de verwachtingen.
oorzaken
- gebrek aan managementmethoden en getrainde managers
- moeite met de implicaties van nieuwe technologieën van de werkomgeving
- ze hadden moeite met het bepalen van de juiste grootte van de nieuwe industriële
organisaties om de juiste schaalvoordelen te bereiken (= voordelen die ontstaan
bij het vergroten van de productie)