Jakop Rigter & Malou van Hintum
H4: De invloed van zwangerschap en geboorte op de ontwikkeling van het kind
Hoofdstuk 4 in tien punten:
1. Gedrag is het resultaat van een ingewikkeld samenspel tussen erfelijke aanleg en
omgevingsfactoren.
2. Er is niet één gen verantwoordelijk voor één soort gedrag.
3. Ouders moeten zich al tijdens de zwangerschap als verantwoordelijke opvoeders gedragen,
onder andere door een gezonde leefstijl.
4. De vorming van onze hersenen kent verschillende sensitieve perioden, waaronder de
zwangerschap en de twee eerste levensjaren.
5. Het ontstaan van lichamelijke ziekten en psychische problemen wordt beïnvloed door
prenatale programmering: risicogedrag tijdens de zwangerschap dat de ontwikkeling van het
kind ook na zijn geboorte beïnvloedt.
6. Prenatale programmering laat zien dat je geen ‘knip’ kunt maken in iemands ontwikkeling:
dat is een continu proces waarin alle fasen met elkaar verbonden zijn.
7. Schadelijke middelen (zoals drugs, nicotine en alcohol, maar ook medicijnen) vergroten de
kans op psychische aandoeningen bij het kind.
8. Kinderen die een extreem laag geboortegewicht hadden, krijgen meer lichamelijke en
psychische problemen naarmate ze ouder worden.
9. Een depressie vóór of tijdens de zwangerschap is de beste voorspeller voor een post-
partumdepressie.
10. Sociale steun is de belangrijkste beschermende factor bij tegenslag tijdens de zwangerschap
en de geboorte.
H5: Slaapstoornissen en slaapproblemen
Hoofdstuk 5 in tien punten:
1. Slapen moet je leren
2. Slaap is groeizaam, houdt ons gezond en bevordert ons cognitief functioneren.
3. Slaap bestaat uit remslaap, de actieve slaap of droomslaap, en uit de cognitieve functies, de
non-remslaap onze lichamelijke.
4. Lengte en soort slaap verschillen per leeftijdsfase, de slaapbehoefte verschilt per persoon.
5. Slaapproblemen kunnen een oorzaak zijn van gedragsproblemen, maar kunnen ook op
zichzelf bestaan.
6. Over slaaptijden en slaaprituelen bestaan uiteenlopende culturele opvattingen.
7. Of een kind gezond slaapt hangt af van zijn eigen psychische en lichamelijke constitutie, het
(opvoed)gedrag van zijn ouders en de kwaliteit van zijn slaapkamer.
8. Slaapproblemen kunnen leiden tot (meer) psychische problematiek bij het kind, en stress en
inadequaat opvoedkundig handelen van de ouders.
9. Insomnia, de meest voorkomende slaapstoornis, is bij jonge kinderen goed te behandelen
met gedragstherapeutische technieken zoals extinctie.
10. Gebruik van melatonine lijkt goed te helpen tegen de slaapproblemen van kinderen met
neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (zoals ADHD en ASS).