Probleem 1
1. Mensen met eetstoornissen bezitten meer neurotisch Waar/niet
perfectionisme. waar
2. Impulsiviteit komt vaker voor bij mensen met boulimia Waar/niet
nervosa dan bij mensen met anorexia nervosa. waar
3. Novelty seeking is positief geassocieerd met het non- Waar/niet
purgerende type van anorexia nervosa. waar
4. Een lage score op self-directedness en cooperativeness is Waar/niet
geassocieerd met eetstoornissen. waar
5. Persoonlijkheidsstoornissen van cluster B komen het Waar/niet
vaakst voor bij eetstoornissen. waar
6. Mannen met een eetstoornis hebben vaak een milde tot Waar/niet
gemiddelde vorm van obesitas in hun leven voordat ze een waar
eetstoornis ontwikkelen.
7. 10% van de mensen met een eetstoornis is in het verleden Waar/niet
seksueel misbruikt. waar
8. Boulimia nervosa komt bij kinderen vaker voor dan Waar/niet
anorexia nervosa en binge-eating disorder. waar
9. Co-morbiditeit komt bij adolescenten met een eetstoornis Waar/niet
net zo vaak voor als bij volwassenen met een eetstoornis. waar
10.Het grootste verschil tussen de Eating Disorder Waar/niet
Examination (EDE) en de Development and Well Being waar
Assessment (DAWBA) is dat de EDE geen kinderversie
heeft en de DAWBA wel.
11.Het meest voorkomende symptoom bij kinderen met een Waar/niet
vroeg ontstaan (<13 jaar) is het overdreven bezig zijn met waar
eten.
12.‘Nadia is erg bezig met haar gewicht en maakt zich Waar/niet
overmatig bezorgd om aan te komen. Ze heeft het idee waar
dat ze veel te zwaar is terwijl ze een gezond gewicht heeft.
Ze compenseert wat ze eet door veel te sporten en te
diëten.’ Nadia voldoet aan de criteria voor anorexia
nervosa.
13.Boulimia nervosa is volgens de DSM-5 de meest Waar/niet
voorkomende eetstoornis bij volwassenen. waar
Probleem 2
14.Cognitieve gedragstherapie is een effectieve methode die Waar/niet
gebruikt kan worden voor alle eetstoornissen. waar
15.Voordat er begonnen wordt met cognitieve Waar/niet