Pretérito perfecto (he hablado-tijd)
Om aan te geven dat iets wat in het verleden is gebeurd, verband heeft met het heden/nu of er is nog
resultaat zichtbaar van iets wat in het verleden is gebeurd.
Signaalwoorden
● Hoy
● Esta mañana / noche / tarde / semana/ primavera
● Este año / curso / mes / fin de semana / verano / invierno / siglo
● Estas vacaciones
● Ultimamente
● Hasta ahora
● Alguna vez /no...nunca
● Siempre
● Ya
● Todavía no / aún no
Vervoegen van de pretérito perfecto
Om de pretérito perfecto te maken, wordt er gebruik gemaakt van de stam van het werkwoord.
He
Has ar → ado
Ha er → ido
Hemos ir → ido
Habéis
Han
Uitzonderingen
Werkwoord Vorm pretérito perfecto Vertaling
Abrir Abierto Openen
Descubrir Descubierto Ontdekken
Decir Dicho Zeggen
Escribir Escrito Schrijven
Hacer Hecho Doen
Morir Muerto Sterven
Poner Puesto Zetten
Romper Roto Breken
Ver Visto Zien
Volver Vuelto Terug komen
, Voorbeeld zinnen
¿ Has hablado mucho español durante la prácticas?
↳ Has staat voor de jij vorm, stam van hablar is habl, habl + ado wordt hablado.
¿ Ya habéis comido?
↳ Habéis staat voor de jullie vorm, stam van comer is com, com + ido wordt comido.
¿ Cuantos horas has trabajado este semana?
↳ Has staat voor de jij vorm, stam van trabajar is trabaj, trabaj + ado wordt trabajado.
Pretérito indefinido (hablé-tijd)
Om aan te geven dat iets in het verleden is gebeurd en is afgelopen. Het heeft geen verband met het heden/nu
en is een neutrale mededeling dat iets is gebeurd.
Signaalwoorden
● Ayer / anteayer
● Anoche / ayer por la noche
● La semana pasada
● El mes / año / verano / lunes pasado
● De repente / de pronto
● El 8 de abril
● El 1991
● El otro día
● En ese momento / precisamente ese día
● Hace un mes / mucho tiempo
Vervoegen van de pretérito indefinido
Om de pretérito indefinido te maken, wordt er gebruik gemaakt van de stam van het werkwoord.
AR ER/IR
é í
aste iste
ó ió
amos imos
asteis isteis
aron ieron
Let op! De spellingswijze treedt alleen op bij de ik-vorm zoals hierboven (rechts) te zien is.